Rattenvanger gezocht in Mexicaans dorp

De rattenplaag die het Mexicaanse dorpje Atascaderos al een jaar teistert, is voorlopig niet voorbij. Een commissie die zich over de plaag buigt, maakte deze week bekend dat de dieren nooit zijn uit te roeien. ,,De inwoners zullen er aan moeten wennen met de ratten samen te leven'', aldus de commissievoorzitter. Alberto Lafont, tevens hoofd van de zoölogische faculteit van de universiteit van Chihuahua, stelde dat ,,de ratten zijn gekomen om te blijven''.

De drieduizend inwoners van het afgelegen bergdorpje in de noordelijke Mexicaanse deelstaat Chihuahua leven te midden van een kwart miljoen ratten. Dit betekent dat de achthonderd huishoudens elk gemiddeld meer dan driehonderd ratten in huis hebben. De lokale overheid zette reeds katten, vergif, vallen en premiejagers in, maar de knaagdieren willen van geen wijken weten.

De hoogste baas van de gezondheidsdienst in Chihuahua wees in een interview met het Amerikaanse persbureau Associated Press op de gevaren voor de bevolking. ,,De mensen kunnen niet met de ratten samenleven. Uit oogpunt van de gezondheid is dat ondoenlijk.'' De dieren kunnen bijvoorbeeld via hun urine de ziekte van Weil (leptospirosis) verspreiden.

Oospronkelijk zou een leger van zevenhonderd katten worden ingezet, maar dit leger bestond uiteindelijk uit slechts vijftig katten. Niet alleen vormden ze een kansloze minderheid, het ontbrak de katten ook aan meedogenloosheid: als ze één rat doodden, hadden ze geen honger meer en gingen ze twee dagen lang niet op jacht.

Ook het vergif en de vallen boden geen soelaas, omdat de ratten daar inmiddels met een ruime boog omheen lopen. ,,We hebben te maken met dieren die extreem slim zijn. Ik heb dit nog nooit meegemaakt'', aldus Lafont in de Mexicaanse krant El Universal. Een voorstel van de burgemeester van het dorp om elke dode rat met vijf pesos (34 eurocent) te belonen, viel in verkeerde aarde. Deskundigen vreesden dat kinderen gebeten zouden worden als ze probeerden de ratten te vangen.

De commissie wil nu nieuwe wapens inzetten. Eerst wordt een nieuw vergif uitgeprobeerd dat, anders dan voorgaande middelen, pas binnen drie tot twaalf dagen werkt. Hiermee hoopt men de dieren op het verkeerde been te zetten.

Verder wordt de bevolking opgeroepen afval meteen te verbranden en eten beter op te bergen. Als dit alles niet helpt, overwegen de autoriteiten liggende landbouwvelden te vernietigen en zo de dieren uit te hongeren.