Onopgemerkte slaapapneu is riskant bij volledige narcose

Artsen van het St Lucas Andreas Ziekenhuis in Amsterdam waarschuwen dat mensen met obstructieve slaapapneu (herhaalde ademstilstand tijdens het slapen) een groot risico lopen na een volledige narcose, vooral omdat de overgrote meerderheid van deze mensen zich niet bewust is dat ze hieraan lijden (British Medical Journal, 23 okt).

Bij een algehele narcose krijgt de patiënt eerst een kalmerend middel om te ontspannen, vaak benzodiazepinen. Die hebben tegelijk een verslappend effect op de spieren van de bovenste luchtweg. Omdat bij mensen met obstructieve slaapapneu de keelholte toch al vernauwd is, meestal als gevolg van overgewicht, zal ontspanning van het zachte gehemelte en de tong gemakkelijk kunnen leiden tot een afsluiting van de luchtweg, met als gevolg een zuurstoftekort. De hartslag kan in reactie daarop versnellen en de bloeddruk kan tijdelijk toenemen. In het ergste geval kan dat resulteren in een hartstilstand en blijvende hersenbeschadiging.

De typische lijder aan obstructieve slaapapneu is een te dikke man tussen dertig en vijftig jaar die flink snurkt. Bij zo iemand ontspant tijdens de slaap het zachte weefsel van de keelholte, waardoor de luchtstroom geblokkeerd raakt. De ademhaling stokt, minimaal tien seconden tot twee minuten toe, totdat de slaper door het lage zuurstofniveau in het bloed wakker wordt en een diepe, snorkende teug adem binnenhaalt. Dat herhaalt zich steeds opnieuw. Ook kinderen kunnen last hebben van slaapapneu maar dan door vergrote neusamandel of tonsillen.

Obstructieve slaapapneu komt voor bij 2 procent van de vrouwen en 4 procent van de mannen van middelbare leeftijd. Zo'n 80 procent van die mensen is zich daarvan helemaal niet bewust. Ze slapen onrustig en zijn overdag slaperig. Dat kan zelfs tot ongelukken leiden in het verkeer.

De Amsterdamse artsen waarschuwen hun collega's en natuurlijk in het bijzonder anesthesisten bij corpulente mensen met korte dikke nekken en klachten van extreme slaperigheid overdag altijd te denken aan de mogelijkheid van een niet-gediagnosticeerde slaapapneu. Die groep patiënten kunnen ze in plaats van een benzodiazepine beter een angstverminderend medicijn geven, waardoor tegelijk de narcose minder diep hoeft te zijn. En in plaats van opiumhoudende pijnstillers moeten ze medicijnen toedienen die minder verslappend werken op de spieren. Voor en na de operatie moeten ze eventueel extra zuurstof geven, soms door middel van een overdrukmasker, allemaal om een zuurstoftekort en bijkomende complicaties te voorkomen.