Oervloed

De Duitse Sprachrat heeft vorige week Habseligkeiten (`spulletjes, boeltje') uitgeroepen tot het mooiste Duitse woord. In Duitsland wonen ruim 82 miljoen mensen, het Duits telt miljoenen woorden en nu heeft een jury van veertien Duitsers uit een shortlist van 95 woorden Habseligkeiten gekozen. Het is nog maller: de jury koos niet voor het woord dat de meeste stemmen kreeg, nee, de toelichting bij het woord was doorslaggevend. Het `mooiste Duitse woord' werd ingezonden door één Duitse vrouw, een secretaresse uit Tübingen. Op de vijfde plaats stond Rhabarbermarmelade. Dit was ingezonden door een man die schreef: mijn vriendin heet Barbara en ik geniet er zo van om op zondagochtend te kunnen vragen ,,Barbara, reich mir doch bitte die Rhabarbermarmelade''.

Tja. Doel van de Duitse Sprachrat was om te laten zien dat het Duits `ook' mooie woorden kent, in de hoop dat nu meer mensen Duits gaan leren, maar in één moeite door heeft de raad aangetoond zelf een mallotige club te zijn.

Taalkundigen wijzen er altijd op dat er geen mooie of lelijke woorden bestaan. Daar is een hoop over te zeggen, maar in essentie is dit natuurlijk juist. Woorden hebben zelf geen emoties, wij kennen ze die toe. Zouden er veel mensen zijn die file een mooi woord vinden? Vast niet. Maar lief is uit precies dezelfde letters gevormd, en dát vinden heel veel mensen nou juist prachtig, net als liefde. Wat was het `mooiste Duitse woord' geworden als de Sprachrat wel naar frequentie had gekeken? Inderdaad, Liebe. Daarnaast scoorden Gemütlichkeit (`gezelligheid'), Sehnsucht (`hevig verlangen') en Heimat (`geboortegrond') hoog. Het zal duidelijk zijn dat

de betekenis van de woorden hierbij bepalend is geweest – niet hun vorm, ritme of klank.

Vorige week hebben we ook een hoop onzin mogen horen over mooie en lelijke woorden in de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV). Bij Nova hoorde ik een gerespecteerde hoogleraar, nota bene een taalkundige, beweren dat in den beginne veel beter is dan in het begin. De alerte verslaggever vroeg of dit met sentimenten te maken kon hebben. Tot mijn verbazing zei die hoogleraar met grote stelligheid dat dit absoluut niet het geval was. In den beginne was mooi, dichterlijk, gedragen; in het begin was helemaal niks: vlakke, afgesleten ambtenarentaal.

Dat is natuurlijk je reinste flauwekul. Het juiste antwoord was geweest: persoonlijk vind ik die oude formulering mooier, dat is een kwestie van smaak. Er zijn geen objectieve argumenten waarom de oude formulering beter of mooier zou zijn dan de nieuwe.

De enorme onzakelijkheid waarmee door sommigen over de NBV is gediscussieerd laat voor de zoveelste keer zien hoezeer taal mensen emotioneel raakt. Wij hebben een natuurlijke behoefte aan variëteit in eten en seks, maar bij taal willen wij dat de basis blijft zoals we het in onze jeugd hebben geleerd. Dat is ons anker, onze zekerheid. Vandaar dat mensen beginnen te roepen dat voederbak lelijker is dan kribbe enzovoorts.

Het toppunt van onzakelijkheid vind ik overigens dat de Katholieke Bijbelstichting eerst tien jaar meewerkt aan zo'n nieuwe bijbelvertaling, maar Het Boek is nog niet uit of de bisschoppen beslissen dat het niet in de liturgie zal worden gebruikt. Kan die speciale katholieke editie dan meteen naar het oud vuil? Nee, volgens de bisschoppen is hij wel geschikt voor studiekringen en voor gemengd gehuwden. Gemengd gehuwden! Ik wist niet dat er anno 2004 in bisschoppelijk Nederland nog zo werd gedacht.

En dan was er nog het gemeesmuil over de verspreking van koningin Beatrix. Dat zij oervloed per ongeluk voorlas als overvloed, nota bene in deze tijden van bezuinigingen, zou volgens sommigen toch wel het bewijs zijn dat er van die NBV niet veel deugde. Dat zie je toch niet vaak, dat er zulke vergaande conclusies worden verbonden aan een simpele verspreking.