Achterhaald kiesstelsel

Terwijl president Bush meer dan 3,5 miljoen stemmen (51 procent) voor staat op zijn uitdager, heeft hij nog geen onomstreden meerderheid in het college van kiesmannen. Er is nog een kleine mogelijkheid dat Bush ondanks zijn meerderheid van het totaal aantal uitgebrachte stemmen toch de verkiezingen verliest. Uitdager John Kerry (slechts 48 procent van de stemmen) wil afwachten of die kleine kans zich voordoet. Hoewel de chef-staf van het Witte Huis al publiekelijk heeft verklaard dat Bush heeft gewonnen, wachtte de president zelf aan het begin van de middag nog op een definitiever resultaat voor hij een verklaring zou afleggen. Zijn waarschijnlijke verkiezingszege moet geloofwaardiger zijn dan in 2000.

Merkwaardigerwijs gaat het bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen niet om de totale hoeveelheid van de stemmen, maar om de deelstaat waar ze worden uitgebracht. Wie in een deelstaat de meeste kiesmannen wint, krijgt de andere kiesmannen er meteen bij: winner takes all. Dan loont het om de resultaten in omstreden deelstaten goed na te tellen. De machtigste democratie ter wereld kan zich zo'n ingewikkelde, langdurige stemprocedure voor haar president niet veroorloven. Een Amerikaanse president is staatshoofd en politiek leider tegelijk. Een lang gevecht in deelstaten over de geldigheid van de verkiezingen verdeelt en is zelfs gevaarlijk voor het land. Het gaat hier niet om een waterschap.

Het stelsel van kiesmannen stamt uit de achttiende eeuw, toen de Amerikaanse confederatie nog enigszins leek op de huidige Europese Unie, met sterke regionale identiteiten van de deelstaten. In de puntentelling krijgen kleinere vaak conservatieve deelstaten relatief meer invloed op de verkiezingen dan grote. Nu conservatieve Republikeinen overal in het land ruime meerderheden halen, is er voor hen geen reden meer om verandering van dit achterhaalde stelsel te blokkeren.

In deelstaten die een bepalend verschil kunnen maken bij het eindresultaat, zijn de marges smal en waren nog niet alle stemmen geteld. De winnaar moet 270 kiesmannen hebben verzameld. Doorslaggevend zijn de 20 punten (kiesmannen) van de deelstaat Ohio. Er zijn daar zeker 175.000 stemmen provisorisch ingevuld omdat nog moet worden uitgezocht of deze kiezers wegens een onduidelijke identiteit of een verkeerd stemdistrict wel stemrecht hadden. Bij elkaar gaat het volgens Kerry om zeker 250.000 ongetelde provisorische stemmen en poststemmen. Kerry heeft het volste recht om volledige telling te eisen, maar een verplichte termijn van elf dagen in Ohio voor het tellen kan beginnen is lang. Kerry moet ook veel geluk hebben, want hij loopt nu in Ohio 145.000 stemmen achter.

Kerry staat zwakker dan de Democratische presidentskandidaat in 2000, Al Gore. Die stond toen nationaal enkele honderdduizenden stemmen voor. Het Amerikaanse Hooggerechtshof moest na vijf weken juridische strijd in de deelstaat Florida de knoop doorhakken en hief George W. Bush op het schild. Nu is Florida aan de Republikeinen toegevallen. Over Ohio is op dit moment nog weinig juridische strijd, maar tijdens het wachten op het keuren van ongetelde stemmen staan Democratische en Republikeinse juristen klaar.

Deze verkiezingen zijn hoe dan ook ongunstig voor de Democraten. Aanvankelijke interne optimistische voorspellingen voor Kerry, op grond van peilingen bij de stemlokalen, kwamen niet uit. Het is weinig voorgekomen dat de Republikeinen zoveel baat hadden bij een hoge opkomst. In het Congres heeft de Republikeinse partij haar hegemonie versterkt met zeker 54 van de 100 Senaatszetels. Een gevoelige klap voor de Democraten is het verlies van de Democratische leider in de Senaat, Tom Daschle.

Als John Kerry de kleine kans op een overwinning zou waarmaken, heeft hij weinig geloofwaardigheid in het land. De meerderheid van de Amerikanen heeft voor president George W. Bush gekozen (zoals zij vier jaar geleden voor Gore koos). Aan een stelsel dat deze uitslag niet snel kan honoreren, kleven ernstige gebreken.