Bot sluit verlenging `Irak' niet uit

Minister Bot (Buitenlandse Zaken) sluit niet uit dat Nederlandse troepen door ,,onvoorziene omstandigheden'' langer in Irak zullen blijven. Dit bleek gisteren tijdens de behandeling van de begroting van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Het kabinet houdt zich vooralsnog echter aan de afspraak met de Tweede Kamer dat de circa 1.300 Nederlandse manschappen in de provincie Al Muthanna medio maart volgend jaar vertrekken, zo verzekerde Bot de Kamer.

,,Het is glashelder, we gaan medio maart weg'', aldus Bot. ,,Maar je moet nooit nooit zeggen. Ik ga geen definitie geven van onvoorziene omstandigheden. Dan is het einde zoek.'' Het tijdstip van medio maart is met opzet gekozen, omdat dan naar verwachting de verkiezingen achter de rug zijn en een nieuwe Iraakse regering tegen die tijd meer op eigen benen moet staan.

Bots collega Kamp (Defensie) sprak zich een paar weken geleden tijdens een bezoek aan de Nederlanders in Zuid-Irak categorischer uit dan Bot omtrent de vertrekdatum van de troepen. Kamp liet geen ruimte voor een verlenging.

Vooral de PvdA, die in juni pas na lang aarzelen akkoord ging met een eerdere verlenging van de missie in Al Muthanna met acht maanden, is er zeer op gebrand dat de missie niet langer duurt. Het PvdA-Kamerlid Koenders probeerde gisteren echter tevergeefs een garantie van Bot te krijgen dat de missie niet langer zou duren.

Zijn VVD-collega Van Baalen daarentegen drong er gisteren op aan soepel te zijn en een langer verblijf niet uit te sluiten als de omstandigheden dat vereisen. De VVD staat hierin echter tot dusverre vrijwel alleen in. Slechts de van de VVD afgesplitste Groep Wilders steunt dit standpunt thans.

Ook in juni tijdens het debat met de Kamer over een verlenging had Bot al niet geheel willen uitsluiten dat de Nederlanders langer zouden blijven. Ook bij die gelegenheid weigerde hij echter om te speculeren op de omstandigheden waarin dat zou kunnen gebeuren.

Zowel de Verenigde Staten als Groot-Brittannië hechten zeer aan een langer verblijf van de Nederlanders, omdat het zeer lastig zou zijn een ander land te vinden dat de taak van de Nederlanders zou kunnen overnemen. Volgens ingewijden proberen vertegenwoordigers van beide landen al enige tijd het kabinet en de Tweede Kamer te bewegen tot instemming met een langer verblijf van de Nederlandse troepen.