Jij moet mij helpen

Met verbale en nonverbale communicatie roepen allochtonen soms ongewild aversie op. Een nieuwe lesmethode biedt hulp.

NEDERLANDS LEREN, Nederlands leren, Nederlands leren. Dat is de mantra als het om integratie gaat. Nederlands leren als de sleutel tot succesvol (over)leven in de Nederlandse samenleving. Maar communicatie is meer dan praten alleen. Volgens breed geciteerde cijfers (van de Amerikaanse psycholoog Albert Mehrabian) wordt slechts 7 procent van de boodschap die de spreker wil overbrengen bepaald door woorden. De overige 93 procent krijgt kleur door de lichaamstaal van de spreker en de klank van diens stem.

Het gaat dus vooral ook om de verpakking van de boodschap. Maar mooi inpakken is aan buitenlanders die de taal leren nog niet besteed. ``Beginnende taalleerders gebruiken snel jij moet of ik wil'', zegt Reina Spoelstra, Zij geeft al bijna twintig jaar Nederlandse les aan buitenlanders op het ID-College in Alphen aan den Rijn en in `Centrum '45 - de Vonk' in Noordwijkerhout (kliniek voor getraumatiseerde vluchtelingen). ``Als je affiniteit hebt met buitenlanders weet je dat. Maar vandaag de dag wordt er steeds minder van ze gepikt. Kijk maar op de markt. Als een oude Marokkaanse man zegt `Hé! kilo tomaat', dan zie je veel marktkooplui verstrakken.''

Non-verbale communicatie is ook nog eens cultureel bepaald. Ook al spreekt een allochtone jongere goed Nederlands, door zijn gedrag kan hij aversie oproepen. De Marokkaanse leerling die uit respect voor zijn docent zijn ogen neerslaat is een bekend voorbeeld van lichaamstaal die in de Nederlandse cultuur totaal verkeerd kan worden opgevat.

En dan gaat het tenslotte niet alleen om het inpakken van een boodschap, maar ook om het uitpakken. Spoelstra: ``Als je nieuwe buurvrouw zegt `kom eens langs' is het in onze cultuur niet de bedoeling dat je de volgende dag met de hele familie op de stoep staat. Maar als de buurvrouw dan zegt `het komt niet uit, ik wil televisie kijken', dan voelt iemand uit Afrika zich beledigd, want in zijn cultuur is gastvrijheid heel belangrijk.''

Dit wetende maakt de mantra `Nederlands leren' wel erg eenzijdig. Toch wordt er in de lessen NT2 (Nederlands als Tweede Taal) niet of nauwelijks ingegaan op deze (non-verbale) aspecten van communicatie. Daarom liet Hans Rohlof, psychiater bij `Centrum '45 - de Vonk', voor zijn cliënten vier videofilms maken over houding en communicatie in verschillende situaties: vluchtelingenhulp, de huisarts, buren, de schooljeugd (voor 14- tot 18-jarigen). Reina Spoelstra en haar collega Ank Hilderink hebben bij de videofilms lesboeken en een docentenhandleiding gemaakt, zodat nu een complete lesmethode verschenen is, met als titel `Hou je staande!'

Hilderink: ``Het is duidelijk geen methode om de taal te leren, hoewel ze er natuurlijk altijd wat van opsteken. Nee, het gaat echt om gedrag. En we leren ze een aantal standaardzinnen en uitdrukkingen die altijd van pas komen. Wij horen van onze cursisten dat ze veel negatieve ervaringen hebben met Nederlanders. Bijvoorbeeld in de trein. Als het druk is en er staat een tas op een bank en ze zeggen `Tas weg. Ik zitten', dan krijgen ze een grote mond terug. Als ze meer weten over de manier waarop Nederlanders communiceren en over de cultuur dan reageren Nederlanders anders op ze. Daarom hameren wij erop dat ze u zeggen – ook tegen ons. Dat ze zeggen `mag ik' in plaats van `ik wil' en `kunt u mij helpen' in plaats van `u moet mij helpen'.

De opbouw van de methode `Hou je staande!' is eenvoudig. Elke situatie wordt een keer met `fout' gedrag gespeeld en een keer met `goed' gedrag. Tussen de twee filmpjes in komen de hoofdrolspelers aan het woord die vertellen waarom ze de ander niet begrijpen, of geïrriteerd zijn door diens gedrag. Een voorbeeld: een Turkse man meldt zich bij een balie van een gemeentelijke instelling: ``Jij moet mij helpen. Ik heb een probleem. Ik moet iemand spreken.'' De baliemedewerker is aangebrand: ``Sorry, u `moet' iets? Ik `moet' u helpen? Nou dat `wil' ik best hoor, daarvoor zijn we hier, nietwaar. ``Hij schrijft de naam op van de man en vraagt hem te gaan wachten, waarop deze zegt: ``Het moet wel snel. Ik heb weinig tijd.'' Nu is de baliemedewerker helemaal geërgerd: ``D'r moet een hoop hè, vandaag? Gaat u maar gewoon even zitten wachten, net als iedereen, dan wordt u zo geholpen.'' Moppert: ``Krijg het heen en weer.''

In de tweede scène (goed gedrag) is te zien dat de woorden `Dag meneer. Kunt u mij helpen, alstublieft. Ik heb een probleem', wonderen doen bij de baliemedewerker.

Spoelstra en Hilderink menen dat `Hou je staande' ook geschikt zou kunnen zijn voor huisartsenopleidingen, GGZ-instellingen en het vmbo. In het deel voor en over jongeren gaat het onder meer over seksuele intimidatie. Spoelstra: ``Veel buitenlandse jongens snappen de spelregels niet voor de omgang met meisjes. Ook dat is cultuurbepaald.'' In het filmpje leren allochtone jongeren dat als een meisje `nee' zegt, ze ook `nee' bedoelt. Dat als ze zegt dat ze niet close wil dansen, ze echt níet close wil dansen. En hoe je je daar als jongen uitredt zonder gezichtsverlies bij je vrienden: met een grapje. `Wil je niet met me dansen. Jammer hoor. Voor jou!'

Meer informatie: Stevacontractenonderwijs

@hotmail.com

Een compilatie van de videofilms is te zien op www.kpr.nl