De dynamische consensus van José Manuel Barroso

De beoogde voorzitter van de Europese Commissie, José Manuel Barroso, leek een schitterende entree te maken in de EU. Maar hij moest ijlings zijn voorstel voor de nieuwe Commissie intrekken. In eigen land was hij niet geliefd en weinig succesvol als premier. Een ontwikkelingsgang van maoïst tot grijze technocraat.

Als een parlement kan dansen, danste het Europees Parlement in Straatsburg afgelopen woensdag. Geschreeuw, gejoel, gelach, gehoon. En geroffel op de tafels. De volksvertegenwoordigers hadden kort daarvoor de aanstaande voorzitter van de Europese Commissie, de Portugees José Manuel Durão Barroso, op de knieën gekregen. Hij zou zich opnieuw beraden over de samenstelling van het door het Parlement op onderdelen zo bekritiseerde dagelijks bestuur van de Europese Unie.

In de ontstane rolverdeling moest Barroso nog wel even incasseren. Bijvoorbeeld toen de fractieleider van de Groenen, de Duitser Daniël Cohn-Bendit, het woord nam en hem in het Frans een citaat van de Chinese oud-leider Mao Zedong voorhield: ,,De nederlaag begrijpen is de overwinning voorbereiden.'' Heden en verleden van de aanstaande voorzitter van de Europese Commissie hadden niet beter tot uitdrukking kunnen worden gebracht. Daar zat Barroso, de politicus die in zijn studententijd nog even gedweept had met het maoïsme, verslagen in de banken van het Europees Parlement.

De man die zich sinds eind juni warmloopt voor het voorzitterschap van de Europese Commissie, heeft tijdens de roerige vorige week in Straatsburg kunnen ervaren hoe dun in de politiek de lijn is tussen succes en falen. Tot dan toe was hij de grote belofte. Hij had het in zich om van het zich voortslepende `project-Europa' weer een inspirerend geheel te maken. Hij zou wel eens de nieuwe Jacques Delors, de Fransman die tussen 1985 en 1995 furore maakte aan het hoofd van de Commissie, kunnen worden. Al voordat hij officieel was begonnen, leek Barroso zijn voorganger Romano Prodi van het toneel te spelen. Leek, want toen kwam de `dolle dinsdagavond' van Straatsburg waarop allengs duidelijk werd dat een aanzwellende meerderheid van de europarlementariërs Barroso's voorstel voor de nieuwe Commissie niet wenste te volgen. Hij kon de volgende ochtend dan ook niet anders doen dan ten overstaan van het Europees Parlement zijn voorstel intrekken.

Grootste struikelblok vormde de Italiaan Rocco Buttiglione, die Barroso maar niet van de portefeuille Justitie wilde afhalen. Iets wat de meerderheid van het parlement wel eiste omdat zij onvoldoende vertrouwen had in de streng gelovige katholiek Buttiglione met zijn uitgesproken opvattingen over homoseksualiteit (,,een zonde'') en de traditionele rol van vrouwen.

Even zette Barroso nog de tegenaanval in. Wisten de dames en heren volksvertegenwoordigers die zoveel bezwaren hadden tegen Buttiglione, wel dat zij alleen een meerderheid konden behalen dankzij de steun van de extremistische parlementariërs die eigenlijk niets van Europa willen weten?

Dat was, zo zeiden veel europarlementariërs achteraf, een interventie waarmee hij opnieuw te kennen gaf hun gevoelens te onderschatten. Het pakte dan ook averechts uit. De twijfelaars gingen op hun parlementaire principes staan. Barroso, die in juli in het Europees Parlement had verklaard de ,,dynamische consensus'' na te streven, koos voor powerplay. En verloor.

Vergeten is nu de vliegende start die hij maakte sinds zijn verrassende benoeming eind juni. Al maanden hadden allerlei lijstjes met namen de ronde gedaan van mensen die de vertrekkende Romano Prodi vandaag als voorzitter van de Europese Commissie zouden kunnen opvolgen. Die lijstjes hadden allemaal één overeenkomst: op geen ervan stond Barroso. De 48-jarige Portugees kwam pas in beeld, nadat de leiders van de grote landen binnen de Europese Unie in juni tijdens hun top in Brussel elkaars droomkandidaten op weinig elegante wijze hadden kaltgestellt. Zonder het eens te zijn geworden over een nieuwe voorzitter voor de Commissie keerden ze terug naar hun hoofdsteden.

Aan de Ierse premier Berthie Ahern, tot 1 juli roulerend voorzitter van de Europese Unie, werd de taak toebedeeld om een oplossing te vinden. Pas toen kwam Barroso in beeld, naar voren geschoven door de christen-democratische EVP, die als grootste stroming in het Europees Parlement als eerste in aanmerking kwam een kandidaat aan te dragen. Toen Barroso instemde kon Ahern de verdeelde hoofdsteden er vrij snel van overtuigen dat zijn Portugese collega de ideale compromiskandidaat was.

Op het eerste oog leek zijn verkiezing een leuke opsteker voor Portugal. Het nieuws werd bekend midden in het Europese voetbalkampioenschap dat in Portugal plaatsvond en dat de nationale trots streelde, te meer daar het Portugese team triomf na triomf vierde. Portugal telde weer helemaal mee.

Een balsem voor het collectieve zelfbeklag – beter bekend als saudade. Want Portugal had de laatste jaren weinig meer om trots op te zijn. Ondanks jaren van Europese miljarden steun hobbelt de economie maar een beetje voort. Een pedofilieschandaal, waarbij kopstukken uit de politiek en de omroep zich te buiten zouden zijn gegaan in een opvangtehuis voor jongeren, had een eind gemaakt aan het laatste restje vertrouwen van de autoriteiten. Wat over was aan zelfvertrouwen was door omvangrijke bosbranden in de as gelegd.

Erg blij toonde Portugal zich echter niet met Barroso's eervolle promotie tot Commissievoorzitter. Die werd vooral vertaald als een haastig vertrek op een moment dat het land zich in een crisis bevond. Populair was hij in de amper twee jaar van zijn premierschap nooit geweest.

De sociaal-democratische ex-premier en ex-president Mario Soares, altijd tuk op buitenkansjes voor het neersabelen van politieke opponenten, voelde het ongenoegen haarfijn aan. ,,Hij heeft natuurlijk een moment gekozen dat hem goed uitkomt'', sneerde Soares. ,,Nu het land euforisch is over het bereiken van de kwartfinale van de Europacup.'' Welbeschouwd, zo vatte Soares de overstap van Barroso samen, ,,makkelijk, zwak en zonder charisma''. Maar wat wilde je ook voor een ,,derde of vierde keus'' als Commissievoorzitter.

Mario Soares riep als premier bewondering op, Anibal Cavaco Silva dwong respect af en António Guterres kon lange tijd op grote sympathie rekenen onder de bevolking. Voor Barroso voelde Portugal vanaf het begin af aan nagenoeg niets. Men zag hem als een weinig charismatisch partijleider, die bij publieke optredens de ongemakkelijke indruk wekte liever ergens anders te zijn. Eerder een technocraat dan een bevlogen politicus, die in niets meer leek op de leider van het maoïstisch splinterpartijtje waarmee hij als rechtenstudent zijn eerste stappen in de politiek zette. Een entree die uit de officiële biografie wordt geweerd. Het waren de roerige dagen van na de Anjerrevolutie, en de maoïsten voerden een bijna even verbeten strijd tegen de communistische partij als tegen de socialisten en conservatieven.

In 1977, na de dood van zijn vader, nam Barroso afscheid van zijn maoïstische kameraden. De politieke metamorfose werd drie jaar later voltooid toen hij in het ouderlijk huis van vriend Santana Lopes werd overgehaald toe te treden tot de Partido Social Demócrata (PSD), de nogal verwarrende naam waaronder in Portugal de liberaal-conservatieven opereren. ,,Een voor de hand liggende optie'', zou Barroso later verklaren.

Als premier voerde hij enkele drastische bezuinigingsmaatregelen, waaronder kortingen op uitkeringen, door de ontspoorde openbare financiën weer in het gareel te brengen. Maar voor de meesten verbeterde het perspectief onvoldoende. Menigeen zag door de bezuinigingen alleen een grotere chaos in de gezondheidszorg en het onderwijs. Verwonderlijk was het dan ook niet dat Barroso's conservatieve partij bij de Europese verkiezingen in juni een daverende nederlaag leed.

Wat Barroso evenmin in dank werd afgenomen was zijn onvoorwaardelijke steun aan de Irak-politiek van de regering-Bush. Tot afschuw van veel kiezers fungeerde Barroso begin 2003 op de Azoren zelfs als gastheer van Bush, Blair en Aznar, al zorgde hij er wel voor niet op de ,,foto van de Azoren'' te komen. Bescheidenheid, meenden zijn vrienden. Opportunisme, oordeelden zijn vijanden.

Dat was het binnenlandse oordeel. Voor het Europese referentiekader voldeed Barroso daarentegen aan alle criteria van de ideale compromiskandidaat: hij was premier uit een niet te groot land, een land dat ook niet tot de founding fathers behoort, en dat meedoet aan de euro en het vrije-personenverkeer (Schengen). Voor hem persoonlijk pleitte dat hij geen al te geprofileerde opvattingen over Europa had – iets waar vooral de Britten allergisch voor zijn – en dat hij zijn talen sprak, waaronder het Frans, wat weer heel belangrijk was voor Parijs.

Met zijn imago als grijze technocraat maakte Barroso op 30 juni zijn opwachting voor de Europese pers. Toen hij een half uur later de perszaal verliet, gold hij als een verademing vergeleken bij Prodi. Snel heen en weer schakelend tussen Portugees, Spaans, Engels en Frans had hij met een dosis humor en ontspanning het journaille voor zich weten te winnen.

Met dezelfde charmes ging hij enkele weken later bij de fracties in het Europees Parlement langs. Zijn reputatie als keiharde saneerder? ,,Maakt u alstublieft geen karikatuur van mijn standpunt over sociale kwesties.'' Zijn persoonlijke overtuiging? ,,Ik heb duidelijk gesteld aan welke waarden ik hecht: vrijheid, eerbiediging van de mensenrechten, de rechtsstaat, gelijke kansen en solidariteit. Hieraan worden geen concessies gedaan, daar ben ik ondubbelzinnig in. Maar als voorzitter van de Commissie zal ik beslist op zoek gaan naar compromissen, omdat ik hier niet enkel zit als vertegenwoordiger van een politieke familie.'' Met 413 tegen 251 stemmen won hij hun vertrouwen. Zijn zoektocht naar 24 geschikte medecommissarissen kon beginnen.

In dezelfde periode had hij regelmatig contact met premier Jan Peter Balkenende die vanaf 1 juli had voorzitterschap van de Unie van zijn Ierse collega Ahern had overgenomen. Op de tribune tijdens de halve finale Portugal-Nederland (uitslag 2-1) legden ze de basis voor Neelie Kroes als Nederlands kandidaat voor de Commissie. Balkenende wilde Barroso aan de door hem zo gewenste vrouwelijke commissaris helpen op voorwaarde dat Nederland kon rekenen op een zware post in de economische sector.

Twee weken sneller dan verwacht had Barroso reeds half augustus zijn ploeg rond. Een team met nogal al wat politiek gewicht: drie voormalige ministers-presidenten, vijf ex-ministers van Buitenlandse Zaken en drie ministers van Financiën en voor het overige tal van 'gewone' oud-ministers. Voorts viel op dat de grote landen niet automatisch zware portefeuilles waren toebedeeld, een indicatie dat hij zijn voormalige collega's had durven te trotseren. Dat de door Italië voorgedragen commissaris Rocco Buttiglione voor problemen zou kunnen gaan zorgen, was op dat moment nog niet voorzien. Dat zou pas weken later blijken in de aanloop naar de hoorzittingen die het Parlement met de kandidaat-commissarissen ging houden.

De komende tijd zal Barroso zijn vaardigheden op het terrein van crisismanagement moeten laten zien. Nu er met de Italiaan Buttiglione één steen uit het broze bouwwerk dat Europese commissie heet is verdwenen, moet Barroso voorkomen dat onder druk van enkele lidstaten het gehele bouwwerk gaat schuiven. Tegelijkertijd moet hij straks een overtuigende meerderheid in het Europees Parlement achter zich moeten zien te krijgen. Zoals Cohn-Bendit vorige week jennend met een andere verwijzing naar Mao zei: ,,De verovering van het vertrouwen van het Parlement is een lange mars''.

Curriculum vitae

1956: Geboren in Lissabon

1978: Afgestudeerd aan de rechtenfaculteit van de Universiteit van Lissabon. Vertrek naar Genève voor studie Europese politieke wetenschappen.

1985: Voor het eerst gekozen in het Portugees Parlement voor de liberaal-conservatieve PSD.

1985-1992: Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken

1992-1995: Minister van Buitenlandse Zaken

1995-1999: Gasthoogleraarschappen aan de universiteiten van Lissabon, Genève en Washington.

1999-2002: Oppositieleider als voorzitter van de PSD

1999-2002: Vice-voorzitter van de Europese Volkspartij

2002-2004: Minister-president van Portugal

2004: Voorgedragen als voorzitter van de Europese Commissie.

José Manuel Barroso is getrouwd en heeft drie kinderen in de leeftijd van 21, 18 en 16 jaar.

Als staatssecretaris droeg Barosso in 1987 bij aan het tot stand komen van het vredesproces in de voormalige kolonie Angola waar een bloedige burgeroorlog werd uitgevochten. Als hoogleraar internationale betrekkingen en voorzitter van de parlementaire commissie voor buitenlandse zaken was hij eind jaren negentig 1995 nauw betrokken bij de pogingen om Oost-Timor zijn eigen status te geven.