Is Nieuwe Bijbelvertaling fictie of non-fictie? 2

Jan Fokkelman gebruikt wel erg grof geschut: de wijze waarop de godsnaam is vertaald in de Nieuwe Bijbelvertaling is seksistisch en onbeschoft (NRC Handelsblad, 23 oktober).

Nu is er op zijn argumenten wel wat af te dingen. Dat de vierletterige naam JHWH als Jahwe zou moeten worden uitgesproken, is niet onomstreden.

En de onomastica (voorvoegsels als jeho- en jo-, en achtervoegsels als jahu in Hebreeuwse namen) wijzen niet per se in deze richting. Dat de uitdrukking ,,Ik ben die Ik ben'' in Exodus 3:14, opgevat als een zogenaamde idem per idem-constructie, zou uitdrukken ,,het doet er niet toe wie ik ben'' heeft mij nooit kunnen overtuigen.

De context wijst er beslist niet op dat de naam onverschilligheid uitdrukt, maar eerder onvergelijkbaarheid: Ik ben die ik ben, met mij is niemand vergelijkbaar. Waarom zou een god die `geen andere goden naast zich duldt', onverschillig staan tegenover zijn naam?

Het is een eeuwenoud gebruik om deze vierletterige naam niet uit te spreken, maar te vervangen door Adonaj, `Heer' (overigens komt, los van de weergave van JHWH, de `seksistische' naam Adonaj ook `gewoon' 450 keer voor in de Hebreeuwse bijbel) of door andere namen.

Getuigt het niet eerder van `onbeschoftheid' om deze traditie volledig af te schrijven?

Natuurlijk zijn er ook andere vertalingen mogelijk dan Heer. Mijn eigen voorkeur zou, ook op grond van Exodus 3, eerder uitgaan naar `de Eeuwige' (zoals

in de vertaling van Jitschaq Dasberg).

Op één punt geef ik Fokkelman gelijk: een beslissing over het vertalen van godsnaam moet geen (kerk)politieke zaak zijn, maar moet voortkomen uit het vertaalwerk zelf.