`Mensen, denk toch aan ons'

Tien euro per gezin per dag, en Annie's Buurtsuper in Kraggenburg kan blijven bestaan. Maar voor goedkope cola rijden de mensen liever 14 kilometer naar Emmeloord. ,,Dat kan niet, een dorp zonder winkel.''

Suiker, koffie, een pak melk. De vergeten boodschappen. ,,Daarvoor komen de mensen bij ons'', zegt Leo van Boven (42). Zijn er kinderen bij, dan heeft hij geluk. Hij geeft ze een snoepje, een vlaggetje. Hij vraagt hoe het op school gaat. En ondertussen let hij op. Ziet hun moeder dat hij brood van de warme bakker heeft? Kijkt hun vader naar die gehaktbal van de luxe slager? Nu komt sinterklaas er weer aan, hij gaat kleurplaten uitdelen op school. Kunnen de kinderen een schoentje van vouwen. En dan stopt hij er wat lekkers in. Hopelijk komen ze het niet in hun eentje ophalen.

Leo van Boven pusht niet. Dat schrikt af. Hij zegt ook niet: waarom kom je nooit voor de andere boodschappen? Hij zegt: alles wat ik niet heb, kan ik bestellen hoor. Leo van Boven is aardig, altijd aardig. Zo ziet hij er ook uit. Goedlachs, dikke buik. Hij houdt wel van een biertje. Zijn vrouw (ook 42) is mager, verlegen. Zij blijft in de winkel als hij, langs het vliegengordijn het gangetje door, in de huiskamer gaat zitten vertellen over hoe het is om een buurtsupermarkt te hebben in een tijd waarin de grote supermarktketens steeds goedkoper worden.

Annie's Buursuper heet de winkel, ook wel Annie en Leo's Buurtsuper. Hij staat aan de Voorstraat in Kraggenburg, Noordoostpolder. Daar wonen 700 mensen, met het buitengebied erbij 1.600. Ze telen appels en peren. Of ze verbouwen aardappelen. Of ze werken in de tapijtfabriek van Genemuiden. Soms denkt Leo van Boven: zal ik een hoed kopen met twee zwaaiende handen erop? Want hij groet iedereen – op straat, in het café, langs het voetbalveld. ,,Het kan een klant zijn. Of het kan een klant worden.'' Hij gaat naar alle begrafenissen. Hij stuurt een kaartje naar alle pasgeboren baby's. Hij sponsort alle clubs, alle dorpsfeesten.

De vorige eigenaar van de winkel deed dat niet, zegt Leo van Boven. ,,Dat was een Amsterdammer, een stadsmens.'' Zijn klanten konden nooit eens morgen komen betalen. Hij keek of er niets gestolen werd. Hij liep ze achterna: waarom koop je niet meer? Zes jaar geleden ging hij dicht. En daarna zat Kraggenburg vier maanden zonder winkel. Alle andere winkels – bakker, slager, groenteman, melkboer, textielwinkel, fietsenmaker – waren al veel eerder dichtgegaan, in de jaren zeventig en tachtig, toen er steeds meer auto's kwamen en de mensen naar Emmeloord konden, veertien kilometer verder.

Leo van Boven komt niet uit Kraggenburg, zijn vrouw ook niet. Hij werd geboren in Ermelo, zij in een dorp achter Zwolle. Ze waren zwaar gereformeerd, maar nu niet meer. Leo van Boven: ,,Geloven kan ook buiten de kerk.'' Annie van Boven-Dijk, die even uit de winkel is gekomen om een sigaret te roken: ,,We vonden de jaarlijkse bijdrage ook te hoog. Wij wilden 150 gulden betalen. Ze verwachtten 800 gulden.''

Na hun huwelijk, twintig jaar geleden, verhuisden ze naar Swifterbant, ook in de Noordoostpolder. De wachttijd voor een huis op het oude land was meer dan zeven jaar. Leo van Boven was stukadoor, Annie had voordat ze trouwde en kinderen kreeg in een supermarkt gewerkt. Ze kwamen in Kraggenburg terecht door het voetballen. ,,Er was hier een tekort aan keepers en ik ben keeper'', zegt Leo van Boven. Dat is nu tien jaar geleden. Hij wilde dat hij hier altijd gewoond had, zegt hij. Hij is lid van de toneelvereniging, van de carnavalsvereniging, van de blaaskapel (trompet). Hij kaart op zondagavond met de andere ondernemers in het dorp. Op vrijdag- en zaterdagavond gaat hij naar een van de drie cafés – steeds naar een andere, want hij levert aan allemaal en hij wil met niemand ruzie.

Leo had een borrel op, zegt hij, toen hij op het idee kwam om de buurtsuper weer te openen. ,,Ik zat hiernaast, bij de buurman.'' Die heeft een snackbar, De Pelikaan, met daarachter een bar. ,,Hij vond ook dat het niet kon, een dorp zonder winkel.'' Ze probeerden de winkel en het woonhuis ernaast over te nemen van de vorige eigenaar. Maar die had er geen zin in. Ze hadden een keer ruzie gehad, toen hij dacht dat Leo van Boven een pakje shag van hem had gestolen. Ze konden de winkel wel huren, stiekem, via een tussenpersoon. ,,En toen gingen we steeds klagen'', zegt Leo van Boven. ,,Dan was de kachel weer kapot, dan weer dit, dan weer dat. Tot hij er genoeg van had.''

Hij leende 200.000 gulden van de Rabobank. Zijn buurman stak een deel van zijn spaargeld in de inventaris en voorraad. Annie van Boven ging in de winkel werken, samen met twee meisjes. De buurman hielp 's morgens voordat de snackbar openging met vakkenvullen. En 's avonds laat hielp hij weer.

Leo van Boven deed de boekhouding. Overdag was hij nog stukadoor. Maar twee jaar geleden dacht hij: ik ga ook in de winkel. ,,Eerst kwamen de mensen alleen maar kijken. Daarna gingen ze ook kopen. De kerk en de school kwamen vanzelf. Met het dorpshuis en de kantine van de voetbalclub ben ik gaan praten. Ik ging ook naar het hotel: waarom nemen jullie geen brood van ons af? Waarom geen melk? Waarom geen gebak?'' Hij was zaken gaan doen met een echte bakker. ,,Zijn omzet is verdubbeld.''

Dat is het verhaal van Leo van Boven. De buurman, van De Pelikaan, vertelt het iets anders. Hij heet Jan van Dijk (54). Hij zit te roken aan een van de tafels in de snackbar. Er is verder niemand. ,,Mijn klanten komen pas na vieren'', zegt hij. De Pelikaan staat te koop, Jan van Dijk heeft er genoeg van. ,,Altijd maar werken, ik heb geen vrienden meer over.'' Hij wil bij zijn zoon in de zaak, die heeft een snackbar in Ens, acht kilometer verderop.

Jan van Dijk zegt dat Annie's Buurtsuper geen bestaansrecht heeft. ,,Twee jaar geleden zei ik tegen Leo: het kan niet uit, er moet geld bij, en dat is mijn geld.'' De twee meisjes die Annie van Boven hielpen waren al ontslagen. ,,Maar Leo zei steenhard: het kan wel uit. Hij is een financier gaan zoeken, dat was de Rabobank, en die zei: we doen het als de buurman zijn geld erin laat zitten.'' Jan van Dijk moest wel meedoen, zegt hij. ,,Anders zag ik zeker nooit meer wat terug van mijn geld.'' Leo van Boven betaalt hem rente. Maar hij zal nooit kunnen aflossen, denkt de buurman.

Leo van Boven vertelt het weer iets anders. Hij zegt: ,,Ik heb hem uitgekocht, klaar.'' Hij weet wel waarom de buurman zo pessimistisch is. ,,Hij heeft er geen zin meer in.'' Annie's Buurtsuper verkoopt de laatste tijd meer voorgebakken patat, zegt Leo van Boven. Daar kan hij aan merken dat het slecht gaat met de buurman.

De volgende dag, bij de middagboterham, zegt Annie van Boven dat ze begrijpt waarom mensen naar Emmeloord gaan voor de boodschappen. ,,Ik ging vroeger ook naar de Aldi. De kinderen dronken Yokidrink, twaalf pakken in de week. Die kosten daar 60 cent per pak, bij mij 1,25 euro. En de cola is daar nog goedkoper.'' Ze is tevreden, zegt ze, als zij mensen een kleine doos boodschappen kan verkopen naast de boodschappen die ze al gehaald hebben.

Bertha Aben, een klant van Annie's Buurtsuper, zegt dat ze het ook begrijpt dat mensen met opgroeiende kinderen naar Emmeloord gaan. ,,Een pakje Becel Light hier of daar, dat scheelt 25 tot 30 cent.'' Maar zij is oud, zegt ze. Ze heeft weinig nodig. En ze heeft geen auto. ,,Ik kan met de bus, maar dat kost me heen en terug tien strippen. Dat is meer dan die 30 cent.'' Ze heeft AOW en een klein pensioen. ,,300 Hollandse guldens en nog wat in de drie maanden''. Ze vond het heel erg toen er een tijdje geen winkel in Kraggenburg was, ze werd afhankelijk van de kinderen. ,,Had ik aardappelen en zuurkool, en dan had ik weer geen worst.''

Bertha Aben zegt dat iedereen in Kraggenburg blij was toen de buurtsuper weer open ging. ,,Maar nu moeten ze er eens beter aan denken dat die mensen ook moeten leven.'' Vorige week was ze nog met de overbuurvrouw mee naar de Aldi gereden, ze zag er heel Kraggenburg lopen.

In de winkel, naast de mand met appels en peren (uit de buurt), zegt Leo van Boven dat hij 700 bezoeken op een dag krijgt. Maar daar zijn veel mensen bij die zes of zeven keer komen. Oude mensen voor een praatje. Jonge mensen voor snoep of een strippenkaart. ,,Als ieder gezin in Kraggenburg 10 euro per dag bij ons besteedt, kunnen wij goed leven.'' Die 10 euro per gezin per dag lukt niet. ,,Nog niet.'' Hij zegt dat Annie's Buurtsuper 15.000 euro per week omzet, met een winstmarge van gemiddeld 20 procent bruto. Daar moet de hypotheek van betaald worden, de belasting, de verzekeringen, alles. Zijn vrouw en hij werken zes dagen in de week, twaalf uur per dag. De kinderen (achttien, zestien en dertien) helpen in de weekends mee.

Toen Albert Heijn een jaar geleden de prijzen naar beneden begon te doen, heeft hij een tijd slecht geslapen. Hij hing een plakkaat op de winkelruit: `Prijzenoorlog wat nu? Hoe kunnen wij als buurtverzorgende ondernemer het best reageren op de enorme prijzenslag die er momenteel heerst? Wat is wijsheid?' Hij eindigde met een oproep aan alle klanten om bij hem te blijven kopen, anders kon hij zijn deuren wel sluiten. ,,De klanten reageerden begripvol.'' En dat doen ze nog steeds, zegt hij.

Dat begrip leidde nog niet tot een grotere omzet. ,,Nog niet'', zegt hij weer. Bij het koelvak voor het luxe vlees zet hij uiteen hoe de wereld volgens hem gaat veranderen. ,,De mensen krijgen vanzelf genoeg van die oorlog.'' Hij bedoelt de prijzenoorlog. ,,Het idealisme zal terugkomen. Mensen zullen inzien dat die grote supermarkten de prijzen net zo lang omlaag doen tot ze alleenheerser zijn geworden. En dan gaan de prijzen weer omhoog.''

Maar even later zegt hij dat hij niet goed begrijpt waarom mensen nooit minder gaan rijden als de benzine duurder wordt en wel klagen als ze bij hem 5 cent meer moeten betalen voor de koffie. ,,Dan is het meteen: ik ga wel naar een ander.'' Hij zou ze willen zeggen dat ze bij de boodschappen die ze bij de Aldi doen de kosten van de auto moeten optellen. Hij weet dat hij dat beter niet kan doen. ,,Die auto hebben ze al. En die moet rijden.''

Mensen kunnen bij Annie's Buurtsuper hun spullen voor de stomerij brengen, hun fotorolletjes, en hun schaatsen als die geslepen moeten worden. Leo van Boven brengt alles voor ze weg. Hij verkoopt ook inkt voor printers, bloemen, paracetamol en busabonnementen. ,,Alles om de mensen maar in het dorp te houden.'' En Annie's Buurtsuper is postkantoor. Of beter: de winkel was een agentschap en is nu, sinds het voorjaar, een servicepunt. Leo van Boven heeft daar nog veel slechter van geslapen dan van de prijzenoorlog. Toen hij nog agentschap was, kreeg hij per jaar een vast bedrag van 2.000 euro en daarboven een bedrag per handeling. Nu krijgt hij alleen nog een bedrag per handeling. En het aantal handelingen is omlaaggegaan door automatisering.

De manier waarop het ging maakt hem nog steeds kwaad. ,,Geen aankondiging, geen overgangsregeling, niks. Ze zeggen: goedemorgen, u wordt servicepunt.'' Hij is zich nog gaan beklagen, samen met de agentschaphouder in Luttelgeest. Via de gemeente Noordoostpolder hebben ze nog brieven geschreven ,,aan de hoge heren in Den Haag''. Ze hebben er nooit iets op gehoord.

Na het voorjaar kwam gelukkig de zomer. De hele vakantie stond Leo van Boven om half zeven op om in de schuur achter de winkel broodjes af te bakken, elke dag 1.500 stuks. Om half negen reed hij ermee naar de camping bij Vollenhove, om kwart voor negen naar de volgende camping, en daarna naar de haven, voor de mensen met de plezierbootjes. De havenmeester riep elke avond om: morgen vroeg komt de bakker met vers brood! ,,En de mensen die er wat langer lagen, vroegen of ik ook een kratje bier voor ze kon meebrengen.''

Het allerleukste was, zegt Leo van Boven, dat een van de appelboeren uit de polder hem elke ochtend hielp. Voor niks. Ze hielden het aantal uren bij. En nu het herfst is, gaat Leo van Boven de appelboer net zoveel uren helpen bij de opslag van zijn oogst.

Het is half een, Annie zit nog te eten, Leo staat achter de kassa. De juf van de school aan de overkant koopt een paar pakken karnemelk. De eigenaar van het hotel wil honderd postzegels en printerinkt. De buurvrouw van Bertha Aben komt haar rekening betalen. Ze loopt achter een rollator, portemonnee in de hand. Leo van Boven brengt haar boodschappen een keer per week bij haar thuis – twee kiwi's, vier bananen, een half brood, een paar vanilletoetjes. Maar hij wil niet aan de deur afrekenen, dat geeft maar misverstanden. En oude mensen hebben graag een uitje, weet hij. ,,Hun kinderen vinden dat ook prettig.''