Leve de crash!

Een lezeres mailt: veel financieel deskundigen voorspellen een min of meer onafwendbare beurscrash binnen een afzienbare tijdsspanne. Als kleine spaarder wil je je daar tegen wapenen, alle investeringen in het bedrijfsleven de rug toekeren en je geld op een spaarrekening zetten of in staatsobligaties stoppen. Is dat verstandig?

Nee, dat is niet verstandig, wanneer je wilt beleggen in aandelen. Voorspellen is de favoriete bezigheid van vooral mensen die gratis publiciteit zoeken en zo beleggers in beweging willen houden. Vooral op de financiële markten wemelt het van die lieden, omdat de prijzen en koersen altijd op en neer gaan, onzekerheid zaaien en beleggers daarom vragen om houvast. Wie zegt dat het omhooggaat, krijgt ooit een keer gelijk. En de zwartkijker ook. De vooruitblikkers zijn zo slim om niet te zeggen wanneer hun voorspellingen uit zullen komen en in welke mate. Ze houden flinke slagen om de arm. Net als de astrologen en die glibberige Amerikaanse mevrouw Char Margolis die op RTL 4 contact legt met overleden familieleden van (studio)gasten. Ze zou voor haar baas een profijtelijke beleggingsanalist zijn, met haar relaties in het hiernamaals. Voorspellen is dus geen kunst. Mensen geloven alles.

Een andere makke is dat deskundigen praten en schrijven over gemiddelden en indexen: AEX, DAX, Dow Jones, Nasdaq enzovoort. Daar heb je weinig aan wanneer je niet precies belegt volgens de samenstelling van die graadmeters, het zogenaamde indexbeleggen. En een gemiddelde versluiert de werkelijkheid. In een rivier van gemiddeld een centimeter diep lijk je niet te kunnen verdrinken. Maar is die diepte bijna overal een millimeter en net op jouw doorwaadbare plaats tien meter, dan piep je wel anders.

Pas ook voor de overdrijvingsfactor. Analist Jan stelt dat de AEX op termijn met 5 procent kan dalen. Piet meent desgevraagd dat het best 10 procent kan zijn, anders komt hij niet in de krant. Klaas houdt het op 15 en mag zijn verhaal overal komen vertellen. Kortom: je hebt niets aan voorspellers met zakelijke belangen. Kijk liever naar de feiten.

Bij de hoofdfondsen op de beurs zijn enkele opvallende dalers, die recent de laagste koers in de afgelopen twaalf maanden noteerden, terwijl de index zelf in deze periode bijna gelijk bleef. Voorbeelden: Aegon op 8,14 euro, Buhrmann 5,81, Van der Moolen 4,34 en Unilever 44,05. Die vier lijken hun eigen crash al achter de rug te hebben.

De ervaring leert dat aandelen die sterk zijn gedaald vaak meer kans op winst bieden dan bedrijven die het altijd goed doen, min of meer. Een flinke crash of krach biedt dus goede vooruitzichten voor beleggers die durven (bij)kopen. Zo gaat het verhaal dat grote geldbedrijven in de VS de aandelenmarkt steunen om president Bush in het zadel te houden en hun handen ervan aftrekken na de verkiezingsuitslag, hoe die ook uitvalt.

Dat blijkt niet uit de feiten. De Amsterdamse en Amerikaanse indexen daalden sinds half februari met circa 10 procent. Komt daar nog eens 5, 10 of 15 procent overheen, dan schijnt de beurszon volop; ook goed draaiende bedrijven delen in de misère. Dan moet je er als de kippen bij zijn, want bij een herstel kunnen de blue chips tientallen procenten winst opleveren.

Sommige deskundigen voorspellen ook dat we aan het begin van een financiële ijstijd staan. Jaren van lage koersen en weinig herstel, ongeveer zoals in de jaren zeventig. Is dat erg? Dat hoeft niet, want meestal beleg je in aandelen voor de lange termijn en bij een lage aankoopkoers zijn het dividend en de kans op koerswinst in verhouding hoog. Nu al komt het dividendrendement van ABN Amro, Aegon, Fortis en de ING op circa 5 procent.

Welk scenario kan je bedenken met dit relaas als uitgangspunt? Je moet in ieder geval niet bang zijn en er van uitgaan dat ook het tegendeel waar kan zijn. De koersen gaan de rest van het jaar flink omhoog en het dividendrendement dus naar beneden. Doe je daar niet aan mee, dan verdien je niets, wat op zich natuurlijk geen ramp is. Je kan er voor kiezen om nu al te beleggen in de voornoemde fondsen Aegon, Buhrmann, Van der Moolen en Unilever, eventueel aangevuld met achterblijvers als ASML of Philips.