Kerry heeft de kiezers niet aangevoeld

De Bush-campagne heeft als een katalysator gewerkt voor de weerzin die veel Amerikanen hebben tegen wat zij als nieuwlichterij ervaren, meent J.H. Sampiemon.

Je kunt een oorlog verprutsen en toch worden herkozen als president van de Verenigde Staten. Je kunt het volk voor de gek houden, je kunt de staatskas plunderen ten bate van je rijke vrienden en je kunt met je overzeese avonturen de veiligheid van het land in de waagschaal stellen – en toch worden herkozen. En dat allemaal met een zo overtuigende meerderheid dat de schaduwen van het verleden voor goed in de vergetelheid raken.

De popular vote, het aantal daadwerkelijk uitgebrachte kiezersstemmen, vier jaar geleden met een verschil van een half miljoen in het voordeel van verliezer Al Gore, sprak zich ditmaal overtuigend uit voor de zittende president, George W. Bush. En dat bij een sinds tientallen jaren lang niet vertoonde hoge opkomst van de kiezers. De positie van de presidentspartij in beide huizen van het Congres is bovendien versterkt. De greep van radicaal rechts op de rechterlijke macht zal naar verwachting in de komende jaren verder worden verstevigd.

De zoon verbeterde niet alleen zichzelf, maar ook de vader – die twaalf jaar geleden na vier jaar presidentschap door het electoraat werd weggestuurd. Dat was mogelijk de grote angst van George W. en zijn team: een herhaling van de afgang van senior. Herverkiezing was dit jaar meer dan anders een kwestie van persoonlijke eer en familietrots. Bush père is voorbijgestreefd én gewroken.

De laatste weken werd in het Kerry-kamp een droom gedroomd. De registratiegolf van nieuwe kiezers zou in het voordeel van de Democraten uitvallen. De nieuwe kiezers kwamen uit de verschillende minderheidsgroepen, waren voor het eerst stemmende jongeren en vrouwen. Zij zouden de Democraat aan de overwinning helpen. Als de nieuwe kiezer als type al van betekenis is geweest, heeft Kerry er niet van kunnen profiteren. Een hoge opkomst garandeert dit jaar, anders dan de geschiedenis leert, de Democraten geen voordeel. Alle facties in het electoraat bleken gelijkelijk gemotiveerd.

De zege van Bush roept de overweldigende zege van Nixon in 1972 in herinnering. De natie was toen verdeeld over een verloren oorlog die Nixon vier jaar eerder had beloofd eervol te zullen beëindigen, maar die zich voortsleepte. Het aantal in Vietnam gesneuvelde Amerikanen was bezig op te lopen naar recordhoogte. Nixon bedacht de term silent majority, een zwijgende meerderheid die volgens de president op straat werd overschreeuwd door de hippy's en de Amerika-hatende aanhang van de Democratische uitdager, de in het Witte Huis verafschuwde senator van Zuid-Dakota, George McGovern. Die meerderheid behoefde volgens de toenmalige strategen in het Witte Huis slechts te worden gemobiliseerd om de overwinning veilig te stellen. Aldus geschiedde. McGovern werd verpletterend verslagen.

De Republikeinse majority van vandaag is allang niet meer silent, zoals de afgelopen jaren hebben bewezen. Mogelijk moet daar de verklaring voor de overwinning van Bush worden gezocht. Niet de onder valse voorwendselen begonnen oorlog in Irak, niet de totale ontsporing van de bezetting die erop volgde heeft de doorslag gegeven. En, anders dan twaalf jaar geleden, evenmin de economie, die er, al naar gelang de deskundige vooroordelen van de willekeurige waarnemer, beter of slechter voorstaat dan gisteren nog werd aangenomen.

Dit zijn de verkiezingen van normen en waarden geworden, ze blijken beslist te zijn door morele kwesties als abortus, homohuwelijk en de plaats van het gezin in de samenleving. De Bush-campagne heeft als een katalysator gewerkt voor de weerzin die veel Amerikanen hebben tegen wat zij als nieuwlichterij ervaren. Dit alles leidde in de meest fundamentele zin tot een uitgesproken conservatief verkiezingsresultaat. Hoe tegen deze achtergrond de saamhorigheid moet worden gevonden waaraan overwinnaar en verliezer gisteren zo welluidende woorden besteedden, laat zich dan ook niet eenvoudig voorstellen.

De keerzijde van het verhaal is de Democratische partij, die haar vaste aanhang, de arbeidersstem en meer in het algemeen de stem van de georganiseerde werknemer, in de loop der jaren naar de Republikeinen heeft zien afdwalen. Bovendien is de partij in handen geraakt van calculerende strategen die niets anders meer weten te bedenken dan het sleets geworden midden op te zoeken om daar nog een kansje te wagen. Dankzij het charisma van Clinton kon de partij tot tweemaal toe haar zwaktes maskeren, maar tegelijkertijd verschoot zij in die jaren verder van kleur. Zij werd nog minder herkenbaar voor het `eigen' electoraat, wat uitmondde in een inmiddels chronisch geworden minderheidsrol in het Congres.

In datzelfde crisisjaar 1968 waarin Nixon zijn slag sloeg, verloor de Democratische partij haar samenhang en in zekere zin haar bestaansrecht. Zij heeft zich niet meer hervonden. Ook Kerry is er niet in geslaagd haar historische handicap te overwinnen.

In de kwestie van onmiddellijk belang: hoe Amerika te bevrijden uit het moeras dat Irak heet, heeft de uitdager geen geloofwaardige alternatieven aangereikt. De steun die hij als Senator oorspronkelijk aan de inval in dat land had gegeven, bleef hem achtervolgen en tastte de geloofwaardigheid aan van zijn kritiek op de uitvoering van het aanvalsplan en op de chaos die volgde op de invasie. Zijn presentatie tijdens de Conventie van de Democratische partij deze zomer als gedecoreerd Vietnamveteraan en als een leider aan wie oorlogvoering kon worden toevertrouwd, heeft als een boemerang gewerkt. Wekenlang ging de verkiezingscampagne over Kerry's al dan niet heldhaftige verleden en daarmee over de verkeerde oorlog. Maar belangrijker is waarschijnlijk geweest dat Kerry geen aansluiting heeft gevonden bij de wezenlijke drijfveren van het kiezersvolk.

Een tweede termijn voor Bush plaatst de Europese landen voor een dilemma maar ook voor nieuwe kansen. Enkele landen zullen misschien geneigd zijn om zich opnieuw te laten intimideren en de Amerikaanse regering te geven waar zij om vraagt, zoals verlengde steun aan de doodlopende militaire interventie in Irak.

Maar er is geen enkele reden om, in navolging van de meerderheid van het Amerikaanse electoraat, weg te blijven kijken van de totale mislukking van die onderneming en de ogen gesloten te houden voor de eigenzinnigheid waarmee Bush en zijn team hun ideologisch geïnspireerde experimenten met de wereld willen doorzetten. Dat verdere eigenzinnigheid mag worden verwacht, kan alleen al worden afgeleid uit het aanblijven van vice-president Cheney, de gedreven macht achter de troon.

Europa dient zich niet van de weeromstuit op te stellen als aankomende rivaal van de Verenigde Staten. Dat leidt tot nog grotere onbestuurbaarheid. De wereldorde zoals die in een eerder tijdperk bestond onder de welwillende hegemonie van de Verenigde Staten, moet worden hersteld, samen met andere landen. Europa kan daarbij een stimulerende rol spelen. Amerika kan zich aansluiten – zodra het zich heeft hervonden.

J.H. Sampiemon is oud-redacteur van NRC Handelsblad.