Tragiek van een aangekondigd bombardement

Maandag zestig jaar geleden werd Westkapelle bevrijd, na Britse bombardementen. D-day op het eiland Walcheren.

Maatje Lievense-Kaland (85) vertelt haar verhaal in het Polderhuis, het dijk- en oorlogsmuseum in Westkapelle dat vandaag wordt geopend. Ze wijst naar de machtige zeedijk, op een steenworp afstand. Achter die dijk, aan de zeezijde, lag haar ouderlijk huis. Zestig jaar geleden is het weggevaagd bij Britse bombardementen. Van de 650 woningen waren er daana nog vijftig enigszins bewoonbaar. ,,We troffen bij onze terugkeer een compleet vernield dorp aan, met alleen maar puin.''

Op 2 oktober 1944 hoorde Lievense van buren die stiekem naar de Engelse radio luisterden ,,dat er gevaar dreigde vanuit de lucht en de zee''. Diezelfde dag nog wierpen Britse toestellen pamfletten uit: ,,Ga weg van de kust.'' De meeste Westkapellaars, heel sterk aan hun grond en dorp verbonden, bleven in hun door de Duitsers bezette woonplaats.

Lievense besloot wél weg te gaan. Met man en baby vluchtte ze naar Aagtekerke, vier kilometer verder. Alle huizen daar zaten vol met ontheemden. De Lievenses vonden een plaats in een boerenschuur, waar ze in het stro sliepen. ,,De muizen ritsten over onze benen'', vertelt Lievense. ,,De meisjes waren bang, huilden. Wij deden geen oog dicht. Wat waren de Engelsen van plan? Aan een bombardement of een invasie vanuit zee dachten we niet.''

De volgende dag wilde mijn man terug naar huis, vertelt Lievense. ,,Het is toch rustig, zei hij. Maar ineens verschenen er Engelse vliegtuigen boven Westkapelle. De aarde beefde. Van verre zagen we eerst vuurballen neerdalen op ons dorp, toen bommen. Rillend van angst vluchtten we een bunkertje in, waar we huilden, baden en zongen, om zo het oorverdovende kabaal te overstemmen.''

Van Westkapellaars die de volgende dag even naar hun dorp terug durfden, hoorde Lievense later op de boerderij ,,de meest verschrikkelijke verhalen''. Dat haar ouders, broers en zussen wel dood moesten zijn (hetgeen niet het geval was), omdat hun huizen in de zee waren verdwenen. Dat er talloze gewonden waren en dat er zich in de molen ,,iets gruwelijks'' had afgespeeld. De molen was door een projectiel geraakt. In de kelder zaten 47 mensen. Zij konden niet naar buiten omdat enorme stukken gevallen steen de deur blokkeerden. ,,Terwijl het water almaar steeg, probeerden mannen die brokstukken met hun blote handen te verwijderen'', vertelt Lievense. ,,Het lukte niet. De kelder liep onder. Slechts drie mensen ontkwamen aan de verdrinkingsdood. Een van hen was een vader die zijn baby boven zijn hoofd had gehouden.''

De bombardementen op Westkapelle waren nog niet geëindigd. Zo wierpen de Britten op 17 oktober zware bommen om het gat in de zeedijk te verdiepen. Lievense en haar gezin verhuisden naar een zolder in Aagtekerke, omdat het water zich over de akkers verspreidde en ,,onze kant'' op kwam. ,,Nu verdrinken we allemaal, werd er geroepen, het hele eiland loopt onder'', weet Lievense nog.

Ten slotte werden ze ondergebracht bij een familie in Oostkapelle. Het was daar ook niet veilig, vertelt Lievense, ,,omdat vlakbij twee bunkers stonden – de Hamster en de Mammoet – met veel Duitse militairen, die steeds door de Engelsen werden beschoten.''

Lievense herinnert zich mini-D-day op Walcheren, zoals de Britse kranten schreven, nog goed. De landing van de Britten op 1 november op het strand, het verzet van de Duitsers. ,,Ik zie nog hoe Duitsers met witte lappen uit hun bunkers kwamen. Later ontmoetten we de tanks met zwaaiende Engelse soldaten.''

Westkapelle was een verlaten dorp in puin. Lievense: ,,Alle mensen waren geëvacueerd. Bijna niks stond meer overeind, ons huis was afgebrand.'' De oorlog eiste 206 levens in het dorp, zestien andere mensen zijn nooit teruggevonden. ,,Ik word 's nachts nog wel wakker, dan ben ik weer op de vlucht met mijn baby.''