Moslimjongere moet knop in zijn hoofd omzetten

De overheid moet in gevangenissen, in achterstandswijken, in moskeeën en op schoolpleinen de radicalisering en de invloed van buitenlandse elementen krachtig aanpakken, vindt Sadik Harchaoui.

De moord op Theo van Gogh is een weerzinwekkende gebeurtenis: een nieuwe liquidatie van het vrije woord, de parel van onze rechtsstaat. De vele afkeuringen door allochtone en autochtone organisaties, het `kabaalafscheid' op de Dam gisteravond en de talloze mensen die bloemen neerlegden bij de plek waar Van Gogh viel, onderstrepen dat. Ze leggen tevens een basis om gezamenlijk de strijd aan te binden tegen radicale elementen in onze samenleving. Dat biedt ook perspectief om de ontstane angst voor en achterdocht tussen allochtone en autochtone burgers productief te maken.

Het opsporingsonderzoek is nog in volle gang. Zolang de motieven van de dader niet duidelijk zijn, blijft het gissen naar het waarom. Wat ook het antwoord zal zijn, een rechtvaardiging voor geweld kan het nimmer zijn. Maar we kunnen al wel proberen hier een eerste duiding te geven van het waarom van deze misdaad.

Moslimjongeren hebben steeds hogere verwachtingen van hun kansen in de ontvangende samenleving, zeker als zij goed geschoold zijn. Ze hebben ook een groot gevoel van eigenwaarde en voelen zich deel van meerdere gemeenschappen, wat hun in hun ogen meerwaarde geeft. Maar al gauw kan hun trots gekwetst worden, omdat hun identiteit en zelfrespect ter discussie worden gesteld, hun sociale en economische verlangens niet beantwoord worden en hun vermogen tot zelfkritiek onvoldragen is. Zij voelen zich dan gekwetst en gefrustreerd en leggen de schuld daarvoor bij de ontvangende samenleving.

Omdat familie, sociale netwerken en leeftijdgroepen wegens een fragiele verworteling in de samenleving nog onvoldoende opvang bieden voor deze teleurstellingen en frustraties, komt een proces van zelfisolering op gang, waarvan politiek-extremistische islamisten die zich in en rondom moskeeën en andere plekken ophouden, gebruikmaken.

Rekruteurs voltrekken op hun beurt het in gang gezette proces van vervreemding en radicalisering, waarop familieleden, docenten en anderen geen zicht en controle hebben. Vaak tot hun verrassing blijken jongeren opeens een zeer conservatieve vorm van het geloof te belijden, elk normaal sociaal contact te mijden of ontpoppen ze zich als fervente jihadisten met een extreem antiwesters vocabulaire. Het gaat soms om hoog opgeleide jongeren en bekeerlingen die dit proces van frustratie, (zelf)isolement en politiek-religieuze radicalisering doorlopen.

Het versterken van de weerbaarheid en veerkracht van juist deze jongeren tegen radicalisering en rekrutering is in de eerste plaats een belangrijke opdracht voor moslims en islamitische organisaties. Daarnaast kan het radicaliseringsproces dat zich in stilte in hoofden van jongeren voltrekt, alleen gestopt worden als de binding met het gezin, de school, de arbeidsmarkt, kortom onze samenleving, wordt hersteld.

Politie en justitie moeten vanzelfsprekend gewelddadige vormen van radicalisering verijdelen en bestraffen. Voor deze instellingen ligt er de klemmende opdracht om met spoed hun kennis en deskundigheid op dit terrein te vergroten.

Maar we moeten ook de weerbaarheid van jongeren zelf vergroten. Dat begint bij het bestrijden van de sociaal-psychische problemen van gezinnen en rond de opvoeding. In een omgevinf van armoede, achterstand, deprivatie en huiselijk en straatgeweld kan de ideologie van de politieke islam voor deze groep een aanlokkelijk alternatief zijn. Moslims en hun organisaties en de samenleving moeten in gezamenlijkheid een alternatief scheppen, waarbij jongeren zich blijvend verzetten tegen radicale elementen.

In een dynamische samenleving zijn burgers voortdurend bezig `schakelpotenties' te ontwikkelen om in diverse sociale groepen soepel en conflictvrij te kunnen functioneren. De constructie van een eigen identiteit is voor velen een sociaal en psychisch proces dat zonder al te veel problemen verloopt. Maar daar waar jongeren zonder sturing en begrenzing hun eigen identiteit in elkaar knutselen, kan de potentiële vorming van een hybride identiteit omslaan in de feitelijke vorming van een rigide identiteit op basis van religieuze clustering: het terugtrekken in een eigen, afgesloten groep met al dan niet radicaal-afwijzende ideeën over onze westerse samenleving. Het is juist op het raakvlak van sociaal-economische, culturele en identiteitsvormende ontwikkelingen dat de strategie van verlokking en verleiding tot radicalisering wordt ingezet.

Het spreekt vanzelf dat deze strategie alleen slaagt als de moslimjongere zelf in zijn hoofd de knop heeft omgedraaid. Terwijl hij tot op het bot de regels van het geloof schendt door huiselijk geweld, overmatig drankgebruik en straatgeweld, legt hij zichzelf naar de samenleving toe geen enkele grens op. Zijn zelfgekozen identiteit als moslim is een façade waarachter een diepe leegte schuilgaat.

Integratie, met als doel gedeeld burgerschap, is een proces dat in grote mate door migranten zelf ter hand moet worden genomen. Leiders die publiekelijk van radicalisering afstand nemen en zich er tegen verzetten, zijn meer dan ooit nodig. Moslimjongeren zelf moeten veerkracht tonen door eigen initiatief en verantwoordelijkheid en zij moeten ingesleten reflexen van slachtofferschap van zich afgooien. Jongeren moeten daarbij door ouders en ouderen gesteund worden in hun proces van volwassenwording in een westerse, sterk seculiere samenleving.

Complementair dient de overheid een deltaplan tegen radicalisering in onze samenleving op te zetten. In gevangenissen, achterstandswijken, in moskeeën en op schoolpleinen dient zij de radicalisering en de invloed van buitenlandse elementen krachtig aan te pakken. De parel van onze rechtsstaat, het vrije woord, vergt de gezamenlijke inzet van alle burgers. Zodat wij allen van deze parel kunnen blijven genieten, zoals Theo van Gogh dat deed.

Sadik Harchaoui is waarnemend voorzitter van de Raad van bestuur van FORUM, Instituut voor Multiculturele Ontwikkeling