Wenkbrauwen

Als ik vroeger met dammen niet van mijn broer kon winnen, probeerde ik de partij zo lang mogelijk te rekken in de hoop dat Onze Lieve Heer alsnog ten gunste van mij zou ingrijpen. Het hielp nooit. Het zal ook John Kerry niet helpen als hij nog lang blijft doorzeuren over de stemmen in Ohio.

Democratie is een fragiel ding. Misschien zou Kerry het met andere wenkbrauwen wél gered hebben.

Het voordeel van een verblijf in de Verenigde Staten is dat je dankzij sommige kabelzenders de integrale redevoeringen van de presidentskandidaten kunt volgen. Je ziet de kandidaat volledig in actie, inclusief zijn sprongetje naar het podium en zijn handenschuddende act bij zijn vertrek. Bush bleek daarin een groter talent, al is ook hij geen natuurtalent.

Kerry deed zijn best, maar je zag te duidelijk dát hij zijn best deed. De stijve glimlach, de krampachtig gebalde vuist en, vooral, die wenkbrauwen. Ze gingen steeds meer hangen naarmate hij vermoeider werd. De laatste dagen begon Kerry de trekken te krijgen van een droevige man die zijn einde ziet naderen.

Er kwamen steeds duidelijker signalen dat zijn potentiële aanhang er ook niet meer in geloofde. Op de radio hoorde ik twee `liberals' tegen elkaar zeggen: ,,Konden we nog maar op Bill Clinton stemmen.''

Ja, Clinton. Ik zag hem ergens in het land een redevoering houden. Een half uur lang, alles uit het hoofd. Ronduit briljant. En steeds met láchende wenkbrauwen.

Kerry had dat niet. Kerry had hét niet.

New York stemde wel op hem, maar hield niet echt van hem.

Omstreeks tien uur ging we gisteravond het centrum van New York in om iets van de mood of the city te proeven. Maar er viel weinig te proeven. New York ondergaat zulke verkiezingen nogal berustend. Democraten noch Republikeinen kijken naar de stad om, want New York stemt toch wel Democratisch. De kandidaten hebben zich dan ook de afgelopen maanden niet in New York vertoond.

Gisteravond gingen de New Yorkers na hun werk lekker thuis tv kijken. Op Times Square hadden zich wat groepjes toeristen verzameld voor de grote beeldschermen van CBS, CNN en ABC. Wat verderop, op Rockefeller Plaza, had NBC een paar patserige tenten opgezet met de pretentieuze titel `Democracy Plaza'.

Het stelde niets voor. Daarom werden er misschien ook zo weinig mensen toegelaten. Ik vroeg, samen met andere mensen, aan een zwarte bewaker of we een kijkje mochten nemen in de tenten. Maar dat mocht niet, we moesten achter de hekken blijven. In New York stuit je voortdurend op bewakers van wie niets mag.

Dat was alles. Een handjevol mensen op Times Square en een handjevol op Rockefeller Plaza. De rest bleef thuis, en had nog gelijk ook. Toch een beetje een anticlimax in zo'n grote stad van zo'n groot land dat twee jaar lang naar deze verkiezingen heeft toegeleefd.

Op deze avond leek New York meer op Meppel dan op New York.

Toen we een tijdje vanachter zo'n hek op Rockefeller Plaza naar die tenten hadden gekeken waarin vermoedelijk niets gebeurde, zei ik tegen mijn vrouw: ,,Laten wij ook maar lekker tv gaan kijken.''

,,Kun je dat maken tegenover de krant?'' vroeg ze gewetensvol.

,,Nee'', zei ik, ,,maar daar hoeven ze toch niet achter te komen?''