Is Nieuwe Bijbelvertaling fictie of non-fictie? 1

De Nieuwe Bijbelvertaling gaat met honderden exemplaren over de toonbank en hij zal eerdaags dus in de verschillende bestsellerlijsten opgenomen moeten worden.

Maar in welke lijst zullen de verschillende kranten en bladen de NBV plaatsen: fictie of non-fictie? In mijn omgeving heb ik de afgelopen week al veel mensen deze vraag voorgelegd. Er tekent zich een patroon af in hun antwoorden. Gewone gelovigen, katholieken én protestanten, die q.q. toch iets met de bijbel zouden moeten hebben, maar die er toch niet zo mee vertrouwd zijn zeggen: non-fictie.

Gelovigen die zich wel in de bijbel verdiepen zeggen: fictie. Ongelovigen, die q.q. niets met de bijbel hoeven, maar zich er toch in verdiepen zeggen: fictie. Hetzelfde geldt voor ongelovigen die niets met de bijbel hebben.

Een aparte categorie vormen mijn collega's christelijke theologen, katholiek én protestant. Wij zijn door onze studie en beroep, tot academisch niveau aan toe, bekend met de bijbel.

Extra complicerende factor bij deze categorie is dat theologen niet automatisch in de categorie gelovige christenen vallen. Je kunt over God spreken zonder spiritueel te zijn, zei de katholieke theoloog Karl Rahner al. Ik vind het gênant om na hun antwoord te toetsen of zij gelovige of ongelovige theologen zijn. Maar het etiket orthodox of heterodox kan ik zelf wel plakken.

En dan tekent zich het volgende patroon af. Beide categorieën, orthodoxe én heterodoxe theologen antwoordden: fictie. Orthodoxen willen dan graag in tweede instantie hun antwoord nuanceren: sommige gedeelten in de fictielijst, andere in de non-fictielijst. Het algemene patroon is dus: `gewone' gelovigen zeggen: in de non-fictielijst. Ongelovigen en `experts' zeggen: in de fictielijst. Waar duidt dit op?

Vijfentwintig jaar geleden zakten wij als katholieke theologen bij voorbaat voor ons mondeling tentamen Nieuwe Testament, als wij op deze eerste vraag van onze professor geen antwoord konden geven: welke roman heb je het laatste gelezen? `Wie niet van literatuur houdt, kan de bijbel niet begrijpen!', bulderde hij regelmatig.

Wij werden allemaal bijzonder enthousiast van die man en zijn blijmoedig de bijbel als fictie gaan lezen en preken, maar dichter bij het `gewone' geloven heeft het ons niet gebracht.