De slag om de ziel van de islam

De moord op Theo van Gogh, de Nederlandse cineast die kritiek uitoefende op islamitische praktijken, herinnert ons allen aan een knagende waarheid: meer dan vijftien jaar nadat de regering van Iran een doodvonnis tegen de schrijver

Salman Rushdie afkondigde, is het nog altijd een gewaagde onderneming om moslims uit te dagen.

Als moslimdissidente spreek ik uit ervaring. Na mijn boek The Trouble With Islam werden woede, haat en vitriool mijn deel. En wel omdat ik vragen stel waarvoor wij moslims ons niet meer kunnen verschuilen. Waarom verspillen we bijvoorbeeld de talenten van Gods halve schepping – de vrouwen? Hoe zit het met dat koppige antisemitisme in de huidige islam? En bovenal: hoe kunnen zelfs gematigde moslims de koran letterlijk nemen als deze net als elke heilige tekst wemelt van de tegenspraak en dubbelzinnigheden? Het probleem met de huidige islam is dat de letterlijke stroming overheersend wordt.

Van moslims die zich aan deze punten storen, krijg ik ze vaak versterkt terug in hun reacties tegenover mijzelf.

Ik word via mijn website regelmatig met de dood bedreigd. Sommige van mijn moordenaars in spe leggen de nadruk op de verdiensten van het martelaarschap en willen mij het `hellevuur' in smijten in ruil voor 72 maagden.

Anderen willen alleen maar weten welk vliegtuig ik de volgende

keer neem, dan kunnen ze dat

kapen. Ik ben dan ook niet erg mededeelzaam over mijn reisplannen.

Een paar bedreigingen zijn heel dichtbij gekomen. Op een vliegveld in Noord-Amerika kwam een moslimman op mijn reisgenote af en zei: ,,Jij hebt meer geluk dan je vriendin.'' Toen ze hem om uitleg vroeg, maakte hij van zijn hand een pistool en haalde de trekker over. ,,Zij komt er nog wel achter wat dat betekent'', zei hij veelbetekenend.

Maar ondanks alle bedreigingen is er ook goed nieuws: ik krijg meer steun, genegenheid en zelfs liefde van medemoslims dan ik voor mogelijk hield. Twee groepen in het bijzonder – jonge moslims en moslimvrouwen – hebben mijn website bedolven onder opgeluchte en dankbare brieven.

Ze zijn opgelucht, omdat iemand hardop zegt wat ze zelf alleen maar hebben gefluisterd, en

ze zijn dankbaar, omdat hun wordt vergund zelfstandig na te denken.

Daarom neem ik niet overal mijn lijfwacht mee naartoe. Misschien heb ik er een nodig als ik volgende week naar Frankrijk ga. Maar in mijn dagelijks leven weiger ik scherp bewaakt te worden. Als ik moslims geloofwaardig wil voorhouden dat wij wel degelijk kunnen leven zonder het eens te zijn met de gevestigde orde, kan ik niet aankomen met een grote, stoere kerel die over mijn schouder kijkt. Ik moet het goede voorbeeld geven. Tot zover niets bijzonders.

Natuurlijk heb ik sinds mijn boek uitkwam niet geprobeerd om naar Egypte, Syrië, Saoedi-Arabië of Pakistan te gaan. (Eén uitdaging tegelijk, graag!) Maar uit de betrekkelijke veiligheid waarmee ik in het Westen over de islam heb gesproken – van Groot-Brittannië tot België, van Australië tot Canada, van Nederland tot de Verenigde Staten – put ik de overtuiging dat de moslims in het Westen

een uitgelezen kans hebben.

Zij verkeren in de beste positie

om de islamtraditie van het onafhankelijke denken te doen herleven.

Waarom in het Westen? Omdat we hier al de kostbare vrijheid genieten om te denken en te zeggen wat we willen, om uit te dagen en uitgedaagd te worden – allemaal zonder angst voor represailles van de staat.

Ik ontken niet dat een aantal moslims het slachtoffer is geweest van pesterijen en discriminatie door westerse regeringen. Ik heb hetzelfde meegemaakt tijdens de Golfoorlog van 1991, toen ik in het Canadese Ottawa zomaar zonder reden een overheidsgebouw uit werd gezet. Maar dit doet allemaal niets af aan een fundamenteel gegeven: als moslims in het Westen vragen durven te stellen over ons heilige boek en als we ons wensen uit te spreken tegen schendingen van de mensenrechten die onder de vlag van dat boek worden begaan, hoeven we niet bang te zijn dat de staat ons om die reden verkracht, geselt, stenigt of ter dood brengt. Wat doen de moslims in het Westen in godsnaam met onze vrijheden?

Ik weet wat veel jonge moslims graag van ons zouden zien – dat we kritisch nadenken over onszelf, en niet alleen over Washington. Een sterke drijfveer om mijn boek te schrijven kwam dan ook voort uit de jonge moslims op de Amerikaanse en Canadese universiteiten. Ook vóór 11 september 2001 sprak ik daar al over de zegeningen van de verscheidenheid, met inbegrip van de verscheidenheid van meningen. Bij het podium verzamelden zich na deze toespraken vaak jonge moslims uit het publiek, die onderling opgewonden praatten en daarna op mij af kwamen.

,,Irshad'', kreeg ik dan te horen, ,,wij hebben stemmen als de jouwe nodig om ons te helpen dat geloof van ons te openen, want als het zich niet openstelt, dan stappen we eruit.''

Zij staan in de frontlinie van de slag om de ziel van de islam. Ongeacht de gevaren voor mijn eigen veiligheid zal ik hun niet de rug toekeren – of mij van de vrijheid afkeren die mijn maatschappij mij heeft geschonken.

Irshad Manji is de auteur van The Trouble with Islam: A Muslim's Call for Reform in Her Faith, in het Nederlands verschenen als Het Islam Dilemma. Dit artikel verscheen eerder op de website van UPI. ©UPI