Verzekeraar weet te veel van burger

In de nieuwe wetgeving voor de zorg en de WAO is de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de burger niet gewaarborgd, menen Ulco van de Pol en Nathalie van Seumeren.

Privatisering is het kernthema waar het bij de nieuwe Zorgverzekeringswet en de nieuwe WAO om draait. Privatisering en dereguleringen gaan daarbij hand in hand. Marktwerking veronderstelt dat door concurrentie een product of dienst sneller, beter en of goedkoper kan worden geleverd.

Aangenomen wordt dat het stellen van regels daarbij belemmerend werkt. Het geloof in marktwerking leidt bij de ministers van SZW en VWS tot de ambitie om de zogenaamde regelzucht zo veel mogelijk te beperken.

De verzekeraars krijgen in de kabinetsplannen de rol van regisseurs van het sociale zekerheids- en zorgstelsel toebedacht. In de wetsvoorstellen wordt echter niet duidelijk geregeld wat deze regisseurs mogen doen met de gegevens waarover zij straks op grond van de Zorgverzekeringswet en de nieuwe WAO zullen beschikken. Door de nieuwe taken krijgen de verzekeraars nog veel meer (medische) persoonsgegevens.

Financiële conglomeraten beschikken echter al over heel veel gegevens omdat ze behalve ziektekostenverzekeraar ook vaak schade-, levens- en pensioenverzekeringen zijn en financiële dienstverlening binnen het bankwezen leveren. Dat levert een enorme informatiepositie op waarvan onduidelijk is hoe die mag worden benut.

Meer marktwerking, betekent meer concurrentie, betekent een hogere druk op verzekeraars om over te gaan tot uitsluiting van bepaalde groepen burgers bij niet wettelijk verplichte verzekeringen. Rick van de Ploeg waarschuwde hiervoor op de Opiniepagina van 13 oktober. Ook de ondertekenaars van het door Agnes Kant opgestelde manifest tegen marktwerking in de zorg, wijzen op het gevaar van risicoselectie. Een te ver gaande selectie kan leiden tot uitsluiting van bepaalde groepen zogeheten slechte risico's.

Als het verplichte verzekeringspakket op grond van de Zorgverzekeringswet bijvoorbeeld te beperkt blijkt te zijn, zal er een grote vraag ontstaan naar aanvullende zorgverzekeringen (zoals nu al het geval is bij de ziekenfondsverzekering). Omdat zorgverzekeraars voor de aanvullende verzekering een eigen acceptatiebeleid kunnen voeren, is het reëel ervan uit te gaan dat zorgverzekeraars risicoselectie gaan uitvoeren.

De vraag is in hoeverre verzekeraars bij risicoselectie voor aanvullende verzekeringen gebruik mogen maken de gegevens die zij hebben verkregen in het kader van de uitvoering van de Zorgverzekeringswet, de nieuwe WAO en soms ook bezitten omdat ze een rol spelen bij de reïntegratie van zieke werknemers en uitkeringsgerechtigden of omdat ze hypotheken verstrekken.

Medische gegevens voor de WAO horen door de verzekeraar niet betrokken te worden in de afweging iemand wel of niet een lijfrentepolis (uitkering gedurende het leven) of een levensverzekering (uitkering bij overlijden) te verkopen.

Noch in de nieuwe Zorgverzekeringswet noch in de nieuw WAO is hierover iets geregeld. Ook is niet voorzien in een publieke toezichthouder.

Verzekeraars hebben het College bescherming persoonsgegevens al vaker laten weten niet blij te zijn met het feit dat er onduidelijke of zelfs geen regels worden gesteld, over wat zij mogen doen met persoonsgegevens. Geen regels stellen leidt tot veel vragen bij de uitvoerende partijen. Het is niet efficiënt dat elke organisatie telkens opnieuw het wiel moet uitvinden over wat nou wel mag en wat niet mag.

Voor burgers is deze ontwikkeling niet plezierig. Hoe een beoordeling uitpakt kan in het dagelijkse leven grote gevolgen hebben: een uitkering kan worden gestopt, een verzekering kan worden geweigerd, een fraudeonderzoek kan worden gestart. Als de plannen van het kabinet inzake de Zorgverzekeringswet en de nieuwe WAO doorgaan, zullen burgers hun gegevens wel moeten verstrekken aan verzekeraars, willen ze in aanmerking komen voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering of voor de vergoeding van ziektekosten. De kans is groot dat die verzekeraar al veel weet over deze burgers en hen hierop ook zal beoordelen.

Het is van groot belang dat de ministers van SZW en VWS in wetgeving helder maken wat verzekeraars wel en niet mogen met de gegevens waarop ze op grond van de nieuwe WAO en de Zorgverzekeringswet kunnen beschikken.

Daarnaast is het van groot belang dat gecontroleerd wordt of de regels wel worden nageleefd. Dat vraagt om een krachtige toezichthouder. In beide wetsvoorstellen is in dit alles niet voorzien.

Ulco van de Pol is collegelid en Nathalie van Seumeren is senior beleidsmedewerker bij het College bescherming persoonsgegevens.