Nederland in EU tikkeltje `gewichtiger'

Voor besluitvorming in de Europese Unie gelden sinds gisteren nieuwe spelregels. Daarin figureert Nederland als grootste van de kleine lidstaten.

Het moment is ongemerkt gepasseerd, maar sinds gisteren telt de Nederlandse stem in Europa zwaarder. Veel is het niet, 0,017 procent en nog wat, maar toch.

Nog belangrijker: De Nederlandse minister Bernard Bot staat vandaag, als hij met zijn Europese collega's van Buitenlandse Zaken in Brussel bijeen is, qua stemgewicht helemaal alleen op de zevende plaats en hoeft deze niet meer met vijf andere landen te delen.

Doet het ertoe? Absoluut niet. Nederland heeft in het vervolg 13 van de 321 stemmen, tegen een land als België 12. Maar het deed er vier jaar geleden heel erg toe. Het lijkt al weer vergeten, maar toen is er in het Zuid-Franse Nice tussen de Europese regeringsleiders een ware veldslag over geleverd. Met spreadsheets en rekenmachines als belangrijkste wapens.

Het ging destijds niet alleen over de stemmen die Nederland in de Raad van Ministers, het belangrijkste besluitvormingsorgaan van de Europese Unie, zou krijgen, hoewel het dispuut daarover tussen Nederland en België nog voor urenlang oponthoud zorgde. Nee, nagenoeg alle vijftien lidstaten plus de toen nog kandidaat-lidstaten lagen met elkaar overhoop.

De Europese top van NIce die tot zaterdagmiddag stond gepland, liep uit tot halfvijf in de vroege maandagmorgen. Een absoluut record in de geschiedenis van de Europese Unie.

En dan de toon zoals die binnenskamers werd gebezigd toen de Franse president Jacques Chirac als fungerend voorzitter van de Unie zijn voorstel voor een nieuwe stemverdeling tussen de landen had gepresenteerd. ,,Het spijt me. Dit voorstel is een staatsgreep'', reageerde de Portugese premier António Guterres. ,,We krijgen nog minder dan Roemenië. Het is onacceptabel'', sprak de Nederlandse minister-president Wim Kok. Even later nam Guterres nog eens het woord:,,Hier winnen de groten. We laten ons niet vernederen''. Waarop voorzitter Chirac zei: ,,Er wordt hier niet vernederd, dat is iets voor totalitaire regimes''.

Twee dagen later, op zondagmiddag waren de regeringsleiders er nog steeds niet uit. De Duitse bondskanselier Gerhard Schröder was ziedend.,,Ik word ziek als ik dit geklaag hoor. Dit heeft helemaal niets te maken met de organisatie van Europa. Dit zal me nog lang heugen.''

Dat regeringsleiders zich soms ook net als mensen gedragen, had natuurlijk allemaal strikt vertrouwelijk moeten blijven, maar het Spaanse dagblad El Pais citeerde nog geen week na de top al rijkelijk uit de notulen. Wat in het weekeinde van 8 en 9 december 2000 tot het Verdrag van Nice had moeten leiden, mondde uit in het drama van Nice. En het was weer dit drama dat de aanzet gaf tot de Europese Grondwet. Het document dat afgelopen vrijdag zo plechtig en zo eensgezind in Rome werd ondertekend door deels dezelfde regeringsleiders als vier jaar geleden.

`Nice' was nodig om de steeds groter wordende EU bestuurbaar te houden. Het moest doorzichtiger en efficiënter. Minder moeizame besluitvorming in unanimiteit, vaker met meerderheid – geen gewone meerderheid, de helft plus één, maar een `gekwalificeerde meerderheid'.

Het meest simpel zou zijn het aantal stemmen te verdelen naar rato van de bevolkingsomvang. Maar dan zouden de kleine lidstaten permanent overruled kunnen worden door de grote landen. Daarom beschikken in de Europese Unie al sinds jaar en dag kleine landen over relatief meer stemmen dan grote landen.

In het gisteren van kracht geworden stemverdeling uit het Verdrag van Nice zijn nog twee andere eisen toegevoegd. Of zoals het voor de liefhebbers in de officiële stukken staat: een gewogen drievoudige sleutel op basis van het systeem van degressieve proportionaliteit.

Niet verwonderlijk dat de Europese regeringsleiders kort na de `Slag van Nice', waarin politieke besluitvorming synoniem werd voor hogere wiskunde, besloten om een nieuwe poging te wagen om tot doorzichtiger systeem te komen. Die mondde uiteindelijk uit in de Europese Grondwet. Na alle slepende onderhandelingsrondes waarbij de rekenmachine opnieuw het belangrijkste wapen bleek, kreeg deze voor de gekwalificeerde meerderheid een dubbele sleutel: minimaal 55 procent van de lidstaten die tezamen meer dan 65 procent van de EU-bevolking vertegenwoordigen. Met ingang van 2009, wellicht.