Radicale geestelijken in het vizier

Talrijke Arabische intellectuelen willen dat extremistische moslimgeestelijken door een internationaal hof worden vervolgd. Een petitie wordt aan VN-topman Annan overhandigd.

Kritiek van de kant van Arabische intellectuelen op islamitische geestelijken die de islam zouden hebben gecorrumpeerd en de moslimjeugd geperverteerd en tot terrorisme aangezet, is nu gevolgd door een oproep dergelijke predikers voor een internationaal hof te brengen. Ongeveer 3.000 Arabische en islamitische intellectuelen hebben volgens hun in de Verenigde Staten wonende Jordaanse woordvoerder, Shaker al-Nabulsi, een petitie ondertekend die daartoe oproept. Tegenover het persbureau AP zei Nabulsi gisteren dat ,,de Arabische regimes geen eind kunnen maken aan die fatwa's [islamitische decreten] van terrorisme, maar de internationale gemeenschap wel''. Volgens hem zijn Irakezen, Jordaniërs, Libiërs, Syriërs, Tunesiërs en Golf-Arabieren onder de ondertekenaars. Namen waren niet onmiddellijk bekend.

Belangrijkste doelwitten van de intellectuelen zijn twee prominente Saoedische geestelijken, sjeik Ali bin Khudair al-Khudair en sjeik Safar al-Hawali en de Egyptische, in Qatar gevestigde sjeik Yusuf al-Qaradawi. ,,Fatwa's die door deze sjeiks zijn uitgegeven spelen een sleutelrol in het losmaken van het sadisme van terroristen en hun doodsverlangen ver over morele grenzen en schuldgevoel heen'', aldus de tekst van de petitie die deze week aan de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Kofi Annan, zou worden overhandigd.

Resoluties van de VN-Veiligheidsraad tegen terrorisme moeten volgens de ondertekenaars worden gebruikt als basis voor een tribunaal. Deze eisen immers dat doeltreffende maatregelen, waaronder berechting, moeten worden genomen tegen individuen en groepen die bij terrorisme zijn betrokken.

De genoemde Saoedische geestelijken zijn pleitbezorgers van Osama bin Laden die lange tijd openlijk de vernietiging van de Verenigde Staten en Israël preekten. Vorig jaar, na de zelfmoordaanslagen in Riad, moesten ze zich echter onder zware druk van de geschokte Saoedische autoriteiten intomen.

Qaradawi (74) is een ander geval. Hij geldt als in brede kring juist als gematigd en heeft een populaire, wekelijkse televisieshow bij de satellietzender Al-Jazira. In juli was hij nog de hoofdgast op een met steun van het Londense gemeentebestuur georganiseerde internationale conferentie over de islamitische hoofddoek in de Britse hoofdstad.

Maar Qaradawi is ook de auteur van een recente fatwa over de religieuze toelaatbaarheid van het doden van Amerikaanse burgers in Irak – ontvoeren mag van hem ook, maar het is wel verboden om gijzelaars te vermoorden. Om die fatwa was Qaradawi in september al speciaal doelwit van een woedend commentaar van een vooraanstaande Saoedische journalist, Abdul Rahman al-Rashid. Deze bestempelde terreur tot islamitische ziekte en stelde met name Qaradawi ervoor verantwoordelijk dat ,,een onschuldige en welwillende godsdienst'' is veranderd ,,in een alomvattende boodschap van haat en een universele oorlogsschreeuw''.

Maar niet alle intellectuelen zitten op dezelfde golflengte. De adjunct-hoofdredacteur van de gezaghebbende Egyptische krant Al-Ahram, Gamal Zayda, schreef vorige maand – toen de handtekeningen werden verzameld – in een commentaar dat een oproep om radicale geestelijken voor een internationale rechter te brengen juist een daad van geweld is. Volgens hem is een dergelijk verzoek aan externe machten een uitnodiging om te interveniëren, en het doet er dan niet toe of de invitatie tot de VS of de VN is gericht. Volgens hem geeft zo'n oproep aan buitenlandse partijen ook een zekere legitimiteit aan de Amerikaanse invasie van Irak, ,,waarvan de kosten dagelijks worden betaald door honderdduizenden onschuldige burgers''.