De tragiek van het vrije woord

Theo van Gogh is vermoord omdat hij zijn mening uitte. Wordt hij te vroeg zalig verklaard?

Toen oud-hoogleraar mediarecht Gerard Schuijt gisteravond televisie keek, zegt de specialist in informatievrijheid, had hij wel zo zijn gedachten. ,,Donner en Balkenende die een lans braken voor de vrijheid van meningsuiting? Mijn eerste reactie was: maar een half jaar geleden hadden jullie het nog over cabaretiers die hun mond moesten houden over de koningin.''

Vanmorgen schreef Remco Campert in de Volkskrant over de reacties na de moord op Theo van Gogh, en hij schreef als eerste wat gisteren kennelijk ongepast leek: ,,De ene na de andere politicus stond pal voor de vrijheid van meningsuiting, maar dat is toch iets anders dan de vrijheid om de mensen tot in hun ziel pijn te doen.'' Campert citeerde een grap die Van Gogh ooit over joden maakte, en waarna hij wegens antisemitisme is vervolgd: `wat ruikt het hier naar caramel... vandaag verbranden ze alleen suikerzieke joden'. Campert concludeerde dat iemand die dat heeft geschreven ,,niet als een held van de vrije meningsuiting de geschiedenis in mag gaan.''

Heeft Campert gelijk? Zijn er, al mag je daar nooit mensen om vermoorden, toch grenzen aan het vrije woord die door Theo Van Gogh zijn overschreden? Is hij wat dat aangaat gisteren wat snel zalig verklaard?

Wanneer ga je te ver, vraagt Gerard Schuyt retorisch. ,,Bij mij ligt de grens bij het aanzetten tot haat en geweld – dat heeft het Europese hof ook gesteld. En dat heeft Van Gogh nooit gedaan. Hij heeft alleen dingen belachelijk gemaakt.'' Maar het is niet zo, zegt Schuijt, dat daarom alles maar mag. ,,We moeten niet doorslaan richting alles moet kunnen. Gewoon kwetsen mag van mij af en toe best worden veroordeeld. Maar in een rechtsstaat zal dat dus ook gebeuren. En voor een rechter is het cruciaal in welke setting is gekwetst.''

,,Je moet de vrijheid van meningsuiting voor columnisten zover optrekken als je kunt'', zegt Mohammed Benzakour, zelf schrijver en columnist. ,,Als Van Gogh moslims geitenneukers noemt, moet dat kunnen. Want als columnist ben je een eenling, lever je je eigen bijdrage aan meningsvorming.'' Maar voor politici ligt dat anders, vindt Benzakour: ,,Zij hebben een andere verantwoordelijkheid. Geert Wilders lust alle hoofddoekjes rauw – ben je dan niet aan het demoniseren en zaai je dan geen haat onder het volk als volksvertegenwoordiger? Of VVD-Kamerlid Hirsi Ali die Mohammed een tiran en perverseling noemt. Dat is evenzeer beledigend, haatzaaiend. Daarover hadden wij als moslimgemeenschap een aanklacht moeten indienen bij de rechter. Als we dat hadden gedaan, was de zaak nu misschien minder gecompliceerd geweest en zaten we niet zo vast in een neerwaartse spiraal van geweld en onvrijheid.'' Paul Cliteur, hoogleraar encyclopedie van de rechtswetenschap, schreef voor een symposium over `Vrijheid van Grenzen' begin oktober een essay, waarin hij stelt dat het recht en fatsoen de grenzen bepalen aan de vrijheid van meningsuiting. Veel columnisten gaan volgens Cliteur over de schreef. Opvallend genoeg schreef hij in dat verband niet over Van Gogh. Ook op de televisie gisteravond, waar hij als commentator optrad, gebeurde dat niet. ,,Dat komt'', zegt Cliteur, ,,omdat ik enerzijds het Amerikaanse principe aanhang dat er `clear and present danger' moet zijn dat iemand door bepaalde uitspraken fysiek geweld wordt aangedaan. Wat Van Gogh over joden schreef was heel onsmakelijk en beledigend, maar die dreiging was er niet.'' Als andere columnisten vergelijkingen met Mussert en nazi's maken is het gevaar er wél dat types als Volkert van der G. een pistool trekken.'' ,,Waar het mij om gaat'', zegt Cliteur, ,,is dat ik beter met mijn islamitische studenten over de islam kan discussiëren dan met de autochtone politiek correcte elite.''

Ad Verbrugge is sociaal-cultureel filosoof aan de VU in Amsterdam. Hij verwijst naar Cicero: vrijheid van meningsuiting kan alleen bestaan bij de gratie van zelfcensuur. Ze staan nu als een stelletje scheldende individuen tegenover elkaar, zegt Verbrugge. ,,Herinner je je nog de kwestie Dick Advocaat, afgelopen zomer? Dat gaf aan dat zeggen wat je denkt kan vervallen tot respectloos kwetsen, een ander beledigen en vernederen.

,,Iedereen eist nu de vrijheid van meningsuiting op. Het gaat niet om een gesprek, maar alleen om je eigen mening.''

Is Theo van Gogh dus inderdaad geen held van de vrijheid van meningsuiting? Jos de Mul, hoogleraar wijsgerige antropologie in Rotterdam, zou hem ,,een tragische held'' willen noemen: ,,Tragedies doen zich altijd voor als je tegenstrijdige principes niet kunt verenigen.''

De strijdige principes van de democratie zijn nu eenmaal vrijheid van meningsuiting én vrijheid van godsdienst, zegt De Mul. ,,Je zou ergens voor beide principes een grens willen trekken, maar dat kán niet.''