Niet alle schuld ligt bij havendirecteur Scholten

Bij de artikelen over het probleem van de havengelden past een kanttekening. De onvrede over de hoge en jaarlijks stijgende havengelden dateert al van voor het aantreden van W. Scholten als directeur van het Havenbedrijf.

Ik heb als Voorzitter van de Olie Contact Commissie (voorganger van de branchevereniging VNPI) in 1995 en 1996 twee gesprekken gehad met Scholten over de onevenredig hoge tarieven voor ruwe olie tankers. Ik heb toen voorgesteld de kosten die het Havenbedrijf maakt ten behoeve van ruwe olietankers door te laten lichten door onafhankelijke accountants om zo de havengelden te onderbouwen en dan in onderling overleg tot een aanvaardbaar tarief te komen.

Scholten leek hier niet afwijzend tegenover te staan, maar liet mij later weten dat de wethouder een dergelijk onderzoek niet toestond. Ik had geen reden om daaraan te twijfelen en dit bericht was het sein om de juridische weg te kiezen in de volle wetenschap dat die zeer lang zou zijn.

Deze weg begon ermee om alle tankers met ruwe olie die Europoort aandoen protest tegen de aanslag te laten aantekenen en een aantal hiervan te selecteren voor een beroep bij een gemeentelijke bezwarencommissie. De hoorzitting, een noodzakelijke farce, had plaats in mei 1997. Noodzakelijk, omdat pas daarna beroep bij de belastingkamer van het Gerechtshof in Den Haag mogelijk was, en een farce, omdat de bezwarencommissie, bestaande uit ambtenaren van de gemeente en de douane, geen enkele onafhankelijkheid of juridische competentie kende; haar oordeel stond tevoren vast. Na verwerping van de bezwaren door de bezwarencommissie is de fiscale procedure bij het Gerechtshof gestart, zoals beschreven in deze krant van 21 oktober. Een jaar later is eveneens een civiele procedure gestart omdat Rotterdam de heffing van havengelden had gedefiscaliseerd, teneinde de financiële gevolgen van verlies te verkleinen.

Ik memoreer deze zaken omdat vanaf het moment dat een gemeentelijke bezwarencommissie de bezwaren van de olie-industrie moest beoordelen, de Havenwethouder volledig op de hoogte moet zijn geweest en vanaf het moment van defiscalisering moet het gehele gemeentebestuur het hebben geweten, omdat hier een raadsbesluit over is genomen.

De juridische procedures tegen de gemeente Rotterdam zijn gestart in de verwachting dat de gemeente die zullen verliezen, maar het gaat niet aan de schuld daarvan bij voorbaat bij Scholten te leggen als gemakkelijk beschikbare zondebok.