Luigi Lo Cascio

Een mooie jongen is Luigi Lo Cascio. Maar hij teert niet op zijn schoonheid. De lieve arts uit `La meglio gioventù' is een genadeloze revolutionair in `Buongiorno, notte'.

Er is dat ene gezicht, dat qua schoonheid ergens zweeft tussen jonge Alain Delon en de jonge Dustin Hoffman. En daar overheen scheren al die verschillende uitdrukkingen. De glimlachende psychiater-rebel in La meglio gioventù, de homoseksuele familie-rebel in Il piú bell' giorno della mia vita, de levendige radio-rebel van I cento passi, de kille moord-rebel in Buongiorno, notte die deze week in première gaat in Nederland.

Luigi Lo Cascio heeft een donkere blik. Zijn oogopslag als hij, in Buongiorno, notte van Marco Bellochio, door de kier van zijn bivakmuts tuurt, of door het kijkgat in de cel van zijn gevangene. Geen twijfel mogelijk: aan de genade van deze man zou je niet graag overgeleverd zijn.

Luigi Lo Cascio heeft een zonnige blik. Zijn oogopslag als hij, in La meglio gioventù van Marco Tullio Giordana, voor het eerst in een jaar zijn broer terugziet na een vlammende ruzie. Geen twijfel mogelijk: deze man kan vergeven uit het diepst van zijn hart.

Het is allemaal een kwestie van blikken en fronsen. Soms een klein gebaar. Het klinkt uitermate oppervlakkig, maar wat doet een acteur ook anders dan de uiterlijke kenmerken van gevoelens naar de oppervlakte brengen zodat ze vandaar op een scherm geprojecteerd en door het publiek meegevoeld kunnen worden?

De Siciliaan Luigi Lo Cascio, geboren in Palermo, 1967, is in een paar jaar tijd een van de bepalende gezichten van de Italiaanse cinema geworden. Hij droeg de zes uur lange serie La meglio gioventù uit 2003, hoewel hij het misschien nog moeilijk had gekregen als Nicolà's spannende filmbroer Matteo (Alessio Boni) niet halverwege zelfmoord had hoeven te plegen van het scenario.

Het bewonderenswaardige van zijn rol in La meglio gioventù, van Marco Tullio Giordana, is dat Lo Cascio er geloofwaardig in verandert van jonge hippie-rebel naar progressieve vijftiger met een kind en een goede baan.

Zijn subtielste verandering zit in I cento passi uit 2000, zijn debuut en de eerste film met Marco Tullio Giordana. Hier ontwikkelt hij zich van onbesuisde jongen die graag plaatjes draait, tot de ziel van het verzet tegen de plaatselijke maffia. Je ziet hem zich meer en meer bewust worden van de taak die zo op hem komt te rusten en het onvermijdelijke einde dat daarbij hoort en dat hem vrees inboezemt – regisseur Giordana is nooit bang voor symboliek.

Maar die symboliek wordt acceptabel door het talent van Luigi Lo Cascio. Zijn angst en onwil om te sterven in I cento passi krijgen een mooie echo in Buongiorno, notte uit 2004 van Marco Bellocchio, als de revolutionair die Lo Cascio speelt aan Aldo Moro vraagt: ,,Bent u niet bang om te sterven?'' Waarop Moro antwoordt: ,,Ook Jezus was bang in de hof van Gethsemane.'' En Mariano de Brigadist overduidelijk moeite heeft de vergelijking van zich af te schudden en Moro te executeren.