Kunst uit de Himalaya in privémuseum

In New York opende begin deze maand het Rubin Museum of Art met kunst uit het Himalaya-gebied.

Donald Rubin? vroeg heel New York zich af. Donald Rubin? Wie is dat? En waarom, als hij 60 miljoen dollar heeft om te investeren in zijn eigen particulier museum in hartje Chelsea, kennen we hem niet?

Welnu: Donald Rubin is een joodse New-Yorker van bijna zeventig, die samen met zijn vrouw Shelley goed heeft verdiend met zijn bedrijf MultiPlan. MultiPlan koppelt als een soort makelaar in de gezondheidzorg artsen en ziekenhuizen aan verzekeringsbedrijven. Rubin is geen society-figuur, zegt hij zelf, en het is ook geen kunst van de breed erkende soort die hij verzamelt. Maar na zes jaar voorbereiding in betrekkelijke stilte ging begin deze maand zijn Rubin Museum of Art open.

Op zes verdiepingen hangen en staan hier beelden, schilderingen, textiel, volkskunst en foto's uit de landen in en rond de Himalaya; dit alles wordt onderzocht, opgehangen en beheerd door een vaste staf van 24 mensen. Bijna duizend objecten van de 2de tot en met de 19de eeuw hebben de Rubins aan het museum geschonken, en nog altijd hebben ze er bijna evenzoveel in eigen bezit. De gangen van MultiPlan hangen er nog altijd mee vol. Shelley Rubin: ,,We weten het niet zeker, maar we geloven dat we de grootste verzameling ter wereld hebben van kunst uit dit gebied.''

Hoewel de overheidssteun aan de kunst in de VS afneemt, evenals in Nederland, groeien zowel het aanbod aan cultuur als de vraag ernaar. In 2002 gingen er vijf miljoen meer Amerikanen naar een museum of een voorstelling dan in 1992, blijkt uit een deze maand verschenen rapport van het National Arts Journalism Program aan de Columbian University. Anders dan de subsidies van de diverse overheden zijn de bijdragen van particuliere fondsen aan de kunstwereld gegroeid. Volgens de organisatie Americans for the Arts zijn ze tussen 1996 en 2000 zelfs verdubbeld.

In New York zijn de opvallendste nieuwe initiatieven met een ruime particuliere beurs de opening deze maand van het museum van Rubin, en twee jaar geleden van de Neue Galerie van Ronald Lauder, zoon van cosmeticakoningin Estée. De Neue Galerie voor vroeg-twintigste-eeuwse kunst en design uit Duitsland en Oostenrijk is gehuisvest in een statig pand aan Central Park uit 1914. Gebouw en collectie – met werken van Max Beckmann, Otto Dix en Egon Schiele – passen naadloos bij elkaar. Rubin moest daar meer voor doen: hij kocht voor zijn verzameling een failliet en dichtgetimmerd warenhuis in Chelsea. ,,Mijn vrouw en ik waren meteen verliefd op de glazen koepel en de beeldschone trap, die werd ontworpen door Andrée Putman, de Franse interieurarchitect die ook het Musée d'Orsay heeft gemaakt.'' De Rubins hebben ook maar het hoekgebouw ernaast gekocht, mocht het museum zijn nu al 7.000 m2 grote oppervlakte willen uitbreiden.

De Rubins kochten hun eerste Tibetaanse schildering in 1975 in een galerie. ,,We wisten er niets van, we waren toen nog nooit in dat deel van de wereld geweest. We werden meteen gegrepen door de passie en kracht die erin zitten. Het is een zaak van het hart.'' Hoe ver de liefde gaat, blijkt volgens Rubin uit het feit dat zij nog nooit iets hebben verkocht. Waarom hebben ze hun collectie niet aan een bestaand museum geschonken? ,,Omdat onze kunst dan nooit meer te zien zou zijn. Je hebt er als verzamelaar geen zeggenschap over, je mag blij zijn als ze er ooit twee werken van ophangen.''

Blijft de vraag wat voor Rubin precies de bekoring is van deze kunst, die ver van de westerse traditie afstaat – in zijn iconografie, maar ook doordat de nadruk hier niet op originaliteit ligt. De schilderingen zijn vaak uitgesproken gewelddadig: veelkoppige en veelkleurige goden verpletteren grimassende wezens tegen een achtergrond van schedels en bliksemschichten. Juist dat geweld spreekt Rubin aan, om een zeer particuliere reden. ,,Ik ben joods en heb een groot deel van mijn familie in de oorlog verloren. Ik heb me altijd afgevraagd hoe de holocaust heeft kunnen gebeuren, en ik denk nu dat het komt door de demonen in ons hoofd. Het expliciete en gewelddadige uitdrijven van die demonen trekt me aan.'' Hij haalt de zeer verzorgde catalogus van de openingstentoonstelling erbij, The Demonic Divine, en laat zijn tekst voor de inleiding lezen. Daarin schrijft hij over het bereiken van verlichting ,,door het transformeren van de donkere kant van de geest en door de innerlijke bevrijding van destructieve emoties''. Glimlachend: ,,Het is in ieder geval goedkoper dan een psychiater.''

Inl. www.rmanyc.org, www.neuegalerie.org