Aanslagen in Irak; ontvoerde Japanner dood

Irak is afgelopen weekeinde eens te meer toneel geweest van aanslagen en moorden. Daarbij werden tientallen mensen gedood, onder wie zaterdag negen Amerikaanse mariniers.

Vanochtend werd de vice-gouverneur van Bagdad doodgeschoten in een zuidelijke voorstad van de stad. Gisteravond werden in de stad Tikrit, die tot dusverre naar verhouding voor geweld gespaard is gebleven, 17 mensen gedood toen een raket een woonwijk trof. Er werd gespeculeerd dat de raket was bedoeld voor een Amerikaanse legerbasis in de buurt.

Bij een bomaanslag op het kantoor in Bagdad van de televisiezender Al-Arabiya werden zaterdag zeven mensen gedood. Twee extremistische groepen meldden Al-Arabiya te hebben willen straffen voor zijn vermeende sympathie voor de Verenigde Staten. Al-Arabiya liet weten te streven naar neutraliteit en evenwicht in zijn berichtgeving. Overigens verwijt Washington Al-Arabiya en de eveneens Arabische zender Al-Jazira juist een anti-Amerikaanse lijn.

De Amerikaanse mariniers werden zaterdag gedood bij een zelfmoordaanslag in de in de buurt van de stad Falluja, waar Amerikaanse troepen zijn samengetrokken in afwachting van een offensief tegen de verschillende groepen rebellen die de stad in hun macht hebben. Het was het grootste aantal Amerikaanse doden op een dag sinds 2 mei.

De Iraakse interim-premier Iyad Allawi waarschuwde gisteren dat zijn geduld met de extremisten in Falluja bijna op was. Hij waarschuwde dat er ook burgers zullen sterven als een offensief plaatsheeft. Interim-president Ghazi Yawar zei tegelijk dat een militaire aanval niet de juiste manier is om de opstand in Falluja te beëindigen. Volgens hem is dit precies wat aanhangers van Saddam Hussein en buitenlandse extremisten willen. Intussen bombardeerden Amerikaanse troepen posities van rebellen in Falluja. Ook werden gevechten gemeld tussen Amerikaanse troepen en rebellen in de stad Ramadi, waarheen volgens sommige berichten extremisten uit Falluja uitwijken.

Van het ontvoeringsfront kwam het volgende nieuws:

In Bagdad werd zaterdag het onthoofde lijk gevonden van de Japanner Shosei Koda, die begin die week in Irak was ontvoerd. Koda's resten waren in een Amerikaanse vlag gewikkeld. Zijn ontvoerders hadden het onmiddellijke vertrek geëist van de Japanse troepen in Irak. De Japanse regering veroordeelde de moord op Koda als verachtelijk en onderstreepte haar 550 militairen niet terug te trekken.

Eveneens in Bagdad werd het lijk gevonden van een ontvoerde Koerdische journalist die in Saddam Husseins tijd bekend was. De ontvoerders van de journalist, Nasrallah al-Dawoodi (55), hadden een losgeld geëist.

Zaterdag werd in Noord-Irak een Somalische chauffeur ontvoerd.

In Ramadi werd een Soedanese tolk ontvoerd. Zijn ontvoerders eisten dat zijn Amerikaanse werkgever zich uit Irak terugtrekt.

Twee Franse journalisten die meer dan twee maanden geleden werden ontvoerd zijn ,,in goede gezondheid'', aldus de Franse ambassadeur in Irak. Hij gaf geen bijzonderheden.