Veel elegante en morsige scènes

Grote ruimtes lenen zich slecht voor kleine kunst. Veel van de schilderijen met voorstellingen van het dagelijks leven uit de Hollandse Gouden Eeuw zijn niet meer dan een halve meter hoog. Het is daarom toepasselijk dat de tentoonstelling die Museum Boijmans Van Beuningen daaraan wijdt, is ingericht in het oude gedeelte van het gebouw, in zaaltjes en kleine kabinetten. In een daarvan wordt het intieme karakter van de rest van de expositie echter weer teniet gedaan: de beroemde Briefschrijvende vrouw van Johannes Vermeer heeft een heel kabinet voor zichzelf. Mogelijk voorziet het museum een grote toeloop van publiek voor dit werk, dat normaal alleen in Washington te bezichtigen is. Maar ook is de isolatie van juist dit magnifiek gedetailleerde en door subtiele lichteffecten gekenmerkte doek programmatisch voor de expositie. De nadruk ligt daarin sterk op de artistieke, schilderkunstige kwaliteit van afzonderlijke schilderijen.

In een chronologisch overzicht zijn zo'n tachtig schilderijen bijeen gebracht van de hand van specialisten in het weergeven van het dagelijks leven: van elegante gezelschappen aan de maaltijd tot liederlijke boeren in kroegscènes, van deftige interieurs met musicerende lieden tot morsige bordelen met obsceen gebarende bezoekers. Ze dateren uit de periode 1620-1670, de bloeitijd van dit type schilderijen. Het is de categorie die ook wel als 'genreschilderkunst' wordt aangeduid – een ongemakkelijke term voor de restcategorie die overblijft als duidelijker te definiëren types zoals portretten, landschappen en stillevens zijn gegroepeerd. Het is dan ook lastig in al die werken een lijn te ontdekken.

De verbindende factor is de levensechte manier waarop de werkelijkheid – of een manipulatie daarvan – op het doek of paneel is gepenseeld. De tentoonstelling laat dat zien met fraaie voorbeelden en belangrijke bruiklenen.Naast beroemde meesters als Jan Steen, Gerrit Dou en Frans van Mieris, zijn er prachtige werken van minder bekende schilders: de soldatenwachtlokalen van Willem Duyster bijvoorbeeld, of het ontroerende, slechts 12 centimeter hoge schilderijtje dat Hendrick Sorgh maakte van een meisje dat met een lepel een kookkan leegschraapt. Maar ook wie in dergelijk werk vooral artistieke inventiviteit en schilderkunstige kwaliteit wil zien, kan niet heen om de implicaties die daaraan in de afgelopen veertig jaar zijn verbonden. De roemruchte tentoonstelling Tot lering en vermaak in het Rijksmuseum (1976) maakte aan de hand van literaire bronnen als emblemata aannemelijk dat sommige 17de-eeuwse genreschilderijen ook een moraliserende betekenis hebben.

Het is aardig te zien hoe het afwijzen van een dubbele of extra betekenis de aandacht daar juist naar toe trekt. Vooral in het eerste deel van de tentoonstelling benadrukken de bijschriften steeds hoe `grappig' en `geestig' de schilderijen zijn, hoe origineel hun composities. Maar ook horen we telkens weer dat er geen reden is moraliserende interpretaties te volgen, en dat er voor dergelijke veronderstelde betekenissen `geen bewijs' bestaat. Natuurlijk niet, zou je zeggen, want kunsthistorici kunnen de juistheid van interpretaties zelden onomstotelijk bewijzen. En kennelijk weten de samenstellers van deze tentoonstelling het ook niet altijd zo precies. Bij een herberginterieur met drinkende mannen van wie er een laveloos op een bankje ligt, stelt het bijschrift nog maar eens: ,,Of Brouwer hier ook tegen de gulzigheid wilde waarschuwen, is moeilijk te zeggen''. Maar de fraai geïllustreerde catalogus is genuanceerder. Hier heet het dat het schilderij een gekunstelde en geconstrueerde indruk maakt, waaraan de conclusie wordt verbonden: ,,Blijkbaar ging het Brouwer vooral om de moralistische boodschap''.

In de catalogus benadrukt Peter Hecht dat de kunst van de Gouden Eeuw, en de `genreschilderkunst' al helemaal, nu eenmaal zeer divers is geweest en heeft moeten functioneren voor `de meest uiteenlopende klanten op de vrije markt'. De betekenis van dergelijke schilderijen kon derhalve variëren en is soms lastig te achterhalen. Het vermaak dat ze schonken laat zich, zoals deze expositie prachtig toont, nog altijd moeiteloos navoelen.

Tentoonstelling: Zinnen en minnen; schilders van het dagelijks leven in de zeventiende eeuw. Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam. T/m 9/1. Cat. €30 (uitg. Hatje Cantz). Inl. 010 4419475, www.boijmans.nl