Europese Unie krijgt veiligheidsgarantie

Weinig Nederlanders zullen weten dat de Europese constitutie, die 29 oktober in Rome is ondertekend, twee solidariteitsclausules bevat. Een voor het geval van een terroristische aanval of natuurramp, waarbij hulp van de andere landen kan worden ingeroepen. Maar ook ingeval van agressie tegen een lidstaat. In de Conventie, die de constitutie heeft ontworpen, was dat nog een brug te ver. Een voorstel daartoe van de defensiecommissie haalde het niet in het presidium.

Tijdens de daarop volgende Intergouvernementele Conferentie heeft het Italiaanse voorzitterschap het voorstel opnieuw ingebracht, dat uiteindelijk in de Ierse periode is aanvaard. Dus kwam er ook wel iets goeds van Italië. Wel hebben de neutrale lidstaten Ierland, Finland, Oostenrijk en Zweden die zich ook wel niet-gebonden noemen, omdat zij zich niet bij militaire allianties willen aansluiten, een zinsnede opgenomen dat zij hun traditionele veiligheidsbeleid kunnen vervolgen. Toen hebben de landen, die tevens lid zijn van de NAVO, toegevoegd dat voor hen collectieve defensie binnen die organisatie zal plaatsvinden. Belangrijk is dat nu voor alle EU-lidstaten een bijstandsverplichting bestaat, alleen de manier waarop deze wordt uitgevoerd is verschillend.

Door deze ontwikkeling kan de automatische militaire bijstandsverplichting van Art. 5 van het WEU-verdrag vervallen, want de bepaling in de Constitutie komt op hetzelfde neer. Nederland heeft geprobeerd de WEU nu maar meteen op te heffen, maar dat vonden anderen te haastig. Allereerst omdat de Constitutie nog geratificeerd moet worden, maar bovendien omdat nog niet is voorzien in de functie van de WEU-Assemblee als enig parlementair forum om de Europese veiligheidsproblematiek te bespreken.