Inwoners Hengelo willen niet naast vuurwerkopslag wonen

De gemeente Hengelo wil de opslag van vuurwerk in woonwijken beperken. Er moet een centrale opslagplaats komen, in plaats van verschillende bewaarplaatsen in de wijken.

Veel is er volgens eigenaar R. Meijnen niet voor nodig om een leegstaande bedrijfshal op een industrieterrein aan de rand van Hengelo geschikt te maken voor opslag van vuurwerk. De plek waar tot voor kort verse vleeswaren lagen, kan door enkele aanpassingen geschikt worden gemaakt om fonteinen en zevenklappers te bewaren. ,,Sprinklerinstallatie erin, ramen dichtmetselen, dan zijn we al een heel eind'', zegt Meijnen.

De ondernemer wil zijn pand verhuren aan vijf Hengelose vuurwerkhandelaren, die wel wat voelen voor het plan van de gemeente om consumentenvuurwerk zoveel mogelijk op één plaats op te slaan. Zo'n centrale opslag verlost de handelaren en de gemeente van een probleem. Want sinds de vuurwerkramp in Enschede, blijft de opslag van vuurwerk in woonwijken een gevoelig punt.

De veiligheidsvoorschriften zijn met ingang van dit jaar aangescherpt, waardoor veel verkopers zijn afgehaakt. De handelaren die overblijven willen juist groeien, om de investering in veiligheidsvoorzieningen sneller terug te kunnen verdienen. De uitbreiding van capaciteit stuit, ook in Hengelo, vaak op bezwaren van omwonenden.

,,Het lijkt wel een hetze'', concludeert de Hengelose ondernemer P. Spoolder. De aanvraag om bij zijn winkel in huishoudelijke artikelen voortaan geen 600 maar 10.000 kilogram vuurwerk op te mogen slaan, zette de buurt op stelten. Al snel was er een handtekeningactie op touw gezet en zag de buurt blauw van de actiepamfletten.

Tien ton lijkt veel, zegt Spoolder, maar in de praktijk denkt hij niet veel meer vuurwerk dan in andere jaren te verkopen. Tot dusver liet hij in de laatste dagen van december busjes heen en weer rijden om de voorraad telkens aan te vullen, en van dat gesleep wil hij af. Zijn bewaarplaats voldoet aan alle – aangescherpte – eisen, waardoor het juist veiliger wordt, redeneert Spoolder. Uit een gebaar van goede wil heeft hij bovendien de gevraagde capaciteitsuitbreiding teruggeschroefd tot 5.000 kilogram, maar de buurtbewoners blijven ongerust.

Wethouder H. Kok kiest de kant van de inwoners. ,,Als gemeente kun je niet voorbijgaan aan gevoelens van onveiligheid, ook al is op papier alles veilig. Je hebt te maken met de psychologie van een woonwijk.''

De wethouder ziet de oplossing in een centrale opslagplaats aan de rand van een stad. In die hal moet iedere ondernemer zijn eigen plek krijgen, waar deze vuurwerk op kan slaan en verkopen. ,,Tegenwoordig bestellen veel mensen via internet pakketten. Dan maakt het niet uit of je die bij een winkel of een hal ophaalt'', zegt wethouder Kok. De losse verkoop mag wat hem betreft gewoon vanuit de winkels gebeuren.

De vuurwerkhandelaren willen meewerken aan het plan van de wethouder, mits het financieel haalbaar is. ,,De omwonenden zijn ook mijn klanten'', luidt de motivering van Spoolder. Hoewel de tijd begint te dringen hoopt Hengelo nog deze jaarwisseling de centrale opslag met een maximale capaciteit van 50.000 kilogram in gebruik te kunnen nemen. De provincie Overijssel wil zodra er een werkbaar voorstel ligt, ,,in de hoogste versnelling'' meewerken aan het verlenen van een vergunning voor een centrale opslag. ,,Het is nu niet per definitie onveilig, maar het kan veiliger'', zegt gedeputeerde Th. Rietkerk.

BCN, de branchevereniging van handelaren in consumentenvuurwerk, is tegen centrale opslagplaatsen. Er wordt een ,,schijnveiligheid'' gecreëerd, zegt bestuurslid L. Groeneveld. ,,Winkeliers moeten eindeloos heen en weer rijden tussen de opslag en hun zaak. Dat is alleen maar een extra risico. En wie beheert die opslag eigenlijk?''

Groeneveld vindt dat Hengelo zich te veel laat leiden door emoties. ,,Moeten we blijven bewijzen dat consumentenvuurwerk veilig is? Ik geef toe dat het niet verstandig is om pal naast een benzinestation vuurwerk op te slaan maar ik ken in Hengelo ook een bouwmarkt aan de rand van een wijk. Een prima locatie.''

Maar ook tegen dit opslag- en verkooppunt zijn bezwaren geuit, weet wethouder Kok. Hij concludeert dat Den Haag de gemeenten heeft opgezadeld met regels die in de praktijk niet werkbaar zijn. Samen met de provincie Overijssel gaat Hengelo in Den Haag aandringen op aanscherping van het vuurwerkbesluit, waarin de veiligheidsregels zijn vastgelegd.

Ook actievoerder B. von Stockhausen uit Breda kondigt druk aan op politiek Den Haag. Hij wil lokale actiegroepen tegen de opslag van vuurwerk in woonwijken bundelen om zodoende in Den Haag een krachtig protest te laten horen. In Breda verzet de actievoerder zich vooralsnog zonder succes tegen de uitbreiding van een bewaarplaats in Zandwijk, een dichtbevolkte woonwijk. ,,Het is vechten tegen de bierkaai'', concludeert Von Stockhausen. ,,Dit probleem speelt in zeker zestien steden. Samen moeten we een vuist maken en ons in Den Haag laten horen.''

Het idee van een centrale opslagplaats aan de rand van een stad ziet Von Stockhausen wel zitten. ,,Waarom zou ik voor een pot verf naar een bouwmarkt aan de rand van de stad moeten, en niet voor een vuurpijl die ik een keer per jaar koop?''