`Ik ben de dorpsgek, jij de afvallige vrouw'

Nu zijn er nog maar weinig moslimextremisten, maar hun potentiële invloed is veel te lang onderschat, vindt Ayaan Hirsi Ali.

Na mijn eerste reactie van schok en ongeloof heeft het gevoel van intens verdriet de overhand gekregen. Ik ben verdrietig om de dood van Theo. Dat hij niet met zijn zoon naar Amerika kan verhuizen. Dat hij dood moest om de aandacht te vestigen op de aanwezigheid van individuen voor wie geloofsovertuiging vele malen meer waard is dan een mensenleven. Ik ben verdrietig omdat Nederland opnieuw zijn onschuld kwijt is, een onschuld waar Theo het exponent van was. De aanval op Amerika en Spanje werd weggerationaliseerd als iets wat daar kan gebeuren, niet hier. Theo's naïviteit was niet dat het hier niet kon gebeuren, maar dat het hem niet kon gebeuren. Hij zei: `Ik ben de dorpsgek, die doen ze niets. Wees jij voorzichtig, jij bent de afvallige vrouw.' Ik ben verdrietig omdat mijn vrienden en ik hem niet kunnen feliciteren met zijn nieuwe film `0605', waar hij zo trots op was.

Maar ik ben ook woedend, dat hij dood is en dat ik leef. Ik weet dat ik leef omdat ik persoonsbeveiliging heb en hij dat niet had. Ik ben woedend dat hij een rituele slachting heeft moeten ondergaan. Ik ben woedend als ik luister naar de hoofdofficier van justitie die zegt geen aanwijzingen gehad te hebben om Van Gogh te beveiligen. Ik ben woedend op de zwakke smoes dat Van Gogh zelf geen beveiliging wilde, omdat ik weet dat mensen die gevaar lopen politici beveiliging wordt opgelegd. Niet alleen om hun leven, maar ook voor de openbare orde en nationale veiligheid. Het maakt je boos en machteloos om te zien hoe knullig de `Amsterdamse driehoek' zich in bochten wringt om zich hieruit te redden.

Was de dood van Theo van Gogh te voorkomen? Waren er genoeg aanwijzingen om hem te gaan beveiligen? Op 30 augustus, één dag na de uitzending van Zomergasten met daarin `Submission part 1', werd op het internetforum van de Muwahihidin De Ware Moslims de foto van Theo van Gogh (uit de Metro) onder een foto van mij (van de website van Nova) geplaatst. Boven mijn foto stond `De Ongelovige Duivelse Mortadda' en mijn naam, boven zijn foto stond `De Ongelovige Duivelse Spotter', Theo van Gogh. Er zijn toen 22 rechercheurs aan het werk gezet om te achterhalen wie dit gedaan heeft. Ik heb aangifte gedaan, ik ben gehoord, en de dader is veroordeeld tot negen maanden gevangenisstraf. Is Theo hier iets over gevraagd? Had niemand kunnen bedenken dat wraak op `de ongelovige duivelse spotter' voor de hand lag, niet alleen wegens de film, maar ook omdat een van hen gevangen was gezet wegens een ongelovige duivels mortadda? Ik ben woedend erachter te komen dat de moordenaar van Theo van Gogh een bekende was van de AIVD ik vermoed dat er een dom kunstmatig onderscheid werd gehanteerd tussen politici en opiniemakers.

Ik ben woedend omdat ik weet dat de dader niet alleen is: hij is lid van een netwerk van moslims die intens bezig zijn met hun geloof en allemaal rondlopen met voornemens om onschuldige mensen te doden, maar bovendien kon de dader zich voorbereiden te midden van vrienden en kennissen die zelf nooit iemand zouden vermoorden, maar het niet erg vonden dat Theo van Gogh gedood is.

Dat gegeven maakt de moord op Van Gogh zo anders dan de dreigementen van dierenactivisten tegen politici of de kogelbrieven voor politici. Deze laatste twee dreigingen zijn hanteerbaar. Islamitisch terrorisme, zowel in Nederland als daarbuiten, kan gedijen omdat het ingebed is in een grotere kring van eensgezinde medemoslims. Ik ben woedend dat dat gegeven maar niet wil doordringen tot de mensen die verantwoordelijk zijn voor onze veiligheid.

Ik voel me schuldig dat ik naar Theo ben gegaan met het script van `Submission'. En dat hij daarom gedood is. Rationeel weet ik dat alleen de dader schuldig is aan zijn dood. Gevoelsmatig is dat verwarrend. Theo en ik hebben het uitvoerig gehad over de mogelijke consequenties voor ons beiden. Hij zei: `Op het moment dat deze overwegingen je weerhouden van het uiten van je mening, is er toch geen vrijheid van meningsuiting? Dat is koren op de molen van de islamisten.'

Ik was bereid heel ver te gaan om mensen wakker te schudden: aan de ene kant de Nederlandse autoriteiten, die zich moeten realiseren dat de radicale islam en zijn aanhangers zich in Nederland hebben genesteld, en aan de andere kant de islamitische massa, die de lelijke moedervlekken van hun eigen godsdienst moeten leren zien. De islamitische massa zou zich moeten realiseren dat zijn achterstand niet zozeer ligt in het feit dat hun geloof in god verzwakt is, of dat ze door joden danwel andere ongelovigen gediscrimineerd worden, zoals de radicalen hen voorhouden, maar dat die achterstand deels aan henzelf ligt. De behandeling van het individu, de positie van de vrouw, het stichten van eigen ghetto's als islamitische scholen, het zijn verklaringen voor de eigen achterstand.

Op al deze punten was Theo het met mij eens. Sterker nog, op zijn manier en als cineast probeerde hij zoveel mogelijk de islamitische jeugd niet uit te sluiten maar hen aansluiting te geven. Zijn film Cool en de serie Najib en Julia zijn vanuit dat ideaal gemaakt. Ik voel me schuldig dat ik misbruik heb gemaakt van zijn gebrek aan angst, want ik wist dat wie aan de heilige schriften komt, meer gevaar loopt dan wie alleen columns schrijft. Ook wanneer die columns inhoudelijk pittig zijn.

Een mens is op een gruwelijke manier afgemaakt, alleen om wat hij vindt. Voor Nederland is dit relatief nieuw, maar in islamitische landen is het aan de orde van de dag. Nu een aanzienlijk deel de Nederlandse bevolking moslim is, is het tijd voor het kabinet en andere gezagsdragers om de gegronde angst van de 70 procent van de bevolking (zie het jongste SCP-rapport) serieus te nemen. Dat neemt niet weg dat we voortdurend moeten benadrukken dat het vandaag nog om een zeer klein deel van de islamitische medeburgers gaat, maar dat de potentiële invloed van extremisten binnen die groep groot is.

Ayaan Hirsi Ali is lid van de Tweede Kamer en maakt deel uit van de VVD-fractie.