Vliegvangen

HET BEGON met de herfststukjes die tegenwoordig minder en vogue lijken dan vroeger. Onduidelijk waaraan het ligt, want aan geschikte paddestoelen is geen enkel gebrek. Een korte verkenningstocht over de Utrechtse heuvelrug, aan weerskanten van de piramide van Austerlitz (twee eeuwen oud maar weer als nieuw), leverde een schat aan paddestoelwaarnemingen op. Inclusief oude coryfeeën als de vliegenzwam en de stinkende stinkzwam met zijn begerige bezoek.

Elfenbankjes, eekhoorntjesbrood, stuifzwammen, you name it. In de jaren zeventig is even gedacht dat de teloorgang van veel paddestoelen, zoals die van de cantharel, te wijten was aan de al te gretige vingertjes van scholieren die er door hun meester of juf op uit waren gestuurd. Later bleek het de zure regen te zijn, nog weer later bleek er niet zo heel veel aan de hand.

Zo rees het vermoeden dat de herfststukjes zijn afgeschaft uit vrees voor dodelijke ongelukken. Met de giftigheid van paddestoelen valt immers niet te spotten. Het excursiegezelschap kwam te spreken over de vraag waaraan de onschadelijkheid van paddestoelen te herkennen zou zijn. Survivalfantasie: verdwaald in een diep woud, geen eten, en dan zijn er alleen nog eikels en paddestoelen. Wat te doen? Sommige paddestoelen zijn zichtbaar aangeknaagd door muizen. Het eekhoorntjesbrood krioelt soms van de maden als je er even in kijkt. Is dat een bewijs van eetbaarheid?

Volstrekt niet, doceert de internetsite www.paddenstoel.nl. ``Een interessante bijkomstigheid is dat er vertegenwoordigers van het geslacht Drosophila zijn die ongestraft leven in de vruchtlichamen van de groene knolamaniet. Experimenten hebben aangetoond dat deze soorten een concentratie phalloidine kunnen overleven die vele honderden malen hoger ligt dan die bij verwante fruitvliegen die niet in deze paddestoelen leven.''

De groene knolamaniet is, zoals bekend, de black widow van de Nederlandse natuur. En dat `vruchtlichaam', dat is gewoon de paddestoel. Als daarin vrolijke maden worden aangetroffen betekent dat nog helemaal niets. Een verontrustende gedachte.

Maar de sympathie voor fruitvliegjes was er weer verder door toegenomen. Juist deze dagen dringen deze weer met grote vastberadenheid de woning binnen, speurend naar rijp en overrijp fruit en met een typische voorkeur voor banaan en meloen. Zelfs vijftien verdiepingen hoog, vijftig meter boven het maaiveld, kruisen fruitvliegjes op zoek naar gevallen vruchten. Zij houden met alles rekening.

Het is een kleine moeite de diertjes het huis in te lokken met stukjes rijp fruit die men in de hoek van de keuken in een bakje te bederven zet. Voorkom voortijdig indrogen door de zaak half af te dekken. Binnen een week of twee is er een wolk vliegen die al van verre aan zijn typische zoete geur te herkennen is. Het zijn bescheiden, bedaarde diertjes die na verloop van tijd veel van hun schuwheid laten varen. Kwaad doen ze niet. Hoogstens brengen ze een achtergebleven pak yoghurt wat eerder tot schimmelen. Dat is hun truc. De binnenshuis levende Drosophila-soorten leven voor een belangrijk deel van de gisten die op overrijp fruit woekeren. En die gisten, en andere (hogere) schimmels, brengen zij zelf aan hun behaarde poten op het fruit over. Onopzettelijke landbouw.

Eigenaardig hoe men jaar in jaar uit fruitvliegjes kan opvangen en bijstaan zonder zich ooit af te vragen of de diertjes hun levenscyclus binnenshuis volbrengen of dat steeds nieuwe vliegjes door het open keukenraam naar binnen vliegen. Dit jaar eens beter gekeken en vastgesteld dat in de goed bezochte stukken banaan en appel net zoveel larven krioelen als soms in eekhoornbrood en knolamaniet. Ze zijn nauwelijks minder beweeglijk dan de volwassen vliegjes, maar schuwen het daglicht. De vliegjes zelf zitten graag op lichte plekken, maar lang niet zo overtuigend als de bromvlieg die uren tegen het raam kan botsen.

Internet biedt een overweldigende hoeveelheid informatie over de `fruit fly' of `vinegar fly' want de larven van de vliegen bezitten in hun speekselklieren eigenaardige reuzenchromosomen die de diertjes erg populair maakten bij genetici. Van het een kwam het ander en nu is er bijna niets dan men niet weet van Drosophila.

De proef waarvan bijgaande illustratie een impressie geeft voegt dan ook niets toe aan de bestaande kennis. Het is een onderzoek naar de voedselpreferentie van de verschillende wilde Drosophila-soorten die het openstaande huis aandoen. De opzet staat beschreven onder www.vwo-campus.net, een site van de Wageningse Universiteit voor mensen in de tweede fase. Wie alle soorten fruit door elkaar in één bak gooit komt er niet makkelijk achter waaraan de fruitvlieg de voorkeur geeft. Plaatst men het voedsel gescheiden in glazen glazen of jampotjes die met een papieren trechter zijn afgesloten dan blijkt de voorkeur uit de ophoping van vliegen onder de trechter.

Het is zaak die papieren trechter met tape lucht- en lichtdicht op de rand van glas of pot te laten aansluiten, anders trippelen de vliegen net zo makkelijk naar buiten als ze naar binnen gingen. (De AW-opzet schoot wat dat betreft flink tekort.) Maak de diameter van het centrale gat ook niet groter dan een centimeter of twee. Zet de glazen tenslotte allemaal evengoed in het licht, want de in de schaduw staande glazen worden wat minder goed bezocht. Vermijdt tocht en haal het voedsel waarop de vliegen en larven tot dusver leefden weg, anders zijn ze met geen stok in beweging te krijgen. Wacht daarna kalm af.

Deze week werden twaalf glazen gevuld met banaan, meloen, appel en pitloze druif en verder met geweekte gedroogde gist, yoghurt, azijn, bier, wijn en jenever. De grootste belangstelling ging uit naar banaan, meloen en appel, vooral als dat al een tijd tussen de vliegen had gelegen. Yoghurt, wijn, bier en gist werden mondjesmaat aangedaan. Geen enkele belangstelling was er voor de azijn en jenever en ook niet voor de pitloze druiven van Albert Heijn.