Beurs en verkiezingen

In theorie zou de uitslag van de Amerikaanse presidentsverkiezingen geen verschil moeten uitmaken voor de Amerikaanse aandelenmarkt. De koersen worden verondersteld een eigen weg te volgen, maar de geschiedenis wijst anders uit. Sinds 1932 zijn het eerste en het tweede jaar van een presidentiële termijn vaak gepaard gegaan met inzinkingen op de beurs. Het is niet duidelijk waarom dat zo is. Eén mogelijkheid is dat de electorale cyclus wordt vergezeld door een tijdelijke opschorting van de Amerikaanse beleidsvorming. Dat lijkt bij deze verkiezingen zeker het geval, terwijl de prikkel van de belastingverlagingen van Bush zo langzamerhand wel is uitgewerkt.

Om de zaken nog erger te maken stijgt de waarschijnlijkheid van een koersval op de aandelenmarkten in de eerste twee jaar van een presidentschap naar 70 procent als de aandelen hooggewaardeerd zijn, zoals voorzitter Jeremy Grantham van de in Boston gevestigde vermogensbeheerder GMO benadrukt in zijn jongste beleggersbrief. Op dit moment worden de meeste beursfondsen verhandeld op een niveau van negentien maal de winst, tegen een historisch gemiddelde van zo'n vijftien maal de winst. De winstmarges zijn hoog en zullen vermoedelijk afnemen, waardoor het niveau van de koers-winstverhouding alleen nog maar verder oploopt. Door het lichtzinnige beleid van de afgelopen jaren zijn de problemen hoog opgetast. Het niveau van de bedrijfsschulden nadert historische records. De tekorten op de begroting en de handelsbalans zijn enorm en nemen nog steeds toe. En de gezamenlijke schuld van alle huishoudens heeft een nieuwe piek bereikt. Het corrigeren van dit alles zal ten koste gaan van de groei.

De Europese aandelenmarkten veerden gisterochtend op in de verwachting dat Bush de presidentsverkiezingen had gewonnen. Maar gezien de ervaringen in het verleden is het risico van koersdalingen in het eerste jaar van zijn tweede termijn groot.