Leren wanneer huisvuil wordt opgehaald

Nieuwkomers leren op een inburgeringscursus hoe de Nederlandse samenleving in elkaar zit. Maar ook alledaagse dingen komen aan de orde.

Om aan de huidige inburgeringsplicht te voldoen, moet een nieuwkomer 600 uur onderwijs volgen. De verdeling tussen de twee onderdelen, Nederlands als tweede taal en maatschappijoriëntatie, is afhankelijk van het niveau dat de inburgeraar aan het begin heeft en het onderwijsaanbod van de regionale opleidingscentra (ROC's). De Wet inburgering nieuwkomers stelt alleen een inspanningsplicht, er zijn nog geen eisen aan het te behalen niveau.

Voor het onderwerp maatschappijoriëntatie heeft toenmalig minister Ritzen (Onderwijs) in 1997 door onderzoeksbueau Cinop laten vaststellen aan welke eindtermen een inburgeraar zou moeten kunnen voldoen. Een lijst van 71 `need-to-know'-onderwerpen, ieder met hun eigen onderverdeling, zou na de maatschappijorientatie tot de bagage van de inburgeraar moeten behoren. Het bureau ICE, dat gespecialiseerd is in toetsing in het onderwijs, heeft een eindtoets (profieltoets) ontwikkeld voor het onderdeel maatschappijoriëntatie. In de eindtermen en de toets komen bijvoorbeeld aan de orde: staatsrechtelijke zaken zoals de verblijfsstatus en de identificatieplicht, werknemerschap, sociale zekerheid, wonen, gezondheidszorg, onderwijs, verzekeringen, juridische zaken, etcetera. Alle zijn er op gericht dat een persoon zich in het dagelijks leven kan handhaven in de Nederlandse maatschappij. Zo wordt er geleerd hoe de sollicitatieprocedures globaal verlopen, maar ook alledaagse dingen als het veilig omgaan met gas en elektra, of wanneer het huisvuil wordt opgehaald.

De eindtermen bevatten verder vijf `nice-to-know'-onderwerpen, zaken waarvan het meegenomen is als de cursist ze oppikt, zoals basiskennis van de Nederlandse geschiedenis en geografie, de christelijke feestdagen en de omgang tussen verschillende bevolkingsgroepen. Wat ook bijvoorbeeld niet noodzakelijk geacht wordt, is weten dat homosexualiteit in Nederland over het algemeen geaccepteerd wordt en dat ouderen niet automatisch respect afdwingen op grond van hun leeftijd.

Om deze kennis bij te brengen gebruiken de ROC's bijvoorbeeld de lesmethode Eerste hulp bij Nederland. De 28 basisvragen die zaterdagavond in Paradiso zijn gesteld, zijn afkomstig uit de test die cursisten van deze methode kunnen afleggen om te testen hoe goed ze zijn voorbereid op de eindtoets.

In de eindtoets die het bureau ICE heeft opgesteld voor de gemeenten en ROC's wordt alleen de noodzakelijke kennis getoetst. De toets bestaat uit een basisdeel van 28 opgaven en vijf subtoetsen van elk zes opgaven, over onderwijs, gezondheidszorg, vrije tijd, kinderen en belastingen. De cursist kiest twee subtoetsen die voor zijn of haar situatie relevant zijn. De huidige inburgeraars zijn niet verplicht om de toets te maken.

In 2006 worden nieuwkomers van buiten de Europese Unie verplicht met succes een inburgeringsexamen af te leggen voordat zij naar Nederland komen. Ook alle oudkomers die dan onvoldoende zijn ingeburgerd moeten het examen halen. Oud- en nieuwkomers krijgen hetzelfde examen. Ze moeten zelf uitzoeken hoe zij zich hierop voorbereiden, en dat onderwijs zelf betalen. Het examen zelf moet nog ontwikkeld worden.