Dit is iets nieuws: moslimterreur

Sinds 1940 hebben wij niet meer zulke vijanden in ons midden gehad, meent Jozias van Aartsen. Zij willen onze samenleving vernietigen.

Gisterochtend om kwart voor negen werd in Amsterdam een terroristische aanslag gepleegd, met dodelijke afloop. De cineast Theo van Gogh is in koelen bloede geliquideerd door een in Amsterdam geboren soldaat van de jihad. Verbijsterend: de gewelddadige intimidatie van de vrije meningsuiting door moslimstrijders komt ons land binnen. Wil deze politieke intimidatie niet systematisch onze democratie ontwrichten, dan zijn bewustwording en daadkracht vereist.

We moeten goed beseffen dat hier iets nieuws is gebeurd. Het moslimfundamentalistisch geweld in ons land overschrijdt nu de drempel van de dood. Dit komt niet uit de lucht vallen. Er waren al de dreigingen op internet, terreurcellen die banden hadden met de kapers van `9/11', antisemitisch `vandalisme' in Amsterdam-Noord. Maar met de moord op Van Gogh is een stap gezet die tot enkele jaren geleden voorbehouden leek aan landen als Algerije of Egypte. Daar werden honderden seculiere schrijvers, filmmakers, leraren en journalisten de afgelopen kwart eeuw vermoord door moslimstrijders. Stuk voor stuk uitgezocht op hun opvattingen. Individueel omgelegd , collectief geïntimideerd. Dat fenomeen bereikt nu Nederland. Jihad in het Oosterpark.

Het kabinet spreekt in zijn brief van gisteravond preuts van een `criminele daad'. Alom hoort men de kwalificaties: moord op een publieke persoonlijkheid, een strijder voor het vrije woord, te wijten wellicht aan een `verharding' of `verruwing' van het maatschappelijk klimaat. Daar zijn inderdaad andere recente voorbeelden van: zware criminelen die elkaar op straat liquideren, zinloos geweld, radicale milieuactivisten. Een groeiende groep mensen duldt geen tegenspraak meer en is bereid geweld te gebruiken. De grenzen van de democratische rechtsorde worden overschreden. Dat is onrustbarend.

Religieus geïnspireerd terrorisme past zo bezien in een maatschappelijke tendens. Maar we mogen niet aan de verleiding toegeven het daartoe te reduceren. De jihad is brisanter en gevaarlijker voor onze samenleving dan clubs als RaRa of de Hells Angels. De ontkenningsfase moet zo langzamerhand over zijn. Een kleine groep jihadistische terroristen heeft het op de principes van onze samenleving voorzien. Daar valt niet mee te praten, zo merkte gisterochtend een getuige in de Linneausstraat – haar zoontje voor op de fiets. Daar valt niets aan te sussen en te pappen. Deze mensen willen onze samenleving niet veranderen, maar vernietigen. Wij zijn hun vijand. En dat hebben we sinds 1940 niet meer gezien.

Wie in de moord op Fortuyn de voorafschaduwing ziet van de moord op Van Gogh, vergeet iets. Die vergeet dat we het gisteren moesten stellen zonder de immense opluchting van de avond van de zesde mei 2002 – `gelukkig, de dader is een blanke Nederlander'. Terecht maant het kabinet tot kalmte. Stigmatisering van bevolkingsgroepen is een reëel gevaar. Maar stigmatisering voorkom je niet door sussende gesprekken met de vertegenwoordigers van de minderheden in Nederland. Nee, je moet de angel uit de oorzaak van het kwaad halen.

We moeten precies zijn. Aanslagen als die van gisteren worden niet gepleegd door een cultuur, religie of sociale groep. Ze worden gepleegd door radicale moslimstrijders met een fundamentalistische uitleg van de koran, niet sporend met de uitleg van de overgrote meerderheid van de moslims. Deze strijders willen alles vernietigen waarvoor wij staan. ,,U houdt van het leven, wij van de dood'', klonk het op 11 maart 2004. Zij zijn bereid te sterven om – in Madrid, Londen of Amsterdam – de sharia in te voeren.

Om die kleine groep van radicaal-fundamentalistische moslims aan te pakken, is daadkracht vereist. De Haagse focus ligt nu op de mogelijke nalatigheid van de AIVD. Daarover is het laatste woord zeker nog niet gezegd, maar tot nader order wachten we het onderzoek af. Ook een bredere focus is nodig. Ik heb daar in de Kamer al eerder op gewezen. De kracht van de jihad zit in ideeën. Net als de Koude Oorlog is de strijd tegen het moslimfundamentalisme daarom een ideeënstrijd. Het is zaak ideeën met ideeën te bestrijden: stimuleren van korankritiek en van vertalingen van westerse boeken in het Arabisch, het ijveren voor vrije pers en tegen anti-westerse propaganda (zoals op Syrische en Egyptische staatszenders te zien valt).

Daadkracht ten slotte zit ook in het gebruiken van de wettelijke middelen die tot onze beschikking staan. De nieuwe Wet terroristische misdrijven biedt openingen. Radicale moskeeën moeten worden gesloten (volgens de Telegraaf van heden frequenteerde de jihadist van gisteren de Amsterdamse El-Tawheed-moskee), radicale imams het land uitgezet en serieuzer moet worden bekeken hoe we geldstromen vanuit Saoedische extremistische hoek kunnen laten opdrogen. De democratie moet inzien dat ze kwetsbaar is. Pas dan kan ze weerbaarheid tonen.

Jozias van Aartsen is lid van de Tweede Kamer en is fractievoorzitter van de VVD.