Morele waarden overstemmen `Irak'

Het Bush-kamp claimt net als vier jaar geleden zo snel mogelijk een soort recht op de zege. Daarmee wil het Kerry in de hoek van de slechte verliezer krijgen.

Voor George W. Bush smaakt de overwinning zoet, al vóór hij het Witte Huis opnieuw voor vier jaar heeft zekergesteld. Door een voorsprong van ruim 3,5 miljoen stemmen op zijn uitdager John Kerry en een verruiming van de conservatieve meerderheid in de Senaat won hij het mandaat dat hij in 2000 misliep.

Zeker als de Republikeinen kans zien de afwikkeling van het stemmentellen in Ohio in hun voordeel te beslechten, zien zij ruim baan om hun militante buitenlandse politiek en radicale sociale en fiscale beleid in eigen land met hernieuwde kracht voor te zetten.

Een tweede regering-Bush krijgt waarschijnlijk één of meer benoemingen in het hoogste gerechtshof te doen. De ziekte van de president van het Supreme Court, Rehnquist, herinnerde de kiezers aan dit voorrecht van de president. 57 miljoen Amerikanen schrokken er niet voor terug Bush die taak in handen te leggen.

Dat kan betekenen dat de regels in kwesties als abortus, de rol van het gebed op school en de doodstraf conservatieve worden. Uit de ruime steun in elf staten voor amendementen tegen het homohuwelijk en uit antwoorden in peilingen, afgenomen bij het verlaten van de stemlokalen gisteren, bleek dat voor velen de religiositeit en `morele waarden' die zij in president Bush herkennen doorslaggevend zijn geweest.

De bezwaren tegen de oorlog in Irak, die bij een kleine meerderheid van het Amerikaanse volk leeft, werden door de nadruk op `moral values' overstemd. En ook de zorg over een economisch herstel, dat aan werklozen en mensen met minimale inkomens voorbijgaat, legde het bij een meerderheid af tegen ontzag voor het sterke leiderschap van Bush in de oorlog tegen het terrorisme.

Het overwinningsfeest is natuurlijk verre van compleet als Bush Ohio niet zou winnen en daarmee afscheid zou moeten nemen van het Witte Huis. Op grond van zijn voorsprong van 140.000 stemmen, nadat 99 procent van de gewone stemmen in Ohio zijn geteld, is dat niet waarschijnlijk. De Democraten zeggen dat er tot 250.000 `voorlopige stemmen' zijn die nog moeten worden geteld. Eerst moet blijken hoeveel daarvan geldig worden verklaard, en vervolgens zouden er minstens 140.000 voor Kerry over moeten blijven.

Net als vier jaar geleden claimden de Republikeinen vannacht zo snel mogelijk een soort recht op de overwinning. Daarmee trachtten zij Kerry in de hoek van de slechte verliezer te krijgen. Al Gore kan vertellen over het `prisoner's dilemma' dat hij in dat verdomhoekje vier jaar geleden beleefde. Kerry zal alleen een lange procedure, die minstens elf dagen gaat duren, kunnen eisen als hij aannemelijk kan maken dat hij een reële kans op de overwinning heeft.

Florida heet dit jaar Ohio. Als de noordoostelijke industriestaat gisteren alle stemmen had kunnen tellen, had de wereld vanmorgen al geweten wie de 44ste president

van de Verenigde Staten is geworden.

Een toppunt van gesmeerde organisatie is het uitblijven van een uitslag niet, maar de gevreesde chaos is uitgebleven, in Ohio en in Florida. De kans lijkt vooralsnog klein dat de vele duizenden juristen die door de twee campagnes op scherp waren gezet, in actie zullen komen.

Voorlopig is duidelijk dat de conservatieve revolutie, die al tien, twintig, dertig jaar gaande is, door George W. Bush en zijn politieke adviseur Karl Rove op effectieve wijze is voortgezet en uitgebouwd. Amerika heeft gisteren uitgesproken dat het de voorkeur geeft aan een religieus geïnspireerde, sterk kapitalistische binnen- en buitenlandse politiek.

Een optimistische versie van `het recht van de sterkste' is waar een meerderheid van de Amerikanen de voorkeur aan geeft boven het door John Kerry geschetste gematigde internationalisme en een binnenlandse politiek die iets meer elementen van de verzorgingstaat wil handhaven. Maar ook dan stond het programma van John Kerry rechts van de meeste conservatieve partijen in Europa.

De veelbesproken kloof tussen de nieuwe en de oude wereld zal – zonder een speling van de geschiedenis – niet snel kleiner worden. De hoop van Democraten dat de demografische ontwikkelingen binnen de Verenigde Staten hun een handje zouden helpen, zijn vooralsnog niet uitgekomen. President Bush heeft zijn steun onder Latino-kiezers uitgebreid en weer een ruimer deel van de blanke meerderheid binnen de Verenigde Staten aan zich gebonden.

Voor de Democraten staat een diepe neerslachtigheid voor de boeg. Howard Dean gaf uiting aan hun woede over de oorlog en de vernederende behandeling die zij meenden te krijgen van een president zonder werkelijke kiezersmandaat. Maar om hun kansen op winst in 2004 te vergroten kozen zij, zonder persoonlijk enthousiasme, voor de redelijke, degelijke John Kerry.

Nu zelfs een gematigde Democraat, die de oorlog in Irak had gesteund, het aflegt tegen een meerderheid van Amerikanen op het platteland en in de eindeloze voorsteden, moeten zij zichzelf helemaal opnieuw uitvinden. Hoe een winnende Democratische coalitie er uit moet zien, is nog verre van helder. Alleen binnenstadsbewoners, en zwarten en een paar miljoen hele en halve intellectuelen is niet genoeg.

Ook geografisch heeft George W. Bush de Democraten verder verjaagd, niet de zee in, maar wel naar de zee.

De kieskaarten immers vertonen een immense rode (Republikeinse) zee, met blauwe (Democratische) randen. Het Amerikaanse Zuiden is weer steviger in handen van conservatieve Republikeinen gekomen, en de vroeger solide sociaal-democratische staten aan de grote meren in het Noorden, waren fel omstreden `battleground states' waar de Democraat John Kerry met moeite aan vast heeft weten te houden.