Hevige strijd om toppositie WTO

Wie krijgt de topbaan bij de Wereldhandelsorganisatie? Een felle strijd is losgebarsten tussen kandidaten uit Zuid-Amerika en Afrika. Maar een Europeaan maakt kans op de hoofdprijs.

Ambassadeurs in Genève krijgen dezer dagen opvallend veel bezoek van Brazilianen, Uruguayanen en Mauritianen. Na een gesprek over handelskwesties of Darfur komt de aap uit de mouw: wil mijnheer de ambassadeur zijn regering vertellen dat de kandidaat van Brazilië/Uruguay/Mauritius (doorhalen wat niet van toepassing is) voor de post van directeur-generaal van de WTO, de Wereldhandelsorganisatie, met kop en schouders boven de anderen uitsteekt?

In september 2005 loopt de ambtstermijn af van de huidige WTO-directeur-generaal, de Thai Supachai Panitchpakdi. Alle 148 leden van de WTO, de opsteller en bewaker van vrijwel alle internationale handelsregels, hebben het recht om tussen 1 en 31 december een kandidaat voor Panitchpakdi's opvolging in te dienen. Maar nu al is de strijd om de opvolging losgebarsten. Brazilië, Uruguay en Mauritius hebben alledrie een kandidaat naar voren geschoven. Ze bevechten elkaar soms met grof geschut. En er hangen nog meer namen in de lucht – zoals die van Pascal Lamy, de eurocommissaris van Handel.

,,Het is een negatieve campagne'', zegt een diplomaat in Genève die, net als zijn collega's, niet geciteerd wil worden. ,,Persoonlijke rancune en pure machtspolitiek spelen een rol. Er wordt druk geroddeld. De onderhandelingen over nieuwe spelregels voor de handel in diensten lijden er soms onder. Als de Uruguayaanse ambassadeur iets zegt in een vergadering, denk je meteen: Die wil stemmen winnen.''

Op een nieuw psychodrama over een directeur-generaal zitten ze bij de WTO niet te wachten. De selectie van de vorige, in 1999, verliep desastreus. De directeur-generaal moet bij consensus worden gekozen. Als een kandidaat niet genoeg steun heeft, wordt hij geacht zich terug te trekken. Tot een stemming komt het pas als er geen andere uitweg is. In 1999 steunden de noordelijke landen de Nieuw-Zeelander Mike Moore en de zuidelijke landen de Thai Panitchpakdi. Niemand wilde wijken. Er werd gescholden, sommigen groetten elkaar maanden niet. Een duobaan was de enige oplossing: beide mannen mochten het drie jaar doen. Velen zien dat nog steeds als een smet op het redelijk vlekkeloze blazoen van de WTO. Het veroorzaakte een trauma dat veel groter is dan dat van de mislukte ministersconferentie in Cancún, vorig jaar.

Iedereen wist sinds mei dat Uruguay zijn WTO-ambassadeur in Genève, Carlos Pérez del Castillo, voor de post wil voordragen. Algemeen werd aangenomen dat geen ander Latijns-Amerikaans land het in zijn hoofd zou halen om óók met een kandidaat te komen. Pérez del Castillo is een gerespecteerd man die de WTO als zijn broekzak kent. Behalve de huidige Aziatische directeur-generaal zijn het tot nog toe enkel westerlingen geweest die de topbaan hebben vervuld. Velen vinden dat er nu een Afrikaan of Latijns-Amerikaan aan de beurt is. Als twéé Latijns-Amerikanen vechten om het been, zou een Afrikaan ermee heen kunnen lopen.

Menigeen viel dan ook van zijn stoel toen Brazilië onlangs aankondigde dat het zíjn WTO-ambassadeur, Luiz Felipe de Seixas Correa, kandideert. Ook hij wordt gezien als up to the job. Dit kwam in Montevideo hard aan. De Uruguayaan riep meteen dat hij in de race blijft: ,,Ik heb de steun van mijn regio, en van andere regio's.'' De Brazilianen zeggen weer dat hij ondermaats is omdat hij nooit minister is geweest. De term `broedermoord' is zelfs gevallen.

Velen denken dat Brazilië de WTO gebruikt om Latijns-Amerika te domineren. ,,Brazilië voert een nogal linkse politiek'', zegt een diplomaat. ,,Pérez zit rechts van het spectrum. Daarom wil Brazilië voorkomen dat hij het wordt.'' Daarmee komt de derde kandidaat in beeld, de Mauritiaanse minister van Handel Jayen Cuttaree. Bij WTO-onderhandelingen heeft hij vaak een bemiddelende rol gespeeld, met succes. Omdat Mauritius als suikerproducent nauwe banden heeft met de EU, kiest het vaak de kant van Europa. Als puntje bij paaltje komt, kan Cuttaree een aantal Europese landen aan zijn kant krijgen.

Een naam die blijft rondzoemen, is die van Pascal Lamy, de Franse eurocommissaris van Handel. Lamy, zeggen velen, zou de ideale directeur-generaal zijn. De laatste vijf jaar was hij voor de Europese Unie onderhandelaar bij de WTO. De Amerikanen hebben hem, ondanks felle handelsdisputen met de EU, hoog zitten. Voor de Derde Wereld is hij acceptabel omdat hij hun ontwikkeling hoog in het vaandel heeft staan. Er is alleen één probleem: de socialist Lamy heeft slechte banden met de conservatieve Franse regering. Die regering moet hem wel kandideren. Het verhaal gaat dat een Franse minister hem deze zomer tijdens een ruzie toebeet: ,,We weten dat je internationale ambities hebt. Wij zullen alles doen om je dwars te zitten!''

Toch wil Frankrijk, net als elk land, graag zoveel mogelijk landgenoten op hoge internationale posten. Als groot land vindt het ook dat het best een toontje hoger mag zingen dan anderen. De laatste tijd komen er uit Parijs gefrustreerde geluiden: Frankrijk vindt dat het onderbedeeld is. Wie weet, denken sommigen, offert de regering-Raffarin partijpolitiek en persoonlijke antipathieën alsnog op aan het Franse staatsbelang.

Waar het huidige gescherm met kandidaten en would-be-kandidaten op uitloopt, weet niemand. ,,Ik hoop dat we de toestanden van 1999 niet nog eens meemaken'', zucht WTO-woordvoerder Keith Rockwell. Maar de voortekenen zijn niet echt bemoedigend.