Dwangmatig provocateur

Je had de tierende columnist en je had de gevoelige filmer. De ene kon een joodse historica een heimelijk verlangen naar dr. Mengele toedichten en moslims begeerte naar geiten. De andere streek zijn camera zacht als een donzen veer langs de kleine, kreupele Walijne, in Een dagje naar het strand.

Je had de intelligente en geïnteresseerde tv-interviewer en je had de dwangmatige provocateur. De ene wist de sociaal-democratische patriciër burgemeester Patijn van Amsterdam bijna te verleiden tot het zingen van de Internationale. De andere vroeg een zaal vol hoofddoekjes om een applausje voor VVD-politica Ayaan Hirsi Ali.

Het was allemaal Theo van Gogh.

Filmer, columnist, interviewer, verklaard bestrijder van de ,,vijfde Colonne van de geitenneukers', zoals hij steevast radicale moslims noemde, verklaard voorvechter van degenen die ten strijde trokken tegen `de linkse kerk', zoals Pim Fortuyn en Hirsi Ali.

Het feit dat de moordenaar een briefje heeft gestoken op de borst van zijn slachtoffer, zoals politiecommissaris Welten vanmorgen bevestigde, lijkt erop te wijzen dat de luidkeelse rol die Van Gogh speelde in het openbaar debat hem vanochtend fataal is geworden.

Theo van Gogh (Den Haag, 1957) schreef bij zijn leven scenario's, boeken, columns in kranten, tijdschriften en ten slotte vooral op zijn website `De Tevreden Roker' en in het dagblad Metro. Hij maakte een lp, Een verdeeld genoegen, waarop hij zelf zong. Sinds zijn debuut, Luger, in 1982 regisseerde hij vijftien speelfilms, waaronder verfilmingen van boeken van Jan Wolkers (Terug naar Oegstgeest) en Joost Zwagerman (Vals licht). Zijn laatste film, 0605 over de moord op Pim Fortuyn, is juist vorige week afgewerkt. Deze film zal op internet zijn première beleven en komt op 15 december in de bioscoop.

Daarnaast maakte Van Gogh tv-series, waarvan die over de interculturele liefde tussen Najib en Julia (2002) de meest succesvolle was. En hij regisseerde dit jaar Submission part one, het bewegende pamflet van Tweede-Kamerlid Hirsi Ali tegen de mishandeling van vrouwen uit naam van de islam.

Tijdens de voorbereiding van Submission zei Van Gogh tegen Hirsi Ali dat het ergste dat hun als makers kon overkomen zou zijn dat ,,er geen moslim aanstoot aan neemt'.

Dat was typerend voor Van Gogh. Vanaf het moment dat hij, de keurige Wassenaarse nazaat van de broer van de grote schilder, in 1981 zijn rechtenstudie opgaf om te gaan filmen, heeft hij opschudding veroorzaakt en vooral wíllen veroorzaken.

Nederland maakte kennis met Van Gogh toen hij Luger had geregisseerd. Beelden van een vrouw die de loop van een pistool in haar vagina geduwd krijgt en van twee katjes die in de wasmachine werden gestopt, bruskeerden critici en publiek.

Zo zou het blijven gaan. Zijn neiging tot grove humor en provoceren overschaduwde zijn artistieke kwaliteiten, waarbij vooral zijn acteursregie moet worden geprezen. Als filmer was hij misschien wel te ongedurig voor zijn talent. Hij schreef in de jaren tachtig liever snel scenario's waarin iemand zich aan zijn eigen kind of aan de Messias vergreep, dan dat hij de tijd nam om de belofte van zijn eerste films in te lossen. Als hij draaide, had hij veel geduld voor zijn acteurs, maar minder interesse voor de compositie van zijn scènes.

Een dagje naar het strand (1984), 06 (1994), Blind date (1996), Baby blue (2001) en Interview (2003) zijn Van Goghs meest geslaagde films. Hij kreeg in zijn carrière drie keer een Gouden kalf voor zijn regie. Ook typisch: toen Van Gogh voor de serie Najib en Julia een Kalf kreeg, riep hij vanaf het podium dat het een schande was dat ook Louis van Gasteren een Kalf had gewonnen. ,,Daar zal die onderduiker ook blij mee zijn geweest', zei Van Gogh, refererend aan een joodse onderduiker die tijdens de Tweede Wereldoorlog in huize Van Gasteren was gedood. Het kwam Van Gogh op gejoel uit de zaal te staan, dat hij blijmoedig incasseerde.

Kwetsen leek niet per se de bedoeling van van Gogh, provoceren wel. Hij wilde een reactie, precies zoals hij tegen Ayaan Hirsi Ali zei.

Je zou het hem niet aanzien, als je hem door Amsterdam zag fietsen, met zijn boodschappenmandje voorop en zijn zoon, toen die klein was, in een zitje achterop.

Je zou het ook niet zeggen als hij naast je ging zitten, de ene na de andere Gauloise opstak en intussen met liefde praatte over film, over acteurs, over boeken. Dan was hij de beminnelijkheid zelve.

Maar ruzie, opschudding, woede omringde de publieke figuur Theo van Gogh. Bij alle kranten en tijdschriften waar hij columns schreef, vertrok hij met een conflict. Hij kreeg woorden met distributeurs en producenten over zijn films. Hij schold op politici en zaakwaarnemers over hun schijnheiligheid. Daar ging hij ver in. Het Amsterdamse PvdA-raadslid Fatima Elatik achtervolgde hij tot in haar huis met faxen en telefoontjes nadat zij het niet opvoeren van de toneelvoorstelling Aisja had verdedigd, omdat die moslims zou kunnen kwetsen.

Hij sprak zich voor de verkiezingen van 2002 openlijk uit voor de politicus Pim Fortuyn, in wie hij een kampioen van het vrije woord vermoedde. En hij wees expliciet op de verantwoordelijkheid van diens politieke tegenstanders na de moord op Fortuyn.

De publieke figuur, uit het schuttersputje van zijn website de wereld met zijn pijlen bestrijkend, werd bekender dan de regisseur, hoewel zijn werktempo als filmer alleen maar hoger kwam te liggen. Dat zijn laatste film, 0605, gewijd was aan de moord op zijn politieke geestverwant Fortuyn, is van een angstaanjagende ironie waar de filmer Van Gogh met zijn gevoel voor zwarte humor wel raad mee had geweten.

Rectificatie / Gerectificeerd

Website Van Gogh

De necrologie over Theo van Gogh, Dwangmatig provocateur (2 november, pagina 1), noemt zijn website De Tevreden Roker. De site heet De Gezonde Roker. Het adres is www.theovangogh.nl en www.degezonderoker.nl.