Weg van de beurs, ook in de winter

In de winter verdient de aandelenbelegger het meest. Maar ondanks dit fenomeen staan investeerders schrale jaren te wachten. Opkomende markten en vastgoed zijn een stuk lucratiever.

`Sell in May and go away, but remember to come back in september.' Dat deze oude beurswijsheid klopt, is onomstreden. Wel twisten beleggingsdeskundigen over de werking van het mechanisme. Waarom renderen beleggingen in de periode mei tot en met september minder en is de zomer dus geen periode om op de beurs te bivakkeren?

Een onderzoek van Iris, het onderzoeksbureau van de Rabobank en vermogensbeheerder Robeco, probeert nieuw licht op dit fenomeen te werpen. De onderzoekers komen met wat zij de `optimismecyclus' noemen.

Volgens deze hypothese verleggen beleggers in het laatste kwartaal van het jaar hun aandacht alvast naar het volgende kalenderjaar. Met de aantocht van het nieuwe jaar overschatten zij, stellen de Iris-onderzoekers, de economische vooruitzichten wat leidt tot optimisme. Dit is vervolgens weer aantrekkelijk voor de koersen van aandelen. Immers, als de belegger goede tijden verwacht zal hij eerder geneigd zijn om aandelen te kopen.

Uit het onderzoek blijkt dat het gemiddelde maandrendement in de periode van 1970 tot 2003 net onder de 1 procent lag. De uitschieter naar boven – met 2,5 procent – lag gemiddeld in december terwijl er in september een verlies op de aandelen werd geleden van een kleine 1 procent. Het rendementsverschil tussen de zomer en winterperiode is maar liefst 7,6 procent, schrijft het onderzoeksbureau van de Rabobank en Robeco, en gaat op voor twee op de drie kalenderjaren.

Iris zegt zelf dat de optimismecyclus strijdig is met het beginsel van een efficiënte markten en verwacht daarom dat het effect uiteindelijk zal verdwijnen als de optimismehypothese een algemeen geaccepteerde verklaring zou worden voor het seizoenseffect. ,,Tot die tijd ligt het geld op straat'', aldus Iris.

Het onderzoeksbureau heeft daarom een beleggingsstrategie voor de koop en verkoop van aandelen in bepaalde sectoren gebaseerd op de optimismehypothese. Het koopt cyclische aandelen in de winter terwijl het dan defensieve fondsen van de hand doet. In de zomer gebeurt het tegenovergestelde. Uit het onderzoek blijkt dat zo'n strategie drie van de vier jaar een aantrekkelijk rendement oplevert.

Of dit de komende jaren ook het geval zal zijn, valt te betwijfelen als er wordt geluisterd naar Aegon Nederland, de verzekeraar die onder meer belegt voor de Nederlandse pensioenfondsen. Zij zien weinig optimisme over de economische ontwikkeling, of het nu mei of december is. Volgens het Aegon-onderzoek worden het vier magere jaren op de beursvloer van Damrak en Wall Street.

De economie staat aan de vooravond van de grootste vergrijzingsgolf, zo stelt onderzoeker Roelof Salomons van de Nederlandse verzekeraar. Tussen 2005 en 2015 overspoelt deze golf de Verenigde Staten en Europa als de generatie die direct na de Tweede Wereldoorlog werd geboren met pensioen gaat.

Deze demografische ontwikkelingen kunnen de economische groei doen dalen omdat de productiviteit afneemt, aldus Salomons. De `rollatoreconomie' kan ook zorgen voor hogere overheidstekorten omdat de kosten voor onder meer gezondheidszorg stijgen, stelt de Aegon-onderzoeker. De ouderen gaan bovendien `ontsparen' wat volgens Salomons ook een drukkend effect zal hebben op de koersen. Daar staat tegenover dat andere onderzoekers juist hebben geopperd dat er geld naar de beurs zal stromen omdat jongeren zelf moeten gaan sparen voor hun oudedag en dat deels via aandelen zullen doen.

Die spaarpot voor het toekomstig pensioen zal de komende jaren echter niet vollopen van de beurswinsten, stelt de Nederlandse verzekeraar. Een belangrijk aspect dat de aandelenmarkt de komende jaren minder aantrekkelijk maakt is de té hoge koerswinstverhoudingen van veel aandelen. ,,De waarderingen van aandelen – met name in de VS – liggen momenteel boven het historisch gemiddelde'', aldus Salomons die stelt dat dit er ook op wijst dat de koersen onder druk komen te staan.

Aegon Nederland verwacht dat de aandelen de komende vier jaar een gemiddeld rendement zullen hebben van 6 procent, twee procentpunten minder dan de 8 procent die – gezien de rendementen over de afgelopen honderd jaar – tot het gemiddelde wordt gerekend. De obligaties scoren ook onder het gemiddelde met een rendement van 3,5 procent in plaats van de `normale' winst van ruim 4 procent. De obligaties zullen minder renderen omdat de rente zeer waarschijnlijk gaat stijgen, aldus Salomons.

De belegger die meer wil verdienen moet het zoeken in risicospreiding, volgens het onderzoek. Dus ook in de aandelen in opkomende markten die de komende jaren 9 procent zullen opbrengen, aldus de Aegon-onderzoekers. En in vastgoed (7 procent), grondstoffen (5 procent) en hedge funds (6 procent). Overigens, met zoveel verschillende beleggingen moeten beleggers niet vergeten in mei de beurs de rug toe te keren.