Laatste strohalm voor Kesbir

Maandag buigt de Haagse rechtbank zich over de uitlevering van het PKK-kopstuk Kesbir aan Turkije. Het is voor haar de laatste strohalm.

Hij verstuurt er vele honderden per jaar, naar landen als Syrië, Birma, Equatoriaal Guinea. Maar Theo van Boven, speciale rapporteur voor de VN voor foltering, kan zich niet herinneren dat hij ooit een Nederlands adres heeft moeten invullen op het briefhoofd van een zogeheten urgent appeal, waarmee de rapporteur namens de VN intervenieert om (dreigende) schending van mensenrechtenrechten van een individu te voorkomen. ,,Bij mijn weten is dat nog niet eerder gebeurd'', zegt de emeritus hoogleraar internationaal recht. De zaak waar de speciale rapporteur op 28 mei van dit jaar aandacht voor vraagt, is die van de 43-jarige Nüriye Kesbir, die in 2001 naar Nederland kwam en sinds dit voorjaar vastzit in de vrouwengevangenis in Breda. Tien jaar is de uit Duitsland afkomstige Koerdische in Oost-Turkije actief geweest voor de PKK. In 1999 trad ze toe tot de presidentiële raad, die leiding geeft aan de guerilla-beweging. Volgens Kesbir hield ze zich bezig met vrouwenzaken. Volgens de Turkse regering is ze verantwoordelijkheid voor 25 aanslagen in de periode 1993-1995, waarbij in totaal 150 mensen zouden zijn omgekomenen. Enkele weken geleden stemde minister van Justitie Donner in met een Turks verzoek tot uitlevering. Dat wil Kesbir voorkomen. ,,Een Turkse cel wordt een lijdensweg zonder rechten'', zei ze in juli in de Volkskrant. Aanstaande maandag proberen haar advocaten in een kort geding uitlevering te voorkomen. Volgens haar advocaat Victor Koppe bestaat er een ,,reëel risico'' dat zij zal worden gemarteld.

Aan het kort geding is een lang juridisch gevecht vooraf gegaan. Op 7 mei van dit jaar vernietigde de Hoge Raad een uitspraak van de rechtbank in Amsterdam en bepaalt dat uitlevering van de PKK-activiste toelaatbaar is. Maar in een advies aan minister Donner stelt de Hoge Raad dat Kesbirs vrees te worden gemarteld `niet van elke grond is ontbloot'. Hoewel dit onvoldoende reden is om uitlevering te weigeren, zou het verstandig zijn `in overleg met de Turkse autoriteiten te bevorderen dat op dit punt voorafgaand aan de uitlevering de nodige waarborgen worden geschapen', aldus de Hoge Raad.

Turkije heeft op het gebied van de mensenrechten nog steeds een slechte naam, ondanks veel wetswijzigingen die Ankara met het oog op het zo begeerde EU-kandidaatlidmaatschap heeft doorgevoerd. In zijn laatste ambtsbericht (november 2003) constateert het ministerie van Buitenlandse Zaken dat martelingen in Turkse cellen nog steeds `veelvuldig' voorkomen.

In zijn urgent appeal van 28 mei dringt Van Boven erop aan om Kesbir niet uit te leveren, tenzij er een `betrouwbare en expliciete garantie' van de Turkse autoriteiten komt dat Kesbir niet zal worden gemarteld en dat er een systeem van `onafhankelijke, directe close monitoring' komt. Het antwoord van de Nederlandse regering aan VN-rapporteur was op dat punt, zegt Van Boven diplomatiek, ,,niet volledig bevredigend''. Hoewel de Nederlandse regering heeft toegezegd zich tot het uiterste te zullen inspannen voor een goede behandeling van Kesbir, is de reactie op Van Bovens `urgent appeal' weinig concreet. ,,Men zegt: maakt u zich geen zorgen''.

Nederland heeft wel íets gedaan, zo blijkt uit de beslissing tot uitlevering die Justitie op 7 september naar de adovcaten van Kesbir stuurt. Zo wordt op 25 mei van dit jaar aan de Turkse ambassade in Den Haag gevraagd `verdere informatie' te leveren die de `twijfel van de Hoge Raad' over de veiligheid van het PKK-kopstuk `zouden kunnen wegnemen'. De verzekering van de Turkse ambassadeur dat zijn land `het allergrootste belang' hecht aan de nakoming `van zijn verplichtingen die het gevolg zijn van internationale verdragen' leidt tot de vraag van Den Haag: kan Turkije ook garanderen dat dit óók geldt `in het specifieke geval van mevrouw Kesbir'? Die garantie komt er: op 26 juli schrijft de Turkse ambassadeur dat Kesbir `een eerlijk proces' zal krijgen en zal beschikken over `alle rechten' zoals gegarandeerd door het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens, dat foltering verbiedt.

In de beslissing van Donner komt de interventie van Van Boven niet ter sprake. Evenmin wordt er ingegaan op het door de VN-rapporteur gevraagde `monitoring'. Gelet op de specifiek terzake (...) gegeven garantie' heeft minister Donner `geen reden aan te nemen dat de opgeëiste persoon daadwerkelijk te vrezen zou hebben voor foltering of mishandeling', aldus de beslissing.

Amnesty International en Human Rights Watch (HRW) zijn het daar niet mee eens. `U heeft Turkije geen specifieke granties gevraagd en u tevreden gesteld met de algemene toezegging dat Turkije de mensenrechtenverdragen zal naleven ook in het geval van mevrouw Kesbir', schrijft Amnesty aan Donner. Human Rights Watch (HRW) schrijft dat Donner het `nalaat op enigerlei zinnige manier in te gaan' op de `ernstige zorgen' die mensenrechtenorganisaties en VN-rapporteur naar voren hebben gebracht. HRW zegt er van `overtuigd te zijn' dat de garanties die Turkije geeft `niet betrouwbaar en onvoldoende zijn'.