Bot verwart Kamer met schimmenspel

Minister Bot ontwijkt vragen van de Kamer over de onderhandelingen met Turkije. En antwoordt hij nu als minister of voorzitter van de EU?

Het debat over de begroting van Buitenlandse Zaken vertoonde gisteren absurdistische trekken. Hadden de Kamerleden nu de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken voor zich of de voorzitter van de Europese Unie? Minister Bot wisselde tijdens het veertien uur durende debat van tijd tot tijd moeiteloos van gedaante, waardoor hij voor de Kamer iets ongrijpbaars kreeg. Het PvdA-Kamerlid Koenders sprak van ,,een gesprek tussen doven''.

Dit schimmenspel etaleerde zich het sterkst bij de omstreden kwestie of de Europese Unie in december moet besluiten onderhandelingen te openen met Turkije over een volledig lidmaatschap van de Europese Unie. ,,Het voorzitterschap sondeert wat de opvattingen van de lidstaten zijn'', deelde Bot voorzichtig als EU-voorzitter mee. ,,Hebt u dan ook bij de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken gesondeerd om na te gaan wat de Nederlandse positie is'', informeerde het Kamerlid Karimi (GroenLinks) ironisch.

Na enig duwen en trekken was Bot, ditmaal als Nederlands minister, bereid te verklaren dat als de Turken de komende weken een nieuwe strafwetgeving weten te realiseren, er wat hem betreft geen beletsel meer is voor het begin van onderhandelingen. Die zouden dan volgend jaar kunnen aanvangen.

Daarmee ging hij een stapje verder dan vice-premier Zalm, die zich de laatste weken als vervanger van premier Balkenende zeer op de vlakte hield over Turkije. CDA-woordvoerder Ormel, wiens fractie het nog te vroeg vindt al een datum voor onderhandelingen te geven, tekende gisteren geen verzet aan tegen het standpunt van Bot, overigens een partijgenoot.

In een Kamerbreed gedragen motie van het Kamerlid Van der Staaij (SGP) werd Bot rond middernacht echter verzocht binnen een week te komen met ,,een ondubbelzinnig standpunt''van de Nederlandse regering over deze kwestie. Nee, reageerde Bot, wegens talrijke EU-verplichtingen in het buitenland, was dat op zo korte termijn onmogelijk. Mokkend beraadden Van der Staaij en de zijnen zich daarop op hun volgende stap.

Meer dan vorig jaar bij zijn eerste grote optreden in de Kamer, bestond Bots bijdrage ditmaal uit het voorlezen van door ambtenaren voorbereide teksten. Wegens zijn loodzware Europese agenda was de minister er kennelijk niet toe gekomen de begroting zelf in detail voor te bereiden.

Het debat over de begroting van Ontwikkelingssamenwerking, die vorig jaar in een felle woordenwisseling eindigde tussen minister Van Ardenne en het VVD-Kamerlid Hirsi Ali, was ditmaal minder verhit. Het centrale thema was echter hetzelfde: werkt ontwikkelingshulp of niet?

Van Ardenne had zich grondig voorbereid en tracteerde de Kamer op veel cijfers, waaruit moest blijken dat hulp wel degelijk werkt. De afgelopen veertig jaar is het aantal hongerigen gehalveerd. Het aantal mensen dat op een dollar per dag of minder moet rondkomen is afgenomen van 33 procent van de wereldbevolking tot 18 procent, ondanks de bevolkingsgroei. De minister kreeg hierbij de warme steun van de nieuwe PvdA-woordvoerder Samsom, die met graagte citeerde uit rapporten, waaruit bleek hoe nuttig hulp is.

Veel weerwerk van VVD-zijde kregen ze ditmaal echter niet. Het Kamerlid Szabó, de opvolger op deze portefeuille van Hirsi Ali, stelde wel kritische vragen over de effectiviteit van hulp. Maar een eerder door hem aangekondigde studie over dit onderwerp van de VVD zelf bleek nog niet gereed, waardoor zijn kritiek aan glans verloor.

Staatssecretaris Nicolaï (Europese Zaken, VVD) zat er al die uren werkeloos bij, terwijl Bot en Van Ardenne alles afhandelden. Uitgerekend het Kamerlid Wilders, sinds kort afgescheiden van de VVD, verraste zijn voormalige partijgenoot met een slechts door hemzelf gesteunde motie. Geen enkele uitbreiding van de EU was meer gewenst, stelde Wilders, zelfs niet met een land als Noorwegen, en ook zouden er voortaan geen nieuwe landen meer mogen deelnemen aan de euro. Als dit niet mogelijk zou blijken, diende de regering volgens Wilders ,,het Nederlandse lidmaatschap van de Europese Unie te heroverwegen en tevens te overwegen de euro te verruilen voor de goede oude gulden.'' In zijn enige bijdrage aan het debat, ontraadde Nicolaï de Kamer onder algehele hilariteit deze motie te steunen.