Alceste net niet bijzonder genoeg

Het is nog geen vijftig jaar geleden dat in de dagelijkse theaterpraktijk de operageschiedenis begon met Orfeo ed Euridice (1762) van Gluck. Daarna kwamen Mozart en vervolgens de 19de-eeuwse Italianen. De operahistorie, die toch vier eeuwen beslaat, leek toen erg overzichtelijk. De nu zo vaak uitgevoerde Händel was nog nauwelijks herontdekt, ook de tegenwoordig zo populaire Monteverdi niet. Gluck was lange tijd ook de componist van één opera, zijn Orfeo ed Euridice was geliefd in de licht-romantische bewerking van Berlioz, die tot voor kort gebruikelijk bleef.

Glucks Alceste, destijds een manifest voor een nieuw soort opera dat zich op puur drama richt, wordt veel minder gewaardeerd, al is die inhoudelijk het complement op Orfeo ed Euridice. Net als Orfeo gaat Alceste, naar het stuk van Euripides, over de onvermijdelijkheid van de dood, die door de mens niet wordt aanvaard. Koning Admeto moet sterven, tenzij iemand zijn plaats in het dodenrijk inneemt. Zijn vrouw Alceste wil dat doen, maar raakt in conflict met Admeto, die zonder haar niet wil voortleven. Ze sterft uiteindelijk, maar wordt weer tot leven gewekt door Apollo (Hercules in de Franse versie), die al dat leed niet kan aanzien.

De Matinee bracht in 1993 een concertante uitvoering van de Franse versie van Alceste, die in 1999 bij de Nederlandse Opera werd geënsceneerd door Pierre Audi. Zaterdag bracht de Matinee de Nederlandse première van de Italiaanse versie, zoals die in 1767 in Wenen werd uitgevoerd. Dirigent Frans Brüggen werd wegens een ernstige oogaandoening vervangen door Kenneth Montgomery. De Amerikaanse Teresa Ringholz zong de titelrol in plaats van Anna Caterina Antonacci, die in Parijs ongelukkig ten val kwam in een voorstelling van Monteverdi's Poppea. Het orkest zat met de rug naar de zaal, Montgomery dirigeerde dit onderonsje op links, tussen de musici geposteerd.

De personele wijzigingen pakten niet erg gelukkig uit. Montgomery bracht in het geheel een te groot contrast aan: de eerste acte klonk groots en luid en in te hoog tempo, zonder veel detaillering en aandacht voor Glucks wringende orkestklank. Ringholz zong soms erg krachtig en met bijzonder weinig expressie.

Pas halverwege de tweede acte kwam de omslag, bij de confrontatie van Alceste met Admeto, een prachtig en intens gezongen rol van Paul Agnew. Het tempo viel eindelijk terug, de klaagzangen van het koningspaar en de kwellingen van Alcestes doodsstrijd kregen wat meer dramatisch gewicht. Maar erg bijzonder en ontroerend werd het niet. Deze toch al niet direct aansprekende opera had van Montgomery een dringender uitdieping verdiend en van Ringholz een gevarieerdere en persoonlijker vertolking.

In de kleinere rollen waren er goede prestaties van Thomas Oliemans en Marcel Beekman en vooral van Cora Burggraaf als Ismene. Zij werd vorige maand met vier prijzen gelauwerd op het Internationaal Vocalisten Concours in Den Bosch en bewees zich hier op hoog niveau.

Concert: Radio Kamerorkest, Groot Omroepkoor, solisten o.l.v. Kenneth Montgomery. Gehoord: 30/10 Concertgebouw Amsterdam. Radio 4: 2/11 20.02 uur.