Het lijden van de Führer, het lijden van de burgers

Zou er nog iemand zijn die niets weet over Der Untergang? Die niet het hele mediabombardement over het `vermenselijken' van Adolf Hitler heeft meegekregen? Het zal moeilijk zijn deze film onbevangen te bekijken.

Net als Hitler, the Last Ten Days (Ennio de Concini, 1973; met Alec Guinness als Hitler) en G.W. Pabst's Der Letzte Akt (1955) gaat Der Untergang – gebaseerd op het gelijknamige boek van historicus Joachim Fest – over de laatste dagen van Adolf Hitler. Hij zit met zijn entourage verschanst in een bunker onder de Rijksdag en luistert naar het bulderen van de Russische kanonnen die op het punt staan Berlijn in te nemen.

Zijn militaire staf laat hem in de waan dat het tij nog zal keren maar een voor een verlaten zijn getrouwe bondgenoten hem: Himmler, Göring, Speer – alleen Goebbels blijft hem trouw. En zijn jonge secretaresse Traudl Junge.

Met de stem van de secretaresse begint (en eindigt) de film. Het beeld is zwart en we horen haar getuigenis uit de documentaire Im toten Winkel – hoe jong en naïef ze was toen zij haar baan kreeg en niets wist van de holocaust gedurende haar tijd als Hitlers persoonlijke assistente.

Dan begint de eerste scène. We zien Traudl Junge en andere kandidaten wachten op het sollicitatiegesprek met Hitler. Via haar blik krijgen we toegang tot Hitlers vertrek. Het is een strategie die de film consequent volgt. Steeds zien we scènes met Hitler die door anderen worden waargenomen. Der Untergang biedt in die zin een letterlijk menselijke blik op Hitler, een blik die instaat voor de onze.

De menselijkheid waarover al veel gesproken is, ontstaat door een uitgekiende filmische keuze. Zo worden de claustrofobische sequenties in Hitlers bunker afgewisseld met scènes waarin de niet aflatende beschietingen van Berlijn oorverdovend in beeld worden gebracht. Ook hier weer via de bezorgde blik van een vader op diens blind-loyale zoontje die bij de Hitlerjugend zit en de Russen flink van katoen geeft. Of via de avonturen van een arts die liever de zwaar getroffen Berlijnse bevolking bijstaat dan Hitler.

Zo mengt de film de geschiedenis van Grote Mannen met het lijden van de burgers en geeft het een kijkje achter de schermen van een commandocentrum. In vloeiende bewegingen gaat de camera door de benauwde vertrekken, bijna terloops de toenemende paniek, gelatenheid en decadentie vastleggend. Der Untergang trekt in deze scènes nadrukkelijk een parallel met de val van het Romeinse rijk. Officieren verliezen zich in drank en seksuele uitspattingen of hebben een aan apathie grenzende onverschilligheid over hun lot. Een parallel die nog eens onderstreept wordt door het gesprek tussen Hitler en Speer over de architectuur van Berlijn die de rijksminister modelleerde naar het oude Rome.

De meest schokkende scènes uit Der Untergang zijn uiteindelijk niet die waarin Hitler huilt om het vertrek van Speer of de ijzige koelbloedigheid waarmee Magda Goebbels haar zes kinderen vergiftigt. Het zijn die waarin Hitlers `lijden' verbleekt bij dat van de gewone Duitser. Dan blijkt Der Untergang een film over de verschrikkingen van een oorlog.

Der Untergang. Regie: Oliver Hirschbiegel. Met: Bruno Ganz, Alexandra Maria Lara, Ulrich Matthes, Corinna Harfouch, Juliane Köhler, Thomas Kretschmann. In: 20 bioscopen.