Bush' strikte moraal

De meeste electorale steun kreeg verkiezingsoverwinnaar president Bush volgens peilingen voor zijn morele en religieuze opvattingen, onder andere over homoseksualiteit. Wegens dezelfde soort levensbeschouwing bleek kandidaat-eurocommissaris Buttiglione vorige week juist onaanvaardbaar voor het Europese Parlement. Strenge Amerikaanse katholieken prefereerden de herboren protestant Bush zelfs boven de vrijzinnig katholieke tegenkandidaat Kerry. Een rechtzinnige moraal was bij de verkiezingen belangrijker dan afnemende sociale voorzieningen, het gapende begrotingstekort en de chaos in Irak. Duidelijker kan het contrast niet zijn tussen een seculariserend Europa en een godvrezend Amerika. Beide continenten gaan in tegenovergestelde richting.

De Republikeinse partij heeft haar overweldigende winst in het Congres en het Witte Huis te danken aan de beginselvastheid van de president. Dat hij erin geslaagd is om overal zijn meerderheid te vergroten, is een opmerkelijke prestatie. De meer seculiere, tolerante waarden van de Democraten hebben minder weerklank gehad. Ook de strijd tegen het terrorisme werd door stemmers op Bush opgevat als een morele kwestie. Op dat punt won de president, ook al heeft hij bij zijn oorlog tegen Irak grote fouten gemaakt die hij nooit heeft erkend. Kennelijk vonden veel Amerikanen de rampzalige gevolgen van de militaire operatie in Irak minder belangrijk dan de principes waarvoor dat optreden stond. De minderheid die zich ernstig zorgen maakt over Irak, stemde op Kerry.

Kiezen was wel moeilijk omdat tegenkandidaat Kerry de kwestie-Irak in het begin ontweek en pas laat kritiek begon te leveren. Behalve dat hij meer samenwerking wilde met bondgenoten – voorzover die daar nog toe bereid waren – had hij geen alternatief plan voor Irak. President Bush kon zijn tegenstander met succes beschuldigen van wankelmoedigheid. Daar lijdt Bush niet aan en zijn rotsvaste zekerheid appelleert aan de algemene angst na de terreuraanslagen van 2001.

Een betere Democratische kandidaat van het kaliber Clinton, met meer gevoel voor de conservatieve gedeelten van Amerika, had waarschijnlijk kunnen winnen. Maar daarmee was nog geen Democratische meerderheid in het Congres ontstaan. Het is onvermijdelijk dat de Democratische partij zich de morele verontrusting van veel Amerikanen gaat aantrekken om ook de conservatieve middenklasse in het Amerikaanse binnenland voor zich te winnen. Dat geeft president Bush weer steun voor zijn uitgesproken conservatieve agenda. Met zijn ruime meerderheid in de Senaat kan hij conservatieve rechters in het Hooggerechtshof en in andere hoge rechtbanken benoemen.

Het is mogelijk dat een overmoedige zwaai naar rechts een terugslag krijgt. Over abortus zijn Amerikanen tweeslachtig en een wettelijk of rechterlijk verbod gaat de meesten te ver. Amerika is verdeeld. Kandidaat Kerry presteerde beter dan zijn eveneens uit Massachusetts afkomstige linkse voorganger Dukakis in 1988. Maar voorlopig zullen Amerika en de wereld het moeten doen met een conservatieve leiding in Washington, die meer is gericht op beginselen dan op de weerbarstige praktijk; meer op het eigen morele gelijk dan op internationale samenwerking. De verhoudingen zijn in ieder geval duidelijk. Europa heeft een nieuwe termijn van Bush te accepteren. Dat betekent dat het meer op het eigen kompas moet varen.