Hoger beroep in zaak-Lubbers

Het UNHCR-staflid dat hoge commissaris voor de vluchtelingen Ruud Lubbers beschuldigt van seksuele intimidatie, is in hoger beroep gegaan tegen het besluit van VN-secretaris-generaal Kofi Annan om Lubbers niet schuldig te verklaren. Dat heeft haar advocaat gisteren bekendgemaakt.

Het hoger beroep is op 18 oktober aangetekend bij de Joint Appeals Board, een juridisch college van de VN in Genève. Tien dagen later werd bekend dat een onderzoek van het Office of Internal Oversight Services (OIOS), een intern onderzoeksbureau, de beschuldigingen van de Amerikaanse medewerkster ondersteunde. Dat blijkt uit het jaarverslag dat OIOS afgelopen donderdag publiceerde.

Volgens de 51-jarige medewerkster zou Lubbers haar in december 2003 na een vergadering hebben geïntimideerd. Zij was twintig jaar bij de UNHCR in dienst. OIOS verrichtte het onderzoek in mei en adviseerde Annan ,,passende maatregelen'' te treffen.

Annan legde het advies in juli naast zich neer, nadat hij op basis van juridisch advies concludeerde dat de beschuldigingen ,,niet houdbaar waren op een rechtsgeldige basis''. Voor de advocaat van de 51-jarige medewerkster van de UNHCR was dat reden te meer om het oordeel van Annan aan te vechten. Annan gaf Lubbers in een brief wel een waarschuwing en sprak zijn bezorgdheid over het incident uit tegenover het 6.000-koppige UNHCR-personeel.

De Joint Appeals Board bestaat uit een vijfkoppige jury. Door een werkachterstand bij de Board kan het nog wel drie jaar duren voor dat advies er is. Daarna kan de zaak nog aanhangig worden gemaakt bij een hoger VN-tribunaal, waardoor de zaak uiteindelijk vier of vijf jaar in beslag kan nemen.

Lubbers, die de beschuldigingen altijd heeft ontkend, is als Hoge Commissaris aangesteld tot eind 2005. Lubbers zei altijd niet meer dan een ,,vriendschappelijk gebaar'' te hebben gemaakt. Nadat de vrouw de klacht had ingediend, schreef hij haar een brief met het verzoek de klacht in te trekken. Daarbij bood hij aan haar te helpen bij eventuele nadelige gevolgen van de klacht voor haar verdere loopbaan. Ook verdedigde hij zich per brief tegenover de UNHCR-staf. Lubbers vond dat de media onterecht in zijn nadeel hadden bericht.