Waagstuk van de eenvoud

In deze buitengewoon heftige verkiezingsstrijd hebben de aanhangers van de president vaak hun best gedaan om de indruk te wekken, dat de problemen van de volgende vier jaar een objectief gegeven zijn. Ze verzekerden dan dat George W. Bush alle kwaliteiten heeft om de oplossing te brengen, en John Kerry natuurlijk niet. Dat is de fundamentele vertekening van de waarheid. Van het begin af, met een ogenschijnlijke onderbreking van een half jaar, is deze president met zijn regering een onderdeel van het probleem geweest.

Na 11 september, terwijl de Amerikanen en de rest van het Westen zich in een ongekende solidariteit hadden verenigd, wekte hij de indruk dat hij in een nieuw tijdvak de leider van het beproefde en herleefde bondgenootschap was. Het Westen als geheel was bij volstrekte verrassing in een nieuw soort oorlog terechtgekomen: tegen het ongrijpbare en niets ontziende terrorisme. De vijand opsporen en vernietigen was de boodschap van de president. De oorlog waarin Afghanistan bevrijd werd van de Talibaan was een goed begin. Na de eerste overwinning is het snel veranderd.

Het Irak van Saddam Hussein verdrong Al-Qaeda van Osama bin Laden. De nieuwe oorlog werd onvermijdelijk. Over de propaganda die daaraan vooraf is gegaan, de vergissingen, misleidingen en leugens is al genoeg geschreven. Het verloop van de strijd, van Shock and Awe via de vallende standbeelden en de bevrijding naar een vorm van bezetting, gepaard aan een opstand met een soort burgeroorlog en een uitbreiding van het fundamentalistisch terrorisme draagt hetzelfde merkteken. Een grote overmaat aan zelfvertrouwen leidt tot zelfoverschatting en miskenning van de gecompliceerde werkelijkheid. Als de opperbevelhebber dan het commando tot de aanval heeft gegeven, raken de strijdkrachten na spectaculaire successen langzamerhand verstrikt in een groeiende chaos. Dit deert de leider niet. We volgen de juist koers, zegt hij, en dat blijven we doen. En hij steekt zijn duim op. `We will prevail'.

Op zo'n manier kun je niet aan het overwinnen blijven. Op de dag van de verkiezingen werden in Bagdad weer vier mensen onder wie een Amerikaan gegijzeld. Sinds het begin van de opstand, in april dit jaar, zijn er 160 gijzelingen geweest, van wie een aantal met onthoofding is geeïndigd. Op het ogenblik treffen Amerikaanse troepen om Falluja voorbereidingen tot heroveringen van de stad, met eventuele hulp van Iraakse soldaten, als die betrouwbaar zijn. Met deze operatie heeft het opperbevel in elk geval gewacht tot na de verkiezingen. De Iraakse president, sjeik Ghazi al-Jawar, is tegen dit grootscheeps geweld. ,,Het is alsof een vlieg op het hoofd van je paard zit'', zei hij in een interview. ,,Je pakt je geweer, probeert de vlieg te raken, je schiet het paard dood en de vlieg is verdwenen.''

Dit is de kern van de oorlog tegen het internationaal terrorisme zoals die sinds de voorlopige overwinning in Afghanistan door de regering van president Bush is gevoerd. Steeds meer dode paarden, steeds meer vliegende vliegen. Overtuigde voorstanders van de oorlog zijn ook tot deze conclusie gekomen. Thomas Friedman, columnist van de New York Times, met lange ervaring in het Midden-Oosten en één van de meest gedistantieerde waarnemers van de partijstrijd, heeft laten weten dat hij voor vader Bush zou hebben gekozen. In ieder geval nu niet meer voor de zoon.

The Economist, met 450.000 lezers in de Verenigde Staten, en overigens nooit aarzelend om buitenlandse regeringen goede raad te geven, heeft ook een stemadvies uitgebracht. `De incompetente of de incoherente?' luidt de kop. Het blad blijft erbij dat de aanval geen fout was. Zelfs met al het ongelofelijk geklungel van het voorspel, de valse casus belli. De ellende is pas na de bevrijding gekomen, nadat de president het einde van de `major operations' had afgekondigd. De oorzaak daarvan ligt in de fundamentele onderschatting van de onderneming: het geloof dat het met de wederopbouw even vlot zou gaan als destijds in Duitsland en Japan; dat volgens de neoconservatieve theorie het bevrijde volk de democratie zou omhelzen; dat met het nieuwe Irak voor het hele Midden-Oosten het uitzicht op de moderniteit zou worden geopend.

Het voorlopig resultaat nadert op het ogenblik tot het tegendeel. De wereldmacht heeft zich verstrikt in een chaos. Het is ernstiger dan in Vietnam. Dat conflict heeft de reputatie van Amerika veel schade gedaan, maar het speelde zich af in de marge van de Koude Oorlog. Irak is het centrum van een wereldconflict. De verhouding tussen de moslimwereld en het Westen wordt er diep door beïnvloed. Abu Ghraib is in ons deel van de wereld al bijna vergeten. Daar is het een teken: van hoe het Westen dat recht en democratie propageert, zijn tegenstanders behandelt. Voor het gevangenkamp in Guantánamo geldt hetzelfde. Een rapport van de John Hopkins Universiteit in Baltimore, waarin het aantal burgerslachtoffers in Irak geschat wordt op honderdduizend, wordt hier met reserve en kritiek ontvangen. Daar niet. Het Israëlisch-Palestijns conflict heeft in de campagnes van beide kandidaten geen rol gespeeld.

Na het voorspel en in anderhalf jaar oorlog heeft de geloofwaardigheid van het Amerikaanse leiderschap in de rest van de wereld zware schade opgelopen. Dit is niet tot de meerderheid van de kiezers doorgedrongen. Die geloven dat de president de oorlog tegen het terrorisme uitstekend leidt. Op het ogenblik dat ik dit schrijf is de definitieve uitslag nog niet bekend. Maar zoals het eruit ziet, begint George W. Bush in januari aan zijn tweede ambtstermijn. Dit betekent: voortzetting van het waagstuk van de eenvoud. Hij is begonnen met een minderheid in de popular vote van 500.000 kiezers. Nu heeft hij een meerderheid van bijna 5 miljoen. Het Europese probleem is de populariteit van Bush.