De onvolbrachte missie

Als een staatsman die Bush en Kerry bestraffend toesprak en waarschuwde – zo werd Osama bin Laden, leider van het terroristennetwerk Al-Qaeda, afgelopen weekeinde wereldwijd via de televisie uitgezonden. Met gevoel voor timing en voor de mogelijkheden die het medium biedt, was hij er ineens weer; als een nachtmerrie die bij het ontwaken werkelijkheid blijkt. Osama is niet dood of voorgoed verdwenen. Hij leeft en dreigt met nieuwe aanslagen.

Zijn laatste videobericht leek even een onaangename `oktoberverrassing' te zijn voor de Amerikaanse president en zijn uitdager bij de verkiezingen van morgen. Maar beiden hebben er geen electorale munt uit kunnen of willen slaan. De figuur en zijn ideologie zijn te verwerpelijk om in dit stadium van de race naar het Witte Huis te gebruiken. Het risico van een boemerangeffect is groot en Democraten en Republikeinen zijn hoe dan ook verenigd in hun oordeel over Bin Laden en de strijd tegen de terreur.

Toch was het terecht dat John Kerry in een eerste reactie president George W. Bush bekritiseerde voor het feit dat de Amerikaanse regering er niet in is geslaagd de Al-Qaedaleider te pakken. Het is hemeltergend dat ruim drie jaar na `9.11' de hoofdverantwoordelijke voor de aanslagen op de Twin Towers en het Pentagon kennelijk nog vrij rondloopt en doorgaat met het verspreiden van zijn perfide boodschap. Het is een aanfluiting dat de Amerikanen hem niet hebben kunnen opsporen. Alle macht en middelen kunnen niet verhullen dat Bush' war on terror faalde in die ene hoofdopdracht. De presidentiële retoriek was wat dat betreft krachtiger dan de doortastendheid of doelmatigheid van het beleid.

Het is een treurige maar harde constatering: de Verenigde Staten hebben hun militaire energie te snel en te eenzijdig op Irak gericht terwijl ze de aanstichter van de septemberverschrikkingen misschien hebben opgejaagd maar zeker niet hebben uitgeschakeld. Nu is hij weer opgedoken. Hij drijft de spot met Bush. Zijn dreigementen kunnen alleen maar serieus worden genomen. Wat hij zegt, de wijze waarop, zijn uitstraling – kortom, 's mans enorme kracht als kwelduivel van het Westen – hebben een ongekend effect. Tot in de verste uithoeken zijn Osama's woorden gezien, gehoord of gelezen. Televisie en internet zijn voor de terrorist net zo belangrijk als trotyl en machinegeweer. Het medium en de boodschap, de marketing en de wapens gaan naadloos in elkaar over.

Wie ook wordt gekozen tot president van de Verenigde Staten, hij zal die onvolbrachte missie met voorrang moeten uitvoeren – alle militaire inspanningen in Irak ten spijt. Osama bin Laden is geen staatsman maar een terrorist. Nog een paar keer zo'n videoboodschap en hij krijgt de onverdiende status van Robin Hood. Zover mag het niet komen.