Strijd blijft spannend tot het einde

De strijd om het Witte Huis blijft volgens opiniepeilingen spannend tot het einde. President Bush ging de laatste dagen in met een licht maar statistisch niet doorslaggevend voordeel. Nieuwe uitspraken van Bin Laden kunnen dit voordeel versterken.

De kandidaten zijn begonnen aan hun laatste rondreis door het sterk geslonken aantal staten waar de uitslag geen uitgemaakte zaak is: Florida, Ohio, Iowa, Michigan, Wisconsin, New Mexico en Pennsylvania. De peilingen in deze staten gaan voortdurend heen en weer, ook al lijkt het aantal onbesliste kiezers ongebruikelijk klein.

President Bush voerde gisteren campagne in New Hampshire, een kleine staat die hij in 2000 won, maar waarvan hij nu kennelijk niet zeker is. Na dagen van harde aanvallen op zijn uitdager senator John Kerry legde Bush nu – in gezelschap van verschillende nabestaanden van 911-slachtoffers – de nadruk op beveiliging tegen het gevaar van terrorisme.

Voordat de verkiezingsdiscussie zich gisteravond concentreerde op Bin Laden en het terrorisme zagen de meeste opiniepeilers weinig tekenen die erop wezen dat één van de kandidaten een beslissende voorsprong had genomen.

De Amerikaanse president wordt uiteindelijk gekozen door een college van 538 kiesmannen. Wie wint in een staat, krijgt in de regel alle kiesmannen van deze staat achter zich. Op grond van peilingen van gisteren zouden Bush en Kerry nog moeten strijden om ruim honderd kiesmannen. Bush zou een kleine 20 kiesmannen voorliggen op Kerry, maar het verschil in percentages in de verschillende staten is te klein om de peilingen al te zwaar gewicht te geven.

John Zogby, een bekende enqûeteur, wees er gisteren op dat zijn laatste landelijke peiling uitkwam op 47-47 voor Bush en Kerry. Van de tien `battleground states' waar hij onderzoek deed, waren er vier die naar Bush neigden, vier naar Kerry en twee onbeslist. ,,En geen van die meerderheden zijn groot of onomkeerbaar. Het is een extreem gelijk opgaande verkiezingsrace.''

Een gisteravond gepubliceerde ABC-enquête bracht Bush voor het eerst weer terug op 50 procent, terwijl Kerry 47 procent zou halen.

Volgens verschillende Amerikaanse commentatoren kan om die reden de interventie van Bin Laden, gisteravond, in het voordeel van George W. Bush uitwerken. De aandacht is daarmee terug bij de oorlog tegen het terrorisme, volgens alle peilingen het punt waarop Amerikanen meer vertrouwen hebben in Bush dan in Kerry.

De Al-Qaeda-leider richtte zich gisteravond via Al Jazeera tot het Amerikaanse volk.

President Bush zei in een korte reactie in Ohio, dat ,,het Amerikaanse volk zich niet laat intimideren of beïnvloeden door een vijand van ons land''. Hij zei er zeker van te zijn dat John Kerry het daar mee is. ,,Wij zijn in oorlog met deze terroristen en wij zullen winnen.''

John Kerry verklaarde in Florida dat hij onder geen enkele omstandigheid zou onderhandelen `met deze barbaren'. Hij verzekerde dat geen moeite hem te veel zou zijn om de terroristen `op te sporen en te vernietigen'. ,,Ik denk ook dat ik effectiever zal zijn in de oorlog tegen het terrorisme dan George W. Bush.'' Kerry onderstreepte dat de Amerikanen verenigd zijn in hun wil af te rekenen met Al-Qaeda, maar hij betreurde dat de regering-Bush Bin Laden eind 2001, begin 2002 uit de grotten van Tora Bora had laten ontsnappen.

[vervolg CAMPAGNE: pagina 5]

CAMPAGNE

Bin Laden meldt zich in de strijd

[vervolg van pagina 1]

De plotselinge verschuiving van de aandacht naar de boodschap van Bin Laden bezorgde de Bush-campagne welkome afleiding van de vermiste explosievenopslag in Al Qaqaa die het verkiezingnieuws de hele week had beheerst. Volgens Kerry was het laten stelen van een arsenaal dat gebruikt kan worden voor het maken kernwapens een vorm van incompetentie van de regering. Na een aantal tegenstrijdige verklaringen hield het Pentagon het er gisteren op dat de munitie al verdwenen was voordat de Amerikaanse troepen Bagdad bevrijdden. Een ABC-tv-film uit die tijd suggereert overigens dat acht dagen na die bevrijding Amerikaanse troepen de opslag nog inspecteerden en de voorraden aantroffen verzegeld door het Internationaal Atoomagentschap.

Namens de Kerry-campagne bracht Richard Holbrooke, oud-ambassadeur bij de Verenigde Naties, de vermiste explosieven en jongste dreigementen van Bin Laden terug tot een bewijs dat de regering-Bush niet zo effectief is in de oorlog tegen het terrorisme als zij beweert. ,,Hoe komt het anders dat wij ons drie jaar na de aanslagen van 11 september 2001 dit soort dreigementen moeten laten welgevallen. Waarom is deze groteske massamoordenaar niet gepakt? De details over Al Aqaa mogen mistig zijn, de hoofdlijn is simpel: het Pentagon zoekt nu pas uit waar die levensgevaarlijke materialen gebleven zijn.''

Namens de Bush-campagne sloeg buitenlandadviseur Danielle Pletka terug. Naar aanleiding van Bin Laden's spottende opmerking dat president Bush op 11 september 2001 kostbare tijd verloor door acht minuten lang een schoolklas in Texas te blijven voorlezen nadat hij had gehoord van het eerste vliegtuig dat een WTC-toren was binnengevlogen, zei Pletka: ,,Dat bewijst opnieuw dat Michael Moore [in wiens film Fahrenheit 911 dat werd onthuld] de vijand in de kaart speelt''.

De opmerkingen van Holbrooke waren volgens de Bush-medewerkster `propagandatrucs', ongepaste `exploitatie van 911'. ,,Het is een leugen dat we Bin Laden bij Tora Bora bijna in handen hadden. Het is ook een leugen dat als hij is uitgeschakeld de oorlog tegen het terrorisme zo goed als gestreden is.''

stemming europa pagina 5

vs verrechtstpagina 33

www.nrc.nldossier verkiezingen