Proletarisch shoppen in de weggeefwinkel

In het rijke centrum van Leiden bezoekt Yaël Vinckx een `weggeefwinkel': een winkel zonder kassa maar met een missie. De student, asielzoeker, de bejaarde en de handelaar, allemaal komen ze er graag.

Wilt u wel eens proletarisch winkelen? In Leiden kan het, zonder enig probleem. Aan een van de mooiste gedempte grachten in de stad is een winkel waar de klanten hun zakken vol stoppen - en ze betalen niet. De vrouw in de versleten groene jas bijvoorbeeld. Ze sleept een geruit boodschappenkarretje achter zich aan, waar een rok, een trui, een T-shirt en nog een rok in verdwijnen. Of de man met de plastic tas, die daar hij een stapel boeken instopt. Of het kind dat trots een popje in haar jaszak steekt.

En nergens hangt een camera die de klanten en het personeel bespioneert. Nergens ook hangt een bordje: `bij diefstal doen wij altijd aangifte bij de politie'. De winkel heeft niet eens een kassa. En niemand die er wat van zegt als je een mooie trui in je tas stopt. Of het moet de spuigaten uitlopen. Zoals bij de vrouw in de versleten groene jas. Nog een T-shirt, nog een trui. Dan legt een medewerker van de winkel zijn hand op haar karretje. ,,Maximaal vijf artikelen per persoon'', zegt hij streng.

In de weggeefwinkel shopt men zonder geld. Mensen komen spullen brengen, vooral kleding en speelgoed, en mensen komen spullen halen - veelal zijn het niet dezelfde mensen. Voor het gemak spreken we van verkopers en kopers, al komt er geen geld aan te pas.

SUCCES

De winkel maakt deel uit van Eurodusnie, een radicaal linkse actiegroep. Die groep, en dus ook de winkel, stoelt op het antikapitalistische gedachtegoed. ,,We verafschuwen overconsumptie, de vervuiling en de vervreemding die overdadige consumptie met zich meebrengt'', luidt een van de stelregels van Eurodusnie. Of, zoals weggeefwinkel-medewerker Leen van Duijn zegt: ,,We vinden het afschuwelijk dat het altijd over welvaart en niet over welzijn gaat. Uit die gedachte is vijf jaar geleden de weggeefwinkel ontstaan.''

Winkelen zonder geld; het klinkt als een stoffig overblijfsel uit de jaren zeventig. Maar de weggeefwinkel in Leiden is wel degelijk een succes. Iedere zaterdag vormt zich een rij kopers voor de deur, die keuvelt tot de deur opengaat. Marokkaanse mannen en vrouwen, Hollandse bejaarden, Leidse studenten, asielzoekers die zojuist een verblijfsvergunning hebben gekregen.

,,Van de overheid krijgen die laatsten een bed, een tafel en vier stoelen. Bij ons halen ze de versiering: borden, bestek, een prentje voor aan de muur'', weet Van Duijn. Verder heeft iedere groep zijn eigen voorkeur: Marokkanen komen veelal voor kleding, studenten azen op huisraad. En ook de enkele handelaar die denkt gratis zijn slag te kunnen slaan in de winkel, wordt herkend. Die komt op het glas- en koperwerk af.

De kopers mogen dan al voor de deur staan te wachten, de verkopers komen in de loop van de dag. Sommigen brengen op de fiets een plastic tas met twee kledingstukken, anderen rijden een auto vol spullen voor. Zoals laatst, toen een `enorm grote slee' stopte, aldus Van Duijn. Uit de auto stapte een keurige heer van in de zestig. ,,Ik heb spullen meegenomen, maar ik weet niet of u er iets aan heeft'', zei de heer. Leen van Duijn, die een kijkje in de achterbak nam, geloofde zijn ogen nauwelijks. ,,U brengt prachtige spullen!''

Na het uitladen wilde hij een praatje met de heer maken. Want dat zijn ze ook bij de weggeefwinkel: ze hebben een missie. ,,Ik wilde weten hoe een zichbaar rijke man over de ellende in de wereld denkt. Hoe kan hij bijvoorbeeld zonder schuldgevoel in zo'n grote auto rijden?'' Maar de heer had het druk - zoals zovele rijken, meent Van Duijn. ,,Te veel geld en te weinig tijd.''

Wordt hij niet moedeloos van het gevecht tegen het geld? ,,Nee. Anders stopte ik vandaag en sloot ik voor de rest van mijn leven mijn ogen.'' Treurig is hij wel, soms. ,,Ik heb geen optimistische kijk op het leven.'' En dat hij een gevecht tegen de bierkaai voert, dat moet zo zijn. ,,Wij zijn ons ervan bewust dat we slechts een rem vormen.'' Maar als zij hun mond niet opendoen, wie dan wel?

EURODUSNIE

Ja, de weggeefwinkel heeft een missie - en neemt die serieus. Zo moeten medewerkers de uitgangspunten van Eurodusnie onderschrijven en mogen hun politieke denkbeelden `niet te veel afwijken' van die van de linkse organisatie. Welke dat zijn? Van Duijn lacht. ,,Dat is ieder geval niet `ieder voor zich en God voor ons allen'. Wij hangen socialistische denkbeelden aan.'' Onder de vrijwilligers van de weggeefwinkel bevinden zich een anarchist en een dominee die lid is van de PvdA.

Daarnaast is een voorwaarde dat de vrijwilligers zelf ook sober leven hebben: verbeter de wereld, begin bij jezelf, is een van hun credo's. Die heer van stand met zijn grote auto bijvoorbeeld, zou geen deel kunnen uitmaken van het team. Zelf woont Van Duijn op een kamer van drie bij drie meter, met een hoogslaper in het keukentje. Een bewuste keuze. ,,Ik voel me schuldig als ik meer neem dan ik nodig heb.''

Daar hebben sommige kopers geen last van. ,,Maximaal vijf stuks'', waarschuwen de bordjes in de schappen en de rekken. Maar sommigen nemen meer mee, veel meer. Van Duijn geeft een vrouw een uitbrander die haar tassen vol stopt. Even later zet hij een vrouw buiten de deur die die dag al voor de vierde keer komt winkelen.

Met de afname zit het dus wel goed, maar ook de aanvoer is gestaag, met een hausse aan speelgoed begin november (`dan maken de moeders ruimte voor de Sinterklaascadeaus') en aan kerstversiering in januari. De kerstballen worden dan opgeborgen tot november.

Maar het zijn de vrachtjes van de heer van stand waar de doorgewinterde weggeefwinkelklant op aast. Want dat is de ongeschreven wet; wie het eerst komt, het eerst maalt. Al houdt Van Duijn ook wel eens een paar goede schoenen apart voor een dakloze. ,,Ach, zo'n man loopt de hele dag over straat.''

RAMEN INGEGOOID

Inmiddels kent Nederland diverse weggeefwinkels, onder meer in Haarlem, Utrecht, Dordrecht en Amersfoort. Maar de winkel in Leiden is wellicht de bekendste. Zijn roem heeft zich tot buiten de landsgrenzen verspreid: een Frans televisiestation kwam al op bezoek om een reportage over het fenomeen te maken.

Toch is niet iedereen blij met de weggeefwinkel. De gemeente Leiden bijvoorbeeld niet. Zij wil dat de winkel vertrekt uit zijn huidige onderkomen, een momumentale voormalige drukkerij in het hart van de stad die in de tweede helft van de jaren negentig werd gekraakt. Het complex, waarin ook een steunpunt voor illegalen en een vegetarisch eetcafé zijn ondergebracht, ligt immers aan een van de duurdere straten in Leiden. De gemeente wil er dan ook appartementen bouwen.

Maar de weggeefwinkel vindt het, evenals de gemeente, een prachtige plek en denkt voorlopig niet aan vertrekken. Het is bovendien ironie, zeggen ze, dat een antikapitalistische winkel is gevestigd in een straat waar het geld zo duidelijk aanwezig is. De winkel-voor-de-armen en de buurt-voor-de-rijken kunnen het redelijk met elkaar vinden, al klagen sommige buurtbewoners over de zwervers en de verslaafden die de winkel aantrekt.

Echt last heeft de winkel naar eigen zeggen van rechts-radicalen. Het moet enkele dagen na de moord op Pim Fortuin zijn geweest, dat de buren een luid gerinkel hoorden. Toen ze uit het raam keken, lagen de ramen van de weggeefwinkel in duizend stukjes op straat. Vanaf dat moment wisten de medewerkers van de weggeefwinkel het zeker; links zat in het verdomhoekje.

Sinds die tijd zijn de ramen ingegooid, zijn brandende voorwerpen door de brievenbus geduwd en hebben de vrijwilligers haat-mail ontvangen, zegt Van Duijn. De buren hebben nog wel eens de brandweer gebeld toen een stapel kleding en speelgoed die voor de deur was achtergelaten, in brand werd gestoken. De vlammen lekten al tot aan de eerste verdieping. Sindsdien manen de medewerkers de klanten om spullen niet op de stoep achter te laten maar in de winkel af te geven.

Inmiddels zijn de bedreigingen afgenomen, en ook de laatste brandende post dateert van een jaar geleden. Maar ze zijn er nog altijd beducht voor, daar bij de winkel zonder geld.