`Vrouwenspoelerij' en verse vis aan het strand (Gerectificeerd)

De Haagse schoolmeester David Beck, die een van de innemendste dagboeken van de zeventiende eeuw heeft nagelaten, schreef op 5 juni 1624: `naer Schevelinge om een zeeluchtien, wiesschen de voeten in de Zee, wandelden 1/2 uyrken langs het strant, droncken een kanneken tot de schout, ende quamen ten 8 uijren thuijs.'

Dat wandelen, het pootjebaden en het drinken kan nog steeds aan de kust, maar verder is het strandleven wel erg veranderd. Om te beginnen was het strand in David Becks tijd veel moeilijker te bereiken, ten tweede was er van het verschijnsel vakantie aan zee nog geen sprake en ook ontbrak het aan theorieën over de heilzame werking van zeelucht. Dat kwam pas op in de negentiende eeuw. Zwemmen was hoogst ongebruikelijk.

Een vergelijking van het strandleven toen met nu is goed te maken op de originele tentoonstelling in het Katwijks Museum. Deze relatief kleine instelling heeft het voor elkaar gekregen, zo'n tachtig kunstwerken bij elkaar te brengen, uit musea en particuliere collecties, uit binnen- en buitenland. Ruim de helft bestaat uit schilderijen, de rest is tekening en prent.

Wat de thema's betreft valt allereerst de visafslag op. Groepjes burgers zijn naar het strand gekomen om bij vissers die zojuist hun schip op het strand hebben getrokken, een maaltje vis te kopen. Opgewonden staan ze te wijzen, te voelen en te bieden, om zich naar gedane zaken naar een herberg te spoeden om hun aanwinst te laten bakken en braden.

Een ander soort vermaak bestond uit de zogeheten `vrouwenspoelerij'. Dat hield in dat jonge geliefden in mei naar het strand togen. Bij de vloedlijn tilde de vrijer zijn meisje op en droeg haar ver de branding in. Kletsnat werd het meisje vervolgens met zand ingewreven en van een duin afgerold. Was ze dan nog steeds vrolijk, dan gold dat als bewijs van ware liefde.

Het strand was ook het toneel voor actuele gebeurtenissen. Een aangespoelde potvis trok – evenals nu – duizenden nieuwgierigen. Het vertrek van een koninklijk gezelschap lokte drommen uitzwaaiers. Dat gebeurde bijvoorbeeld toen de Engelse koning Karel II in 1660 vanaf het Scheveningse strand naar Engeland vertrok. Een vele malen afgebeeld onderwerp is de zeilwagen geweest, een vernuftige constructie van Simon Stevin, waarmee aan het begin van de eeuw werd geëxperimenteerd en waarmee snelheden van veertig kilometer per uur werden bereikt.

Scheveningen, Katwijk aan Zee, Egmond aan Zee en Petten zijn steevast dorpjes waarvan de kleine huizen laag liggen weggedrukt in de luwte van de duinen. Elk dorp was al van verre te herkennen aan zijn kerk en aan zijn vuurbaken. De zeeman kon hieraan aflezen op welke hoogte hij zich voor de kust bevond.

Op de tentoonstelling is een groot aantal kunstenaars vertegenwoordigd, zoals Albert Cuyp, Jan van Goyen, Jan Abrahamsz. Beerstraten en Philips Wouwerman. Vooral is gekozen op voorstelling. Wanneer de kwaliteit niet van topniveau is,wordt dat gecompenseerd door de levendigheid of de originaliteit van de voorstelling, of gewoon omdat zo'n werk zelden of nooit is geëxposeerd. Enkele stukken springen eruit, zoals een strandgezicht van Willem van de Velde de Jonge, een familieportret op het strand van Zantvoort door Dirck Dircksz. van Santvoort en tekeningen van Jan de Bisschop.

De zee is in de vroegmoderne tijd vaak beschreven als het angstaanjagendste deel van de natuur. Maar strandingen, drenkelingen, zeemanskerkhoven en dijk- en duindoorbraken ontbreken op deze tentoonstelling. Men verlaat deze tentoonstelling dan ook met een opgeruimd gemoed. Zee, strand en viskraam lonken op loopafstand.

Hollandse stranden in de Gouden eeuw. Tentoonstelling in het Katwijks Museum. Tot en met 11 december. Geopend dinsdag t/m zaterdag van 10.00 tot 17.00 uur.

Rectificatie

Jan van Goyen

Bij het artikel `Vrouwenspoelerij' en verse vis aan het strand (2 november, pagina 10) was een fragment afgebeeld van een aan Jan van Goyen toegeschreven schilderij. Dit schilderij is echter niet op de beschreven tentoonstelling in het Katwijks Museum te zien, maar op de tentoonstelling `De Bataven' in Museum Het Valkhof in Nijmegen (t/m 9 januari).