Rijzende ster bij Democraten

De grote sensatie van de Democratische Conventie, in juli, heette niet John Kerry, maar had de bijzondere naam Barack Obama en een zeker zo bijzonder levensverhaal. In een bevlogen toespraak zette deze 43-jarige zwarte advocaat de zaal in vuur en vlam. Hier stond een charismatisch politicus van een nieuwe generatie.

Gisteren won hij met het grootste gemak een zetel in de Senaat voor Illinois. In beide huizen van het Congres zijn de Democraten opnieuw in de minderheid, maar in de Senaat hebben ze nu in elk geval wel een grote politieke belofte. Hij zal de enige Afrikaans-Amerikaanse senator zijn (en de derde in de Amerikaanse geschiedenis).

Zijn enorme populariteit heeft Obama de afgelopen maanden niet alleen voor zijn eigen campagne gebruikt, maar ook al ingezet om partijgenoten in zeker dertien andere staten te helpen kiezers te trekken en fondsen te werven. Hij staat links in de Democratische partij, is voor het recht op abortus, beperking van het vuurwapenbezit en een uitgesproken tegenstander van de oorlog in Irak, maar hij heeft een brede aanhang.

Hij maakte naam als advocaat op het gebied van de burgerrechten, zoals veel zwarte politici voor hem. Maar anders dan zwarte leiders als Jesse Jackson presenteert hij zich als een politicus die veel méér aan de orde wil stellen dan de raciale verhoudingen.

In zijn toespraak voor de Conventie sprak hij niet over Martin Luther King en de problemen van zwart Amerika, maar droeg hij een boodschap van hoop en eenheid uit. ,,Er is niet een zwart Amerika, een blank Amerika en een hispanic Amerika. Er is alleen een Verenigde Staten van Amerika. Er is niet een links Amerika en een conservatief Amerika. Er is alleen een Verenigde Staten van Amerika.'' De feitelijke juistheid van die stelling deed er minder toe dan de retorische effectiviteit, die zich bewees in tranen bij de afgevaardigden en een donderende ovatie.

Obama, zoon van een Keniaanse vader en een blanke Amerikaanse moeder, groeide op op Hawaii en in Indonesië (hij spreekt nog Indonesisch). In de Verenigde Staten kwam hij op het slechte pad. Niet alleen besteedde hij meer tijd aan basketbal dan aan school, hij dronk en gebruikte drugs. ,,Junkie. Hasjroker. Die kant ging ik op'', schreef hij in zijn memoires over zijn zoektocht naar zijn Afrikaanse wortels en zijn jeugd zonder vader (die het gezin had verlaten om in Kenia minister van Financiën te worden).

Maar als in een echte Amerikaanse motivational life story kwam na de neergang toch weer het succes. Hij studeerde rechten aan Columbia University en Harvard, was de eerste zwarte hoofdredacteur van de Harvard Law Review, werd advocaat en kwam in de Senaat van Illinois voor de arme South Side van Chicago.

Eigenlijk had Obama gisteren geen volwaardige Republikeinse tegenstander. Zijn aanvankelijke rivaal trok zich terug toen zijn voorkeur voor Franse seksclubs aan het licht kwam. De enige die de Republikeinse partij bereid kon vinden om tegen Obama in het krijt te treden, was de uiterst conservatieve (en eveneens Afrikaans-Amerikaanse) dominee Alan Keyes, die niet eens uit Illinois komt (maar uit Maryland gehaald moest worden) en nooit een schijn van kans heeft gehad.

Zo kon Obama voluit de aanval op president Bush kiezen. ,,Iedereen kent wel iemand die koppig is en die het altijd bij het verkeerde eind heeft'', zei hij tijdens zijn campagne. ,,Maar waarom zou je zo iemand als president kiezen? Iemand kan een fout maken en dat beseffen. Of iemand kan arrogant zijn en gelijk hebben. Maar als iemand arrogant is en het steeds mis heeft, dan heb je een probleem.''