Moslimradicaal na familieproblemen

Een wandelende tijdbom, zo hebben kennissen Mohammed B. omschreven. De man, verdacht van de moord op Theo van Gogh, is pas kort moslimradicaal.

Het waren minstens 25 agenten die dinsdagavond om half acht binnenvielen in een woning aan de Marianne Philipsstraat in Amsterdam-West, zegt buurman Vermolen.

Met twee busjes reden ze de straat met vooral kleine seniorenwoningen binnen, een derde politieauto zette de weg af. Binnen haalde de politie alles overhoop. ,,Het klonk of iemand tussenmuren aan het wegslaan was'', zegt buurvrouw Witteveen.

Nu is de blauwe deur in de kleine portiek dichtgespijkerd. Naast het nieuwe hangslot hangt een gele brief van de politie met de mededeling dat het huis is afgesloten ter bescherming van de eigendommen in de woning. Bijgevoegd is het telefoonummer waar de rechtmatige eigenaar naartoe kan bellen. Bij het pand is echter sinds de inval geen bewoner meer gezien.

Marianne Philipsstraat 29 is een van de plaatsen waar de verdachte van de moord op Theo van Gogh vaak zou zijn gekomen, naar verluidt de 26-jarige Marokkaanse Nederlander Mohammed B. Over de identiteit van de verdachte wil het openbaar ministerie nog geen mededelingen doen. Volgens een van de andere buren woonden er twee mannen in het pand, een die westers was gekleed en een andere man die vaag aan het signalement van de verdachte voldoet: jongeman, klein van stuk, traditionele islamitische kledij en zwarte baard. In de woning waren vaak samenkomsten, zegt buurman Vermolen. Dan kwamen er groepen mannen op bezoek, veelal traditioneel islamitisch gekleed. ,,Vergaderingen'', zo interpreteren de buren de samenkomsten. Niemand van de buren had echt contact met de mannen. ,,Ze hielden zich afzijdig'', aldus Vermolen.

Het is niet de eerste keer dat de politie een huis in de Marianne Philipsstraat binnenvalt. Een jaar geleden, in oktober, braken agenten in hetzelfde kleine portiekje de tegenovergelegen deur open: nummer 27. Volgens getuigen ging dat met meer geweld gepaard dan dinsdagavond. Toen waren er vechtpartijen en klonk er veel geschreeuw. Het ging om een ander huis, maar er is een belangrijk verband: Het onderzoek in oktober 2003 werd gedaan naar mogelijke terroristische activiteiten van een groep rond Samir A., die in de zomer van dit jaar opnieuw werd aangehouden voor het plannen van aanslagen. De verdachte van de moord op Van Gogh, zo zeggen bronnen bij justitie, stond destijds ingeschreven op nummer 27.

Het is voor de politie aanleiding om het dossier van oktober 2003 nog eens om te keren. Drie panden die destijds werden doorzocht, worden onder observatie geplaatst. In de loop van dinsdag en woensdag kwamen daar volgens het Amsterdamse OM nog twee adressen bij. In die vijf adressen deed de politie invallen, en werden er in totaal acht nieuwe verdachten aangehouden.

Mohammed B. liet een jihadistisch pamflet achter op het lijk van Van Gogh, en droeg bij zijn arrestatie een testament bij zich. Een soortgelijk testament trof de recherche aan bij de doorzoeking van de Maria Philipsstraat 27 in 2003. `Wees niet bedroefd over mij', stond er in. `Ik wil zelf doodgaan als martelaar omwille van God.' Het document is opgesteld door een lid van de groep rond Samir A. Deze voormalige havo-scholier zat, zoals een getuige het tijdens een verhoor vorig jaar uitdrukte, ,,onder het vergrootglas'' van de AIVD sinds een mislukte jihad-reis naar Tsjetsjenië, in januari 2003. Op 15 oktober vorig jaar sloeg de AIVD alarm: Samir maakte deel uit van een ,,netwerk van jonge radicale moslims dat thans betrokken is bij de voorbereiding van een vooralsnog onbekende terroristische actie''.

Uit het dossier van oktober 2003 blijkt dat de AIVD zich destijds grote zorgen maakte over de groep jonge moslims, maar niet precies wist wat de jonge mannen van plan waren. ,,Op dit moment'', zo schreef de dienst op 15 oktober, ,,is niet vastgesteld kunnen worden in welke vorm, op welke plaats of op welk tijdstip deze eventuele terroristische actie zal plaatsvinden.'' Twee van de jonge moslims waren in Pakistan. Over de telefoon werd gesproken over `een wedstrijd' die gespeeld ging worden. Bovendien had de groep contact met de Marokkaan Naoufel in Spanje. Deze werd op 14 oktober aangehouden in verband met de terroristische aanslagen in Casablanca, in mei 2003. Omdat de AIVD vreesde dat het netwerk in Nederland als gevolg van de arrestatie ondergronds gaat, werd er ingegrepen. De vijf werden opgepakt. Er werd op verschillende adressen in Amsterdam huizoeking gedaan. In een woning vond de politie een plastic tas met zoutzuur, ammoniak, kunstmest. Vreemde spullen, maar niet geschikt om een bom van te maken, zo constateerde het Nederlands Forensisch Instituut. Het onderzoek naar de vijf loopt al snel dood. Enkele weken na hun arrestatie stonden Samir en zijn medeverdachten weer op straat.

In het strafdossier van oktober 2003 komt Mohammed B. niet voor. De verdachte van de moord op Van Gogh bevond zich `in de periferie' van de groep die zich mogelijk `bezig hield met het voorbereiden van een aanslag', zo zegt de politie. Tijdens hun onderzoek naar het netwerk van vijf is Mohammed B. daarom in beeld gekomen bij de AIVD. De dienst had echter `geen aanleiding te veronderstellen dat hij voorbereidingen trof voor gewelddadige acties'.

Dat beeld moet nu zijn bijgesteld. Volgens De Telegraaf stond Mohammed B. bekend vanwege geweldsmisdrijven en straatroven. Maar zijn radicalisering zou dateren van anderhalf jaar geleden, na familieproblemen. Hij raakte bevriend met Samir A. en bezocht volgens De Telegraaf sinds die tijd de radicale El Tawheed Moskee in Amsterdam-West. In gematigde kringen zou B. worden omschreven als `wandelende tijdbom'.

De acht arrestaties van gisteren en eergisteren zijn het gevolg het observeren van de verblijfplaatsen van Mohammed B. na diens arrestatie. Een grotere groep rond hem wordt door justitie nu dus verdacht van betrokkenheid bij terroristische activiteiten. Daarbij valt één ding op: geen van de personen die justitie in oktober in de peiling had, is nu weer gearresteerd.