Maagzuurremmers verhogen kans op longontsteking

Medicijnen die de vorming van maagzuur tegengaan, verhogen de kans op een longontsteking, zo blijkt uit een onderzoek van het Universitair Medisch Centrum St Radboud in Nijmegen en het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam. Het is gebaseerd op een analyse van medische gegevens van meer dan 360.000 patiënten uit 150 huisartsenpraktijken (Journal of the American Medical Association, 27 okt).

Maagzuurremmers verminderen de zuurgraad in de maag. Daardoor is het mogelijk dat bacteriën en virussen uit de mondholte zich daar gaan vestigen. Om te onderzoeken of dat een verhoogd risico oplevert van infecties hebben de Nijmeegs/Rotterdamse wetenschappers met behulp van de Integrated Primary Care Information (IPCI) gekeken naar het aantal longontstekingen bij regelmatige gebruikers van maagzuurremmers. Het IPCI is een in 1995 opgezette database met de complete medische dossiers van inmiddels bijna 500.000 huisartspatiënten. Omdat mensen die maagzuurremmers gebruiken geen doorsnee van de landelijke bevolking vormen – ze hebben vaak ook andere gezondheidsklachten – hebben de onderzoekers hen vergeleken met anderen die in het verleden ook wel eens een maagzuurremmer gebruikt hadden en die qua leeftijd en andere gezondheidsaspecten overeenkwamen.

Gebruikers van een protonpompremmer (een sterke alleen op recept verkrijgbare maagzuurremmer) bleken bijna twee (1,9) keer zo veel kans te lopen op een longontsteking als mensen die dat geneesmiddel niet meer gebruikten. Voor de H2-receptor antagonisten (een vrij verkrijgbare, wat minder krachtige maagzuurremmer) was dat 1,6 keer. Het gaat hier waarschijnlijk om een reëel biologisch effect omdat het risico het meest uitgesproken was bij de sterke protonpompremmers. Het was bovendien het grootst bij mensen die een extra hoge dosering slikken.

Maagklachten komen veel voor. Maar liefst 20 tot 40 procent van de mensen zegt minstens een keer per jaar last te hebben van maagpijn, zuurbranden, oprispingen en misselijkheid. Maagzuurremmers staan daardoor in de top van de meest verkochte medicijnen. Van de geanalyseerde groep van 364.683 mensen gebruikten er 19.459 regelmatig een zuurremmer. Bij hen kwamen 185 longontstekingen voor (1 op 105) maar van de resterende 345.224 zonder zuurremmer kregen er toch ook nog 5366 een longontsteking (1 op 64). Het risico blijft dus vrij klein en de eventuele longontsteking is meestal goed behandelbaar.

De Nijmeegs/Rotterdamse artsen adviseren dat mensen bij wie een longontsteking extra risico oplevert alleen zuurremmers te gebruiken als het echt nodig is, en dan in de laagst mogelijke dosering. Het gaat daarbij om mensen met astma, chronisch obstructieve longziekte of met een verminderde afweer. Ook kinderen en vooral ouderen moeten voorzichtig zijn met zuurremmers.